‘Tablets zijn ideaal voor Afrika'

Een computerles in Tanzania. Close the Gap, de organisatie opgericht in Brussel, leverde de ICT-apparatuur. ©rv

Solvay-student Olivier Vanden Eynde startte tien jaar geleden Close the Gap als een mini-onderneming. Vandaag zet de internationale organisatie boeren, kinderen, huisvrouwen en lokale entrepreneurs aan het internet. ‘Aids, honger en ebola overwinnen kunnen ze slechts met meer informatie.’

De Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu, VN-aids-specialist Peter Piot en voormalig IOC-voorzitter Jacques Rogge zitten in de aanbevelingsraad en de Amerikaanse president Barack Obama kwam vorig jaar tijdens zijn Afrikareis op bezoek in een computerlokaal van Close the Gap. Toch bestaat de non-profitorganisatie nauwelijks tien jaar en werd ze opgericht als een mini-onderneming door één geëngageerde student van de Solvay Business School. Olivier Vanden Eynde bouwde de non-profitorganisatie uit tot een netwerk voor het hergebruik van afgeschreven IT-apparaten dat de voorbije tien jaar 2.904 projecten realiseerde in 54 landen. Daarbij bereikte Close the Gap met 103.000 computers, servers, printers en kopieertoestellen 1,5 miljoen mensen.

Wordt ICT in landen waar vandaag ebola, aids en hongersnood woedt, niet vaak beschouwd als een luxe?
Oliver Vanden Eynde: ‘Absoluut niet. Al die problemen starten vaak bij een gebrek aan informatie. Of zijn tenminste op te lossen met meer informatie. Hongersnood kan je aanpakken door boeren toegang te geven tot info over zaden en bemesting, over klimaat en weer, over veilingprijzen. Een kind kan je makkelijk voor uitdroging door diarree behoeden als je maar de juiste behandeling kent. In delen van Afrika ziet men nog steeds geen verband tussen aids en seks en dus van het nut van condooms, ook door desinformatie. In veel scholen zie je nog aardrijkskundekaarten waarop de Europese Unie maar 15 lidstaten telt. De correcte info staat nochtans gewoon op het internet.’

‘Bovendien bewijst het internet des te meer zijn nut in zo’n gigantisch continent dat zo dun bevolkt is.’

Hoe is Close the Gap de voorbije tien jaar veranderd?
Vanden Eynde: ‘We zijn voor westerse bedrijven een onestopshop geworden voor de afvoer van hun afgeschreven elektronica, van ophaling en verwerking tot recyclage na het tweede leven. We kregen vorig jaar ongeveer 90.000 pc’s en andere ICT-apparaten van bedrijven. Gratis, maar in ruil nemen wij de hele logistiek op ons, inclusief de verwijdering van de data. Onze belangrijkste donateurs zijn banken, revisoren, consultants en verzekeringsmaatschappijen. In België zijn KBC en BNPP Fortis onze belangrijkste toeleveraars, in Nederland Rabobank. Voor dat soort bedrijven, die vertrouwelijke informatie op hun computer bewaren, is het de voorbije jaren steeds belangrijker geworden dat al de data op harde schijven worden gewist. Dat kan je enkel doen door de informatie te overschrijven met een algoritme dat ook de CIA, de FBI of de NAVO gebruiken. Close the Gap is internationaal gecertificeerd om dat te doen. Zelfs het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag is klant bij ons.’

‘Een andere evolutie is dat sinds de financiële crisis bedrijven meer geneigd zijn om ICT te leasen in plaats van te kopen. Dat betekent dat wanneer de toestellen einde contract zijn, ze nog een restwaarde hebben, net zoals bij bedrijfswagens. Leasingfirma’s schenken ze daarom niet zomaar.’

Vormt het geen probleem dat de ICT die Close the Gap levert per definitie al enkele jaren oud is?
Vanden Eynde: ‘Dat is niet zo erg. Ik hoorde onlangs dat de verkoop van nieuwe iPads wat tegenvalt doordat ze ‘te degelijk’ zijn. Wij werken met toestellen die tussen drie en vijf jaar oud zijn, maar 95 procent van de applicaties die vandaag gebruikt worden kon je daar al op draaien. Daaraan merk je trouwens het marketingspel van hard- en softwarefabrikanten waar we in het Westen aan gewend zijn.’

‘We zetten ook de nieuwste software op onze pc’s. Dat is ook voor leverancier Microsoft belangrijk, aangezien het Afrika als de nieuwe groeimarkt ziet - amper 13 procent van de populatie heeft er toegang tot een computer met internet. Maar ook voor de gebruikers van onze computers is het belangrijk: we willen bij hen ook het sexy karakter van nieuwe technologie laten spelen. Vandaar ook de strenge visuele selectie bij het binnenkomen van de toestellen: ze moeten er onberispelijk uitzien.’

Waar haalt u uw inkomsten?
Vanden Eynde: ‘Ons totale jaarbudget bedraagt 1,5 miljoen euro. 40 procent komt van de servicepartners in de ontwikkelingslanden. We vinden het belangrijk om van hun een bijdrage te vragen. Gratis bestaat immers niet, ook niet bij ontwikkelingssamenwerking. Nog eens 40 procent komt van sponsors: bedrijven die een project willen adopteren. Meestal hebben die ook een link met de streek waar dat project opereert. Bijvoorbeeld: een bedrijf dat bloembollen teelt in Kenia, wil graag bijdragen tot de ontwikkeling van de lokale bevolking. Het betaalt dan pakweg 100.000 euro sponsoring. De laatste 20 procent komt van de verkoop van onderdelen en materialen voor externe recyclage.’

Hoe ziet de toekomst eruit?
Vanden Eynde: ‘Tablets en smartphones zijn in ontwikkelingslanden, meer nog dan in het Westen, gedroomde instrumenten. Ze zijn licht, compact, hebben veel computerkracht, en vooral: ze verbruiken weinig energie. Eén ochtend aansluiten op een klein zonnepaneeltje en je kan er weer een dag mee werken. Pc’s geraken steeds meer op het achterplan. Voor boeren, vissers en hulpverleners in de brousse vormen ze zelfs de enige toegang tot informatie op het web.’

‘We willen ook verder doordringen in meer afgelegen gebieden. Tot nu toe zitten we vooral in provinciestadjes. Ga je ook in rurale streken, dan zit je ook met meer hindernissen in de randvoorwaarden: geen elektriciteit, geen internetverbinding. We hebben er voorlopig alleen proefprojecten. Daarom hebben we vorig jaar ook een prototype ontwikkeld van een mobiel computerlab in een container.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud