interview

'Test corona-app uit in bedrijven'

Frank Robben, de CEO van het e-Health-platform. ©Tim Dirven

Rol de corona-app in de testfase uit bij bedrijven met veel werknemers of risicocontacten. Dat adviseert Frank Robben, de bouwheer van de digitale overheid en de spin in het web van het contactonderzoek.

Al sinds begin mei bellen callcentermedewerkers met coronapatiënten om hun contacten na te gaan. Een taak die veel te laat begon en kampte met kinderziektes. Een van de drijvende krachten achter dat werk is Frank Robben (59). Al staat de manuele arbeid ver van zijn leefwereld. Al sinds de jaren 80, toen hij ‘geroepen werd door premier Jean-Luc Dehaene’, is Robben het gezicht van de digitalisering van de overheid. Eerst liet hij 3.000 bastions in de sociale zekerheid digitaal met elkaar praten, daarna stond hij als CEO van het e-healthplatform aan de wieg van de onlinegezondheidszorg in ons land.

Het contactonderzoek dreigt zonder een coronatraceerapp een slag in het water te worden. Een kolfje naar de hand van de man die al decennia op het kruispunt van sociale zekerheid, gezondheid en IT staat. Als de vertegenwoordiger van de federale overheid in de werkgroep rond het contactonderzoek breken voor Robben cruciale maanden aan. De Vlaamse overheid hoopt dat de app er tegen het einde van de zomer is. Maar de coronacrisis versnelde ook de digitalisering van de gezondheidszorg. ‘Over teleconsultaties hebben we jarenlang overlegd. Nu is dat in enkele weken gelukt. Soms breekt nood wet.’

Het contactonderzoek kwam traag op gang, want iedereen wees naar elkaar.

Frank Robben: ‘Er was een strategie nodig via het testen van mensen en het traceren van hun contacten uit de lockdown te raken. De regio’s zijn bevoegd voor contactonderzoek. De grootst mogelijke fout die we konden maken, was versnippering. Een gemeenschappelijke aanpak was nodig. Ik breng mensen samen, ik stoot ze niet af.’

Het duurde lang voor duidelijk werd dat de regio’s bevoegd waren. Kostbare tijd ging verloren.

Robben: ‘Daar spreek ik me niet over uit. Ik lees in de kant over het pingpongspel tussen de niveaus. Maar ik sta niet op tenen, want dan kom je geen meter vooruit.’

Er waren ook kinderziektes, zoals mensen die meermaals gebeld werden. Hoe kan dat?

In het Verenigd Koninkrijk ging het snel snel. Nu heeft de corona-app er veiligheidsproblemen.
Frank Robben
Werkgroep contactonderzoek

Robben: ‘We hebben het hele systeem, van de gunning van de overheidsopdracht tot de eerste telefoons, in 2,5 weken doorlopen. Dat is ongelooflijk snel. Je botst op zaken waar niemand aan dacht. Ik ook niet, ik ben geen contactonderzoeker. Het contactonderzoek gebeurt normaal door inspecteurs met twintig jaar ervaring voor ziektes zoals tuberculose. Het gaat om enkele patiënten die elkaar niet als contact opgeven. Dat gebeurde nu wel. Er waren huishoudens, met verschillende besmette personen, andere huisartsen en andere telefoonnummers. Het callcenter ziet dat niet. Dus krijgt een gezin meerdere telefoontjes. We sturen daar bij. Het contactonderzoek moet eerst uitgaan van de huisarts. Die kent de patiënt en zijn situatie en kan ons informeren wie hij al inlichtte. Tegelijk krijgen de callcentermedewerkers in bepaalde gevallen ook toegang tot de medische databank. Ze kunnen opzoeken of het contact van een besmette persoon ondertussen niet zelf besmet is. Dat vermijdt dubbele telefoons.’

Het kwam toch amateuristisch over. De contactonderzoekers zaten met hun duimen te draaien.

Robben: ‘Er zijn in het begin schattingen gemaakt over de duur van een gesprek met een patiënt, op basis van de ervaringen met meningitis. Wat bleek? Een gesprek met een patiënt duurde een kwartier, geen uur. En met een contact tien minuten, geen drie kwartier. En het aantal besmettingen daalt. Het is niet verwonderlijk dat de regio’s terugschroeven. Maar pas op, dit is geen marketingtelefoon. Contactonderzoekers moeten empathisch zijn. Het is zoeken naar de juiste toon zodat mensen al hun risicocontacten opgeven. Je mag de mensen met die ervaring niet zomaar buitenzetten, anders heb je bij de tweede golf een probleem.’

Tegen een tweede golf komt er ook een app. Die vindt in geen enkel land breed ingang.

Robben: ‘Het is geen wondermiddel. Maar de stelling dat 60 procent van de bevolking de app moet installeren geloof ik ook niet. Het gaat niet om de brede bevolking, wel om plaatsen waar veel volk samenkomt. Stel, in mijn bedrijf installeren 80 à 90 procent van de werknemers de app. Bij een besmetting weten jouw contacten dat meteen. Ook onbekenden op de trein. Als een contactonderzoeker je belt, hangt alles af van je geheugen.’

U vertegenwoordigt de federale overheid in de werkgroep testen en traceren. De politiek maakte flink wat bochten. Eerst wel een app, dan niet meer, dan toch.

Als een contactonderzoeker je belt, hangt alles af van je geheugen.
Frank Robben
Werkgroep contactonderzoek

Robben: ‘Ik zal het niet goed uitgelegd hebben. (lacht) Bij elke verandering is 20 procent voor, 20 procent tegen en de rest weet het niet. Het ergste is als de rest meehuilt met wie tegen is. We hebben met de app maar één kans. Ofwel bruuskeren we, ofwel nemen we de tijd en creëren we draagvlak. In het Verenigd Koninkrijk ging het snel snel. Nu heeft de app daar veiligheidsproblemen.’

Hoe moet de uitrol hier verlopen?

Robben: ‘Test de app uit in bedrijven met veel werknemers of risicocontacten tussen dezelfde werknemers, zoals in de bouw. Daar rijden bouwvakkers altijd met hetzelfde gesloten busje naar dezelfde werf. De sociale partners spelen wel een belangrijke rol. We moeten dat goed aan de vakbonden uitleggen.’   

Wat leert deze crisis over de digitalisering van de gezondheidszorg in België?

Robben: ‘De informatiseringsgraad is hoog. We konden in geen tijd de huisartsen voorzien van elektronische formulieren om telefoonnummers door te geven aan het callcenter. Via ieders unieke identificatienummer konden we ook nummers halen bij de ziekenfondsen. In 95 procent van de gevallen kunnen we iemand bellen als dat moet. Ook de rapportering aan Sciensano vanuit de ziekenhuizen en de labo’s was er snel. We zijn dat gewend. Er zijn al 17 miljard online gezondheidstransacties in ons land.’

Mede door de coronacrisis ontspoorde de begroting verder. Kan technologie efficiëntiewinsten in de zorg opleveren?

Robben: ‘Een kwart van de Belgen is chronisch ziek. Stel dat je bij elk van hen twee onderzoeken uitspaart: een bloedonderzoek van 25 euro en nog een ander van 75 euro. Dat kan, en het zit in kleine zaken. Nu ga je eerst naar een huisarts, die neemt bloed af, en die verwijst je door naar een specialist, die nog eens bloed afneemt. Garandeer dat de resultaten van die eerste bloedtest digitaal toegankelijk zijn voor iedereen die zorgverlener is van die patiënt. Je spaart zo 250 miljoen euro uit.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud