analyse

Uw eigen 3D-printer: de moeite waard?

©Shutterstock

De hype rond 3D-printers ligt al even achter ons. Een beperkt aantal mensen heeft een eigen 3D-printer in huis gehaald. Wat kunnen die dingen eigenlijk? En hoe praktisch zijn die apparaten?

De eerste, rudimentaire experimenten met 3D-printers dateren al van halfweg de jaren 80. Het waren toen nog logge, trage en peperdure machines die u praktisch enkel in labo’s terugvond. In al die jaren is de markt flink gedemocratiseerd en hebben de apparaten ook technisch een kwantumsprong gemaakt.

Het is nu bijvoorbeeld technisch mogelijk veel meer materialen te printen dan vroeger. Industriële printers kunnen ondertussen met gips en metaal overweg, al is dat voor de meeste huis-, tuin- en keukenmodellen nog een brug te ver. In dat segment wordt nog vooral gebruikgemaakt van plasticachtige materialen (ABS, PLA, nylon…), al is ook imitatiehout en zelfs elastisch materiaal tegenwoordig geen probleem meer.

Zulke elastische prints kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om smartphonehoesjes te maken. Elk van die materialen heeft ook zijn specifieke eigenschappen qua sterkte, gewicht of hittebestendigheid. De meeste printers zijn ook geschikt om met verschillende materialen te werken.

Filament

3D-printen on demand

Als u maar af en toe van een 3D-printer wilt gebruikmaken, hoeft u er niet meteen een te kopen. U kunt op het internet ook bij heel wat bedrijfjes terecht die uw zelfontworpen voorwerp met plezier (en tegen vergoeding uiteraard) zullen printen. Bekende namen zijn Shapeways, Sculpteo en Materialise. Meestal volstaat het om uw ontwerp digitaal door te sturen via de site en enkele dagen later zit het geprinte voorwerp in uw brievenbus. Hoeveel dat kost, is niet eenvoudig te zeggen, omdat veel afhangt van welke printmethode u verkiest, hoe groot uw ontwerp is en in welk materiaal en kleur u het geprint wil zien. Wij deden de proef met een klein poppetje van Super Mario van ongeveer tien centimeter hoog. Bij een gewone print in witte polyamide vroeg Materialise daar net geen 30 euro voor. Datzelfde poppetje in een wit rubberachtig materiaal kwam op ongeveer 150 euro. Kozen we voor koper, dan zou het ons iets meer dan 1.300 euro hebben gekost. Het grote voordeel van die aanpak is wel alvast dat u op die manier tegen een redelijke prijs van 3D-printers gebruik kunt maken. De printers zelf liggen qua kostprijs ver buiten het bereik van particulieren. Op die manier kunt u ook voorwerp laten printen in vaak exotische materialen.

De meest gebruikte technologie waarmee 3D-printers werken is de zogenaamde Fused Deposition Modeling (FDM). Hierbij wordt het plastic, het zogenaamde filament, in de machine gesmolten en via een spuitkop naar buiten geduwd. Dat plastic zit op een rol of in een cartridge. Door de spuitkop te bewegen, kan een bepaalde vorm worden gemaakt. Boven op die eerste laag komen volgende lagen, tot het voorwerp klaar is.

Op dat basisidee bestaan verschillende varianten. Duurdere printers kunnen bijvoorbeeld ook gebruikmaken van een laserstraal om een poeder laag per laag te laten smelten tot een vast voorwerp. Of het is ook mogelijk om materiaal uit te harden met uv-licht.

Hoeveel geld u ook kunt besteden aan een 3D-printer, weet wel dat het proces niet altijd moeiteloos verloopt. Het voorwerp moet ontworpen worden, printkoppen kunnen al eens verstopt raken en het printen zelf blijft een vrij tijdrovend proces. Veel printers kunnen met verschillende snelheden werken, maar hoe sneller, hoe lager de kwaliteit en hoe groter de kans op fouten. Vaak zal u het voorwerp ook nog moeten nabehandelen, door het op te schuren, te zandstralen of te verven.

Maatvast

Hoe diep moet u in de buidel tasten als u een 3D-printer wenst aan te schaffen? Er bestaan al 3D-printers voor particulieren die voor minder dan 300 euro van de hand gaan, al zal u dan tevreden moeten zijn met een apparaat dat maar kleine voorwerpjes kan printen. Daarna volgt een vrij grote groep apparaten tussen 1.200 en 3.000 euro, met uitschieters tot 5.000 euro en meer.

‘Het zijn vooral het gebruiksgemak, de printkwaliteit en de materiaalmogelijkheden die de prijs bepalen’, zegt Jesse Buteneers van Trideus, een verdeler van 3D-printers uit het Limburgse Ham. ‘Duurdere printers printen met een hogere resolutie, zodat het stuk er beter uitziet en u minder de lijntjes kunt zien tussen de verschillende lagen waaruit het voorwerp opgebouwd is. Een dure printer is ook maatvast: als u een stuk van tien op tien centimeter hebt ontworpen zal dat er ook uit komen als tien op tien centimeter en niet bijvoorbeeld negen op elf. En ten slotte zal u er ook grotere stukken mee kunnen maken, tot maximaal twintig centimeter lang, breed en hoog.’

Kermit de Kikker

Ook bij duurdere machines komt er wel wat voorbereidend werk kijken: u moet het project dat u wenst te printen uiteraard eerst ontwerpen, en dat gebeurt in speciale tekensoftware. ‘Die software is een vak apart’, zegt Buteneers. ‘Dat gaat van summiere gratis pakketten die u kunt downloaden op het internet tot complete CAD/CAM-suites. Sommige toepassingen hebben ook eigen software, zoals bijvoorbeeld programma’s om juwelen te ontwerpen waarin u gemakkelijk met vrije vormen kunt werken. Het hangt er allemaal vanaf wat u wilt.’

Het eigenhandig ontwerpen van het voorwerp dat u gaat printen is uiteraard een vorm van voorpret, maar als u echt geen zin heeft zelf met de software aan de slag te gaan of dat aan te leren, dan is er goed nieuws. Er zijn ondertussen ook al heel wat websites waar u ontwerpen van andere gebruikers kunt downloaden: Cults3D, Thingiverse of YouMagine zijn er maar een paar van. U vindt er een eindeloze stroom voorwerpen die u kunt printen, van flessenopeners en jashaakjes over lampenkappen en zonnebrilhouders tot modellen van ‘Winnie the Pooh’ en ‘Kermit de Kikker’.

Blijft natuurlijk de vraag: heeft het voor occasioneel gebruik of als particulier zin om een 3D-printer te kopen? Met andere woorden: is het de moeite waard om in plaats van een paar Lego-blokjes te kopen, die zelf te printen? Buteneers windt er geen doekjes om. ‘Particulieren? Ik vrees dat dat niet eens 5 procent van ons klantenbestand is’, lacht hij. ‘En dan nog zijn het allemaal mensen die er een heel concrete case voor hebben: hobbyisten die aan modelbouw doen, die zich met drones bezighouden of aan auto’s sleutelen. Gewoon een 3D-printer in huis zetten voor het geval dat u ooit eens iets zou moeten printen, daarvoor zijn ze gewoonweg te duur.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect