column

Uw eigen dataschuur

Roland Legrand

Professoren zien er niet meer stijf en deftig uit. Toch zeker niet de Gentse professor Ruben Verborgh. Hij is een expert in het wereldwijde web en is in niets te onderscheiden van jonge techies die we associëren met Silicon Valley: uitgedost in T-shirt en buitengewoon gepassioneerd. Maar hij is wel een heel kritische techie.

Deze week tweette hij dat hij zijn Facebook-account schrapt. ‘Sinds vorige zomer de integratie met Twitter - mijn belangrijkste bron voor goede discussies - stopte, was de account van geen professioneel belang meer.’ Tien jaar zat hij op Facebook met als onderliggende gedachte ‘hou je vrienden dichtbij, maar je vijanden nog dichter’.

Zopas schreef hij op ruben.verborgh.org ook een kritische tekst over de toekomst van het web, ‘Re-decentralizing the Web, for good this time’. Dat moet een hoofdstuk worden van een boek over het leven van Tim Berners-Lee, de uitvinder van het web. Herinnert u zich nog de browseroorlogen van de jaren 90, Netscape vs. Internet Explorer? Die laatste won, maar kon die machtspositie niet behouden. Sinds 2010 heeft geen enkele browser meer dan tweede derde wereldwijd marktaandeel. Er is een brede keuze: Chrome, Safari, Internet Explorer, Firefox of zelfs de tekstgebaseerde browser Lynx uit 1992, die nog altijd updates krijgt. Op zo’n concurrentiële markt hebben browsermakers er belang bij zich te houden aan technische webstandaarden waardoor het web vrij navigeerbaar blijft. Simpel gezegd: met elke browser kan je gelijk welke site bezoeken.

Ruben Verborgh over 'Why you'll love the future Web'

Tegelijk ontstonden mastodonten als Facebook, die zich volgens Verborgh konden ontwikkelen dankzij het web maar datzelfde web trachten te vervangen door eigen diensten. Bij die diensten, die ommuurde tuinen zijn, bepalen de internetbedrijven wat je ziet en wat niet, wat je kan doen en wat niet. We zijn het normaal gaan vinden dat je vanop Facebook geen tweets kan liken of vanop Twitter niemand kan volgen op Facebook, maar op het vlak van webvrijheid is dat een beknellende toestand.

Verborgh timmert mee met Berners-Lee aan het project Solid. Dat is gebaseerd op webtechnologie en zal ons toelaten een eigen datapod te hebben, zeg maar een virtuele voorraadschuur voor persoonlijke data. Je zal die data eindelijk echt kunnen beheren en controleren, en dus kunnen kiezen welke data je deelt met welke apps. Er zou ook meer concurrentie komen tussen appbouwers, op basis van de functionaliteiten die ze bieden en niet op basis van het gijzelen van je foto’s en teksten.

Strijd

Maar de strijd wordt hard. Digitale assistenten als Alexa van Amazon en Google Now worden steeds populairder en dreigen, samen met de apps op onze smartphones, het open web te verdringen. Hoe de servers achter die diensten werken, geen consument die het weet. Nochtans willen de virtuele assistenten ons over alles en nog wat informeren en bijstaan.

We zijn het normaal gaan vinden dat je vanop Facebook geen tweets kan liken of vanop Twitter niemand kan volgen op Facebook. Maar dat is een beknellende toestand.

Regelgevers en technologen als Verborgh staan voor een grote uitdaging, want de vrije keuze en democratie staan op het spel. Willen we echt dat alles volstrekt gratis is en geen moeite kost, zoals de nieuwsstroom van Facebook? Of willen we stilstaan bij de vraag waar de informatie en data vandaan komen en of er dingen zijn waar we even langer naar moeten zoeken? Misschien willen we zelfs - oh, horror - wat geld betalen voor bepaalde diensten?

Mijn sombere voorspelling: Facebook en co. gaan niet weggaan of plotseling ‘open’ worden. Wel gaan we dankzij Berners-Lee en anderen betere alternatieven krijgen voor het beheer van onze persoonlijke data, maar dat gaat altijd extra moeite en mogelijk ook wat geld kosten. De digitale kloof tussen wie bewust het web gebruikt en wie gewoon consumeert wat hem wordt voorgeschoteld, dreigt zo nog groter te worden.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content