interview

‘Waarom zou iedereen moeten programmeren?'

Guido Van Rossum: ‘Dankzij opensourceprojecten kunnen programmeurs heel gemakkelijk hun intellectuele reputatie omzetten in geld. Daarom is het zo populair.’ ©rv

Hij schonk de wereld Python, een computertaal waarmee miljoenen mensen aan het programmeren gingen. Maar dat iedereen anno 2018 zo nodig computercode moet kunnen schrijven, vindt het Nederlandse softwaregenie Guido van Rossum maar een dwaas idee.

Bijna 30 jaar aan een stuk was Guido van Rossum een dictator. Geen echte tiran van het politieke soort, maar de ‘Benevolent Dictator For Life’ van het opensourcesoftwareproject Python. Als uitvinder had hij het laatste woord over het werk van honderden vrijwilligers, verspreid over de wereld. ‘In die naam zit vooral ironie’, zegt van Rossum in een interview vanuit Californië, met een tongval die ruim twintig jaar Amerika verraadt. ‘Eigenlijk is enkel het eerste woord ernstig: benevolent (Engels voor ‘goedhartig’, red.).’

Python – genoemd naar Monty Python – is een programmeertaal. Een programmeertaal is een code waarmee softwareingenieurs in regels gieten welke opdrachten een computer moet uitvoeren. Zo zijn er honderden, duizenden zelfs, elk met hun eigen specifieke syntaxis.

Maar de jongste jaren zit er één taal enorm in de lift. Python snelde grote namen als Java, JavaScript en C++ voorbij als populairste taal om toepassingen in te schrijven, blijkt uit zoekopdrachten via Google en uit vragen op het programmeursforum Stack Overflow. Farmabedrijven speuren ermee naar nieuwe medicijnen, luchtverkeersleiders leiden er vliegtuigen mee in goede banen en Hollywood maakt er special effects mee.

Ik ben heel slecht in zaken. Mocht ik een bedrijf rond Python hebben opgericht, ik zou alles fout hebben gedaan.

‘Het grote voordeel is dat Python minder abstract is en daardoor leesbaarder en makkelijker om aan te leren dan andere talen’, zegt Dieter De Mesmaeker, de CTO van Datacamp, de Leuvense softwarestart-up die mensen online opleidt in datawetenschap. ‘Omdat het open source is (wat betekent dat de code geen eigendom is van één bedrijf maar voor iedereen openstaat om aanpassingen door te voeren, red.), zijn er veel kant-en-klare pakketten voor specifieke doeleinden beschikbaar die helpen bij het programmeren.’

Wat is Python?

Guido van Rossum (geboren in 1956 in Haarlem) ontwikkelde Python als hobbyproject rond Kerstmis 1989. Zijn idee om een programmeertaal te maken met een syntaxis of grammatica die eenvoudiger is om te begrijpen en dichter bij echt Engels ligt, sloeg aan.  Er ontstond een gemeenschap van Pythonistas die de taal op vrijwillige basis mee ontwikkelen volgens het opensourcemodel. Een team van dertig kernleden draagt bij aan de taal. Daarboven stond Van Rossum als ‘Benevolent Dictator’, tot hij er vorige maand de brui aan gaf.

Python is een universele taal die gebruikt wordt voor uiteenlopende toepassingen.De jongste jaren wint ze aan populariteit, zeker als eerste kennismaking met het programmeren.

Andere bekende voorbeelden van opensourcesoftware - die geen eigendom is van een bedrijf en wordt ontwikkeld door een leger vrijwilligers - zijn het besturingssysteem Linux en het contentmanagementsysteem Drupal van de Belg Dries Buytaert. Ook de online-encyclopedie Wikipedia wordt samengesteld volgens het opensourceprincipe.

 

Die laagdrempeligheid was precies de bedoeling toen van Rossum rond kerstmis 1989 bij wijze van hobby begon te sleutelen aan zijn nieuwe taal. Hij wilde iets dat er eenvoudiger uitzag, dat dicht aanleunde bij gewoon Engels. Gaandeweg geraakte Python bekend als een krachtig Zwitsers zakmes voor programmeurs omdat het zo universeel bruikbaar is. Vandaar dat ook veel studenten en niet-professionals ernaar grijpen. Zoveel mensen zijn geïnteresseerd om Python te leren dat in de VS het voorbije jaar meer werd gegoogeld op Python dan op Kim Kardashian.

Het ‘For Life’ gedeelte van Van Rossum’s titel is echter voorbij. Vorige maand gaf de 62-jarige Haarlemnaar er de brui aan. In detail gaat hij niet, maar de nijdige reacties van sommige van de 30 kernontwikkelaars die mee aan Python schrijven werden hem te veel. Dat is de keerzijde van de overlegcultuur van het opensourcemodel waarbij van Rossum uit intense discussies tussen Pythonistas conclusies moest trekken. ‘Dat is best een zware verantwoordelijkheid. Ik merkte dat er steeds meer leden van de gemeenschap het niet meer met me eens waren. Dan denk ik: als er niet voldoende vertrouwen is, dan is dat zoveel hartzeer voor mij niet meer waard.’

Had u ooit gedacht dat Python zo’n succes zou kunnen worden?
Guido van Rossum: ‘Ik had het in ieder geval nooit zo gepland. Ik ben in bijna elke fase van Pythons leven verbaasd geweest van hoe groot het succes was. In 1991 brachten we de eerste versie naar buiten. We hadden meteen zoveel e-mail dat we een mailinglist moesten invoeren. Ik dacht: ‘Goh wat leuk. Heb ik eindelijk eens iets gemaakt dat een beetje een succes is.’ Maar het bleef groeien. Dat Python zou uitgroeien tot een van de belangrijkste talen had ik helemaal niet verwacht. Dat is de verdienste van de gemeenschap van gemotiveerde mensen die blijven gaan voor hun taal. Daar ben ik vooral een symbolische leider van geweest.’

Heeft u zelf ooit iets verdiend aan Python?
Van Rossum: ‘Ik heb een mooie baan als programmeur. Eerst bij Google, nu bij Dropbox. Ik zou morgen wel op pensioen kunnen gaan als ik dat zou willen. Maar ik kan nu ook weer geen eiland kopen.’

Rond veel andere opensourcesoftwareprojecten zijn lucratieve bedrijven opgericht die commerciële diensten en support aanbieden. Nooit aan gedacht?
Van Rossum: ‘Ik ben zelf helemaal niet goed in zaken. Ik zou er niks van terecht gebracht hebben. Ik heb altijd voor de veilige weg gekozen: een vaste baan en Python in mijn vrije tijd en hopelijk een werkgever die me wat extra tijd geeft om Python te doen. En dat is bij Google en bij Dropbox altijd goed gegaan.’

Dat Python ooit zou uitgroeien tot een van de belangrijkste programmeertalen ter wereld? Nooit durven dromen.

Python heeft de reputatie om een heel goede taal te zijn om als eerste te leren. Vind u dat iedereen moet kunnen programmeren?
Van Rossum: ‘Ik heb dat eigenlijk nooit echt geloofd. Voor de meeste mensen is het gewoon niet nodig. Er zijn veel domeinen waarvan je in de middelbare school een voorproefje krijgt, maar die eigenlijk niets voor jou zijn. Ik vind het prachtig als op scholen de computerlessen technischer worden en als studenten ondervinden hoe moeilijk het is om een programmaatje te schrijven. Voor de meeste mensen blijft het bij die enkele ervaring, voor anderen komt het besef: ‘Oh my god, dit kan ik. Daar wil ik meer mee doen.’ Bij mij ging het in ieder geval zo. Anderen hebben dat bij biologie of zo. Ik had nooit van een computer gehoord voor ik naar de universiteit ging. Daar hadden ze een centrale computer in de kelder, en dat vond ik geweldig.’

Nochtans wordt er regelmatig gezegd dat elk kind moet leren programmeren om relevant te blijven.
Van Rossum: ‘Ik denk dat politici dat zeggen omdat het leuk klinkt. Of omdat zakenmensen met belangen in die richting hen dat influisteren. We kunnen uiteraard niet allemaal timmerman worden. Maar er moeten wel timmermannen zijn, want anders kunnen we nergens wonen.’

Open source is een heel krachtig model. Zit daar meer in? Kan het ook worden toegepast buiten het heel technische domein van software?
Van Rossum: ‘Ik denk het wel. Dat is eigenlijk al het geval, maar het wordt niet zo herkend. Open source is heel sterk gebaseerd op peer review. Respect van je medeprogrammeurs is een van de belangrijkste beloningen voor je werk. Dat is niet zo verschillend van hoe wetenschappelijk onderzoek werkt. Je reputatie is daar de munt waarmee je beloond wordt. Misschien is dat ook een van de belangrijkste redenen waarom open source tegenwoordig zo goed werkt. Je kan heel gemakkelijk een intellectuele reputatie omzetten in geld omdat er zoveel werkgelegenheid is in de software-industrie. Google, Apple, Facebook, Microsoft en alle andere techbedrijven hebben programmeurs nodig. Je reputatie is belachelijk veel waard in de techwereld vandaag.’

De softwarewereld kampt wel met een schrijnend gebrek aan diversiteit en een cultuur van ‘bro-grammers’. Gaat dat ooit beter worden?
Van Rossum: ‘Dat is nog steeds een probleem. Ik ben optimistisch dat we dat op lange termijn kunnen oplossen, maar dat vergt veel werk. De Python Software Foundation heeft veel gedaan rond het stimuleren van vrouwen en minderheden en heeft veel advies gevraagd om diverser te worden. De gebruikersgemeenschap is daardoor een van de meest diverse in de techwereld. Bij de kernontwikkelaars van Python daarentegen zijn er maar twee vrouwen op dertig. We zijn ons zeer bewust van het probleem.’

Hoe kijkt u aan tegen de staat van het web? Het onlinediscours wordt geteisterd door pesterijen. Glijdt het internet af van zijn oorspronkelijke missie?
Van Rossum: ‘Het is de taak van de hele maatschappij om daar iets aan te doen. De oorspronkelijke ontwikkelaars van het internet hadden veel voorzien, maar dat niet. Als de geest eenmaal uit de fles is, kan je de fles moeilijk vragen om de geest terug te nemen. Dat is niet pessimistisch bedoeld. Het is niet de eerste keer dat er onverwachte effecten van technologie zijn. Ik ga niet zeggen dat wetenschappers en techneuten voorzichtiger moeten zijn met wat ze uitvinden. Of dat ze hun verantwoordelijkheid niet nemen. Zolang ze de problemen maar zien.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content