Weg naar corona-app loopt langs Leuvens cryptolab

Bart Preneel, cryptograaf aan de KU Leuven. ©Debby Termonia

Als begin juli tests met de corona-app beginnen, is dat deels aan de Leuvense cryptograaf Bart Preneel te danken. Uit zijn lab groeide de digitale beveiliging, het hart van de app.

Carmela Troncoso. De naam zegt u vermoedelijk niets, maar de assistent-professor aan de Zwitserse universiteit EPFL lanceerde maandag mee de eerste grootschalige testen met SwissCovid, de coronatraceerapp die de Zwitsers vanaf midden juni voor het brede publiek beschikbaar willen maken. Nu al gaan duizenden ermee aan het werk. Wie in het cv van Troncoso grasduint, stuit op een Belgisch verleden: ze behaalde in 2011 haar doctoraat aan de KU Leuven.

Maar vooral: ze voerde onderzoek aan het COSIC-lab (Computer Security & Industrial Cryptography), een honderdhoofdige onderzoeksgroep aan de KU Leuven die focust op de bescherming van digitale informatie. In het wereldje is COSIC een naam als een klok. Die van zijn hoogste leidinggevende, de cryptograaf Bart Preneel, bijgevolg ook. Niet toevallig is het in België Preneel die de lijnen voor de corona-app uitzet. Die kan, mits snel politiek fiat, tegen begin juli van de grond komen. 

De lijn tussen Leuven en Lausanne, waar EPFL huist, is opperbest. Preneel, zijn vroegere pupil Troncoso en tien andere universiteiten vonden elkaar al snel tijdens de coronacrisis toen de roep om een traceerapp, die de contacten van coronapatiënten kan bijhouden, snel toenam. Een sluitende digitale beveiliging zou essentieel zijn. Preneel, Troncoso en co timmerden aan een standaard voor zo'n traceerapp, op basis van de bluetoothtechnologie die elke smartphone heeft. De data blijft op de smartphone zelf om de privacy - een paradepaardje van Preneel - te garanderen.

Aanzien

De technologiewereld viel, na een initieel rondje creatief gebikkel, als een blok voor de technologie die mee uit de Leuvense koker kwam. Technologiegiganten Apple en Google sloten een monsterverbond om hun besturingssystemen aan te passen voor een app. Hun oplossing nam dezelfde afrit als die van Troncoso, Preneel en co. Tal van Europese landen, waaronder Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland, kondigden al aan een app uit te rollen op basis van de standaard. Overal is er een lokale touch, maar de weg naar de app loopt onmiskenbaar door Leuven.  

Bart Preneel

Bart Preneel is gewoon hoogleraar cryptografische algoritmen bij COSIC, de onderzoeksgroep die focust op de bescherming van digitale informatie aan de KU Leuven. Hij is ook hoofd van de groep van een honderdtal mensen. 

 

In de coronacrisis plukt Preneel de vruchten van een monnikenwerk waar hij al sinds de jaren 90 mee bezig is: COSIC uitbouwen tot een onderzoeksgroep met het nodige technologische aanzien en een netwerk waardoor het internationaal kan meespelen. Haar technologische strepen verdiende COSIC door zich toe te spitsen op praktische oplossingen voor de industrie. 'Eind jaren 80 was de interesse in het vakgebied verschoven naar de meer theoretische kant', zei hij in een eerder interview met De Tijd. 'Maar wij bleven koppig als ingenieurs naar het probleem kijken en oplossingen bouwen.' 

Dat leverde COSIC in 2000 wereldwijde faam op. De Amerikaanse overheid bombardeerde een beveiligingstechnologie van Vincent Rijmen en Joan Daemen de facto tot de nieuwe wereldwijde beveiligingsstandaard. Chips van giganten zoals Intel en ARM kregen allemaal een 'Leuvens slot op de deur'. De Leuvense vingerafdruk staat op miljarden digitale toestellen, zoals smartphones en tablets. In 2015 volgde een nieuwe salvo: COSIC leverde de technologische argumentatie waarmee de Belgische privacywaakhond aantoonde dat Facebook ook niet-gebruikers volgde. Alweer een wereldprimeur. 

'Woordvoerder'

Critici stellen dat Preneel in die exploten zelden de grote technologische roerganger is. Hij is meer een 'belezen woordvoerder' dan de grote innovator, klinkt het. Tegelijk is het nog niet zeker dat de coronatraceerapp met de Leuvense technologie daadwerkelijk het brede publiek bereikt. Het bouwen van de interface die gebruikers zien en de integratie met de bestaande IT-systemen in de gezondheidszorg worden lastige horden. Daarin heeft COSIC geen expertise. 

Toch valt de waarde van Preneel voor COSIC niet te miskennen, luidt de interne repliek. Zijn zeer aanwezige houding maakt COSIC zichtbaar voor internationaal talent. 'Toen ik begon in 2002 waren we met 15, nu zijn we met 100. 60 à 70 procent van hen komt niet uit Vlaanderen', duidt onderzoeksmanager Dave Singelée. 'Dat geeft ons de kritische massa om snel in te spelen op de noden van de samenleving of de industrie, zoals nu met de app. Bart reist continu rond om ons in de picture te plaatsen. Ik denk dat hij 30 uur in een dag krijgt. Ik zou mijn leven niet willen ruilen met zijn leven.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud