interview

'Er waren altijd excuses om Huawei niet serieus te nemen'

Etienne Charlier kent Huawei al sinds 1995. ©Dieter Telemans

België vindt geen bewijs om de Chinese telecomreus Huawei te bannen wegens spionage. Alcatel-veteraan Etienne Charlier, die Huawei al sinds 1995 kent, vindt de spionagebeschuldigingen al te gemakkelijk. 'We accepteren niet dat China technologisch hard veranderd is.'

'Hoe-waa-wei' of 'waah-weih'? De uitspraak van Huawei, de Chinese leverancier van smartphones en netwerkapparatuur, blijft in het Westen een tongbreker. En dat voor een bedrijf dat het afgelopen jaar nochtans vol in de vuurlinie lag. De VS openden de jacht op het bedrijf, met de beschuldiging dat het Chinese regime via apparatuur van het bedrijf spioneert. Ons land opende een onderzoek, maar ziet nu geen bewijs om Huawei te bannen. Dat schrijft De Standaard maandag. 

Etienne Charlier is niet verbaasd over de uitkomst. De telecomveteraan leerde al in 1995 dat het 'waah-weih' is. Hij trok toen voor de Franse telecomreus Alcatel naar Sjanghai, als baas van de breedbandtak. 'In mijn eerste week hoorde ik al over Huawei. Ik kweekte snel respect voor het bedrijf, ik heb er jaren tegen moeten knokken.' Charlier hield het in 2004 voor bekeken bij Alcatel, maar resideert nu nog altijd in Sjanghai.

Tijdens een korte passage in Brussel is hij streng voor het Westen. Dat zoekt met de spionagebeschuldigingen alleen maar excuses nu de technologische kloof verkleint, oordeelt Charlier.

Hoe kent u Huawei? Als een bedrijf dat kopieert? Of dat zelf innoveert?

Etienne Charlier: 'Niemand weet of ze 100 procent zuiver op de graat zijn en nooit kopieerden. Maar tegelijk: niemand kan iets bewijzen. De telecomsector is wel een van de eerste sectoren die er in China op vooruit zijn gegaan. Bij mijn aankomst in 1995 ontdekte ik dat zij een product aanboden dat Alcatel ook in portfolio had. Ik moest dat gaan verkopen. Maar ik heb in dat segment amper iets verkocht. Zij bezetten die markt en dat is zo gebleven. Ook met de ADSL-aansluiting (voor sneller internet, red.) hebben ze ons het leven moeilijk gemaakt. In 1998 hadden we de helft van die markt in China in handen. Toen kwamen zij met een ADSL-product. In 2001 hadden we nog maar een derde van die markt.'

Hoe reageerden jullie daar dan op?

Veel mensen die vroeger voor Nokia of Ericsson werkten, zitten nu bij Huawei. Dat zijn serieuze mensen, die weten wat ze doen.
Etienne Charlier
ex-Alcatel-baas

Charlier: 'Er was bij Alcatel altijd wel een excuus om hen niet al te serieus te nemen. Zowel binnen de groep, als binnen de lokale organisatie. ‘Een klassieke aansluiting kunnen ze misschien wel bouwen, maar ADSL zeker niet’, klonk het eerst. Na de lancering van ADSL zei iedereen: ‘Oké, ze kunnen het bouwen, maar zeker niet in grote volumes.’ Toen dat lukte, klonk een ander riedeltje: ‘De Chinezen kunnen zeker iets bouwen, maar diensten aanbieden, zal niet lukken.’ Een andere klassieker was: ‘Ze verkopen met verlies!’ Tot bleek dat hun prijs perfect in lijn lag met het kostenplaatje. En we dat zelf ook konden halen.’

Hoe speelde Huawei dat dan klaar?

Charlier: ‘Het spendeerde in het begin van de eeuw meer aan onderzoek en ontwikkeling dan westerse bedrijven. Ingenieurs in China waren toen goedkoper dan hier. Huawei had dus veel meer mankracht. Er heerste in China toen ook wel iets minder respect voor copyright. En commercieel nam het bepaalde risico’s die grote bedrijven, zoals wij, niet konden nemen.’

Hebt u daar voorbeelden van?

Charlier: 'Ik hoorde dat Huawei eens het pleit over een bepaald contract had verloren. De telecomreus zei daarna aan de klant: 'Kijk, het door u gekozen bedrijf levert klassiek erg laat. Wij zullen onze infrastructuur toch al aansluiten. We nemen het later dan wel terug.' Ze hebben het nooit moeten terugnemen.' (lacht)

Heeft Huawei dan het verschil gemaakt met zijn strategie, in plaats van met zijn product?

Charlier: 'Die producten deden wat ze moesten doen. Commercieel speelden de Chinezen het gewoon slim en agressief. Ze luisterden naar hun klanten. ‘Wilt u dit? Oké, dan we geven we u dat.’ Dat was toen alleszins zo. Nu zijn ze te groot. Fundamenteel is het een goed bedrijf, met een goed management en een goede structuur. Veel mensen die vroeger voor Nokia of Ericsson werkten, zitten nu bij Huawei. Dat zijn serieuze mensen, die weten wat ze doen.’

Huawei is een privébedrijf, met een roterend management en aandelen die verspreid zitten over het personeel. Hoe kijken ze daar in China naar?

Charlier: ‘Zelfs in China is Huawei een atypisch bedrijf. Dat kan niet anders, het was een van de eerste private bedrijven. Begin jaren 90 was er nog geen privékapitaal. Dat is waarschijnlijk de reden waarom het aandeelhouderschap verspreid zit. In China heb je zuivere staatsbedrijven, zoals bijvoorbeeld de gas- en oliebedrijven, staatsbedrijven die daarna privé werden, zoals het elektronicabedrijf Haier, en de nieuwe generatie internetbedrijven die zuiver privé zijn, zoals de e-commercespeler Alibaba en de internetreus Tencent. Huawei valt daarbuiten. Het heeft zeker wel steun gekregen van de overheid, maar ook harde competitie gekend. Zowel met andere netwerkspelers, zoals ZTE, als met smartphonebedrijven zoals Xiaomi.'

Qua telecom heeft China niets meer te leren van ons. Hoe groot is de kloof in andere sectoren nog?

Ik kweekte snel respect voor Huawei, ik heb er jaren tegen moeten knokken.
Etienne Charlier
ex-Alcatel-baas

Charlier: 'Voor artificiële intelligentie en zelflerende algoritmes zitten ze minstens op hetzelfde niveau. Voor artificiële intelligentie zijn de speciale processoren waar die systemen op zullen draaien cruciaal. China heeft een aantal sterke bedrijven die zulke processoren ontwerpen. Wat betreft zelfrijdende auto's staan ze nog een paar jaar achter. Maar ook daarin gaan de Chinezen snel. In Suzhou, een voorstad van Sjanghai, heeft de overheid beslist in een deel van de stad twee wegdekken op elkaar te leggen: één voor gewone auto’s, en één voor zelfrijdende auto’s. Ze staan ook sterk in biotechnologie, bijvoorbeeld met toestellen die toelaten zwaktes in het DNA op te sporen.'

België heeft ook een reputatie in biotech. Moeten we ons zorgen maken?

Charlier: 'We zijn sterk erin, waarom zouden we ons dan zorgen maken? Ik zie Belgische biotechbedrijven die zelf de stap naar China voorbereiden. De Europese markt is voor Chinese bedrijven een uitdaging. Er zijn veel landen, die allemaal hun eigen taal en gewoonten kennen. Chinese bedrijven zijn meer gewoon aan een uniforme omgeving. Maar ze hebben die ambitie wel, dus het zal hen na verloop van tijd wel lukken. Maar het zal tijd vergen. Huawei heeft ook pas na tien jaar op de Europese markt zijn eerste grote successen geboekt.'

Dat brengt ons weer bij de kernvraag: wat als die Chinese bedrijven hier zijn en data delen met hun overheid? Of als westerse bedrijven dat moeten doen in China?

Charlier: 'Het regime kan veel doen, dat klopt. Maar is het daarin geïnteresseerd? Ik heb het nog niet gehoord dat bedrijven hun geheimen moesten delen. Wil je iets beschermen, kan dat. Je mag natuurlijk niet naïef zijn in China. Maar we focussen al te graag op de kantjes van China die we hier in het Westen niet zouden willen hebben. Dat is dan een excuus om niet over de rest te praten. We klagen nu over mogelijke bedrijfsspionage. Tegelijk accepteren we niet dat China technologisch hard is veranderd. Dat is al te gemakkelijk.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect