Advertentie

U bent nu offline

Journalisten zijn verslaafd aan hun smartphone. Slagen we erin om onze vakantie telefoonloos door te brengen en offline te gaan? We deden de test.

In één week tijd arriveren op de redactie twee nieuwe boeken over smartphoneverslaving. In ‘Is daar iemand?’ gaat de Nederlandse wetenschapsjournalist Wouter van Noort op zoek naar de objectieve waarheden achter smartphoneverslaving en legt hij bloot hoe de socialemediabedrijven die gewiekst in stand houden. In ‘Digital Detox’ beschrijft de Belgische coach Florence Pérès een methode om bewuster om te gaan met ons telefoon- en mediagebruik.

Voor ik beslis iets met het onderwerp te doen, ga ik bij enkele collega’s na of zulke boeken niet gewoon inspelen op hypes die het goed doen in lifestylemagazines. Zijn al die doemberichten over smartphoneverslaving niet overdreven? ‘Ja’, is het collectieve antwoord. ‘Onze smartphone is in de eerste plaats een handig werkinstrument.’

Maar dan vertelt iemand me dat ze voor het slapengaan zo vaak op haar telefoon keek dat ze die van haar man ’s nachts beneden moest laten liggen. Om vervolgens vast te stellen dat ze elke nacht stilletjes naar de keuken sluipt om een glas water te halen. En toch even Facebook te checken. Iemand anders bekent niet graag naar tv-programma’s met ondertitels te kijken, omdat hij dan niet tegelijk op Twitter kan. Nog iemand anders reed met 50 kilometer per uur op een paaltje omdat hij Twitter aan het checken was.

'Digital sabbath'

Maar zijn we daarom verslaafd? Om het tegendeel te bewijzen ga ik met drie collega’s de uitdaging aan om in onze vakantie digitaal te detoxen. Zowel Van Noort als Pérès geeft vakantieperiodes aan als ideale momenten om even af te kicken. Meer zelfs: tijdens zo’n ‘digital sabbath’ raden ze aan je smartphone gewoon thuis te laten.

Die optie wordt meteen afgeketst. Wegens een zieke moeder. Wegens een eerste trip naar Dublin. Wegens een week alleen thuis met zoonlief - ‘Wil je dat ik sociale zelfmoord pleeg?’. Ook ik geef toe dat ik tijdens mijn skivakantie wel eens een foto op Facebook wil zetten. Daarom maken we er een wedstrijd van: zo weinig mogelijk op onze smartphone tijdens de vakantie. De verliezer betaalt een fles champagne aan de rest.

50 minuten
Gemiddeld zit een Facebook-gebruiker 50 minuten per dag op het social medium.

Met apps als Moment, Breakfree en Offtime kan je perfect je telefoongebruik meten. Volgens een studie van IPA, de organisatie van de reclamesector in het Verenigd Koninkrijk, raadplegen plus-25-jarigen hun smartphone gemiddeld 264 keer per dag. De gebruikscijfers van Facebook leren dat een gebruiker gemiddeld vijftig minuten op het sociaal medium zit, heel vaak via zijn smartphone.

Op onze laatste werkdag voor de vakantie nemen we de proef op de som. Ik, die mezelf als een redelijke maar zeker niet verslaafde smartphonegebruiker zie, kom aan 86 pick-ups, momenten waarop je de telefoon aanzet. Goed voor 2 uur en 16 minuten op een dag. Toch even slikken.

Alle vier zitten we in de gevaarlijkste zone. We lijden aan ‘digital damage’.

Het dagelijkse gebruik van mijn collega’s zit tussen 50 minuten en - jawel - 5 uur. ‘Maar ik heb foto’s gemaakt op een tentoonstelling’, verweert de meest verslaafde onder ons zich. Volgens een zelftest in het boek ‘Digital Detox’ zitten we alle vier in de gevaarlijkste categorie van de zone. We lijden aan ‘digital damage’.

Meer burn-outs

De talloze wetenschappelijke studies die Pérès en Van Noort in hun boeken aanhalen, zijn beangstigend. Smartphones maken ons dommer en minder sociaal. We spenderen te veel tijd aan verre vrienden op Facebook, waardoor we onze intimi verwaarlozen. We lijden meer aan burn-outs. We kunnen ons minder lang concentreren dan een goudvis (9 seconden!) en verliezen capaciteit in ons werkgeheugen. We verliezen ook creativiteit, omdat we geen tijd over houden om te dagdromen.

‘Vind je het erg als ik je telefoon op mijn voorhoofd bind, zodat ik kan doen alsof je naar mij kijkt als ik praat?’ Het klinkt wat overdreven als ik het in Pérès’ boek lees, maar al op de eerste dag van mijn vakantie tikt een vriendin me op de vingers. Tijdens de après-ski op een zonnig terras met een prachtig uitzicht op de Italiaanse Alpen glijdt mijn vinger tijdens de conversatie als vanzelf naar mijn telefoon. Respectloos, ja. Maar durft u te beweren dat u nog nooit naar uw smartphone hebt gekeken tijdens een gesprek met een collega, een vriend, uw geliefde of uw kinderen?

Ik moet toegeven: 5 seconden nadenken voor ik mijn iPhone openklik, het lukt me niet, zelfs niet boven op een berg.

Van Noort geeft in ‘Is daar iemand?’ een praktische tip: wacht 5 seconden als je de drang voelt om naar je smartphone te grijpen. Vraag je af waarom je je telefoon wil checken. Is het iets belangrijks? Of is het gewoon een impuls die de dopamine in je brein activeert. Want telkens als we een bericht binnenkrijgen, komt die stof vrij als een soort beloning voor onze hersenen. Daarom geraken we verslaafd. ‘Door even te wachten krijg je enkele seconden voorsprong op je reptielenbrein. Die ene seconde kan ervoor zorgen dat je die sms bewust negeert, omdat je het belangrijker vindt om met je kind bezig te zijn.’

Ik moet toegeven: 5 seconden nadenken voor ik mijn iPhone openklik, het lukt me niet, zelfs niet boven op een berg. Van automatismes raken we maar moeilijk af. En dat is net waar Facebook en co. op inspelen. Allemaal willen ze ons zo frequent mogelijk naar hun platform lokken, met als ultieme doel meer advertenties verkopen.

Gebruikers verslaafd maken

De business van de sociale media is erop gebouwd de zwakheden in onze hersenen uit te buiten. De universiteit van Stanford in Silicon Valley heeft er zelfs een opleiding voor: het Persuasive Technology Lab. Op congressen als de Habbit Summit delen toplui van onder meer LinkedIn en het professionele netwerk Slack manieren om gebruikers verslaafd te maken. De blauwe vinkjes die je ziet als iemand je whatsapp heeft gelezen, zijn een manier om je sneller te doen nagaan of er al een antwoord komt. Het taggen van foto’s op Facebook dient vooral om gebruikers opnieuw naar de app te lokken.

Pérès stelt in haar boek een nogal confronterende vraag. ‘Gemiddeld zitten we drie uur per dag op een smartphone. Natuurlijk is dat niet allemaal verloren tijd. Maar stel dat één uur wel tijdverspilling is en stel je nu eens voor dat je één uur per dag extra had. Wat zou jij dan doen?’

Een uur per dag, dat is 7 uur per week, 28 uur per maand, 14 dagen per jaar. Ik moet niet lang nadenken over waar ik tijd te kort voor heb: boeken lezen, gaan joggen, de ketting van mijn fiets smeren en bloemen planten op het terras. Ik stel de vraag ook aan mijn collega’s in het WhatsApp-groepje dat we aangemaakt hebben - ik geef toe, een slinkse poging om hen toch naar de smartphone te doen grijpen. De antwoorden zijn parallel: sporten, iets met de kinderen doen, en slapen.

En de winnaar is

Het is donderdag, tijd om een winnaar aan te duiden. Zonder veel vertrouwen gooi ik mijn score in de WhatsApp-groep: 47 minuten. De volgende collega doet alvast beter: 30 minuten. Maar even later volgt de opluchting: onze chef cultuur, die van de vijf uur op zijn laatste werkdag, zit nog altijd aan 1 uur en 42 minuten. De jonge mama die thuis is gebleven, komt aan 50 minuten.

Ik ben geen fles champagne armer, maar alle vier hebben we gefaald. Al hoeft dat geen ramp te zijn. De Australische psychologe Jocelyn Brewer van de University of Sidney wijst erop dat een smartphone ons leven ook rijker, interessanter, handiger en intenser maakt. Om digitaal voedzaam te zijn schrijft ze drie M’s voor: mindful, meaningful en moderate. Je moet je bewust zijn van je gebruik, je moet telkens nadenken waarom je je smartphone vastneemt en je moet proberen te matigen.

De eerste twee M’s zijn alvast een beetje gelukt tijdens de vakantie. Maar of ik mijn gebruik effectief zal minderen? Geen idee. Met mijn drie collega’s spreek ik af het hier niet bij te laten: we nemen ons voor elkaar te blijven steunen en geregeld te checken of we al van onze verslaving af zijn. Hoe? Op WhatsApp, natuurlijk.

Lees de ervaringen van onze redacteurs in de volgende artikels

Wouter van Noort - Is daar iemand? - 2017, Bezige Bij, 224 blz., 17,15 euro.

Florence Pérès - Digital Detox - 2017, Lannoo, 200 blz., 19,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud