interview

De Balans | Conny Aerts, professor sterrenkunde en winnaar FWO-prijs

Conny Aerts: 'Dat meisjes rolmodellen ontberen is een groot probleem.' ©KULeuven

Conny Aerts (54) kreeg deze week als eerste vrouw de FWO-Excellentieprijs in de Exacte Wetenschappen. Die wordt sinds 1960 vijfjaarlijks uitgereikt. Hier maakt de professor sterrenkunde (KU Leuven) haar persoonlijke balans op.

Wat zijn uw belangrijkste activa?

‘Nieuwsgierigheid. Die is onbetaalbaar. Blije, geïnteresseerde studenten zijn mij het dierbaarst. Op de lagere school was ik al nieuwsgierig naar het heelal. Om astronaut te worden had ik het lichaam niet, dus hield ik het bij de theorie. Over de ruimtemissies krijg ik tijdens lezingen vaak de vraag: moet dat allemaal? Maar dankzij de nieuwsgierigheid waarop ze drijven vinden we dingen uit waar iedereen beter van wordt.’

Wie heeft in u geïnvesteerd?

‘Ik kom uit een arbeidersgezin. Dit gesprek voeren we dankzij meester Quirijnen, de directeur van de lagere school in Brasschaat waar ik zat. Hij had door dat ik niet dom was. Toen ik twaalf was, vroeg hij wat ik wou worden. ‘Dat doet er niet toe, ik zal toch nooit kunnen studeren’, zei ik. ‘Maar als het toch zou mogen: sterrenkundige.’ Hij heeft mijn ouders gezegd dat ze me mijn zin moesten laten doen. Hij heeft me gevolgd tot hij na mijn doctoraat is overleden. Later heeft Janet Akyüz Mattei me erg gesteund. Zij was de directrice van de American Association of Variable Star Observers in Boston en kinderloos. Die waren voor haar generatie onmogelijk te combineren met een academische carrière. Als postdoc met kleine kinderen had ik het erg moeilijk. ‘Jij zal het beter doen dan ik!’, zei ze.

Investeert u in anderen?

Ik wil meer kansengroepen bij mij, maar dat vergt actie. Tot nu krijg ik de politiek en het bedrijfsleven niet mee.

‘Ik heb nog nooit nee gezegd tegen een student. Doctorandi begeleiden staat bovenaan op mijn lange prioriteitenlijst. Stuk voor stuk zijn het speciale mensen. Dat ik de eerste vrouw in 60 jaar ben die deze FWO-prijs krijgt, is niet abnormaal in de context van internationale, prestigieuze awards op voordracht. Mijn oplossing - een man én een vrouw nomineren - is men niet genegen. Dat meisjes rolmodellen ontberen is een groot probleem, en een van de redenen waarom ze te weinig STEM-diploma’s behalen, terwijl de vacatures niet ingevuld raken. De helft van de markt laten liggen lijkt me niet slim. De paar vrouwen in mijn team moest ik in het buitenland halen. Allochtonen vinden is nog moeilijker. Zij raken amper in het aso. Ik wil meer kansengroepen bij mij, maar dat vergt actie. Daarvoor moet ik de politiek en het bedrijfsleven mee krijgen. Daarin faal ik tot nu.’

Hebt u voldoende in uw eigen kinderen kunnen investeren?

‘Mijn man en ik hebben onze academische loopbanen gecombineerd met kinderen, en hen zelf opgevoed. We gebruikten naschoolse opvang, maar we namen hen ook mee naar congressen. Dat was een strijd. Toen mijn dochter klein was, werkte ik twee dagen per week in Utrecht. Elke week was het crisis. Ik moest het doen om prof te kunnen worden, maar mijn kind was er ongelukkig door. Toen moest ik hard zijn. Later werden we samen wel voetbalmama en -zus voor mijn zoon.’

Wat was uw kwantumsprong?

Ik amuseer me te pletter, maar je hobby als beroep: dat blijft koorddansen.

‘In 2003 ontdekte ik hoe we uit sterbevingen kunnen afleiden hoe sterren binnenin draaien. Een eurekamoment, na twintig jaar van metingen waarmee mijn promotor was begonnen maar die hij had stopgezet. De ontdekking kwam in Science en lag aan de basis van mijn huidig vakgebied. In 2006 gaf de lancering van ruimtemissies om exoplaneten te zoeken een boost aan de asteroseismologie, waarvan ik voor zware sterren de founding mother werd genoemd. Vergelijk het met de renaissance die ons van de middeleeuwen naar de gouden eeuwen leidde. Dankzij die ruimtemissies zitten we in de renaissance als het over het inwendige van sterren gaat.’

Bent u ooit in het rood gegaan?

‘Mentaal niet, maar als postdoc met jonge kinderen en het ene tijdelijke contract na het andere raakte ik fysiek uitgeput. Ik belandde in het ziekenhuis. Na een doctoraat tien jaar wachten op een vaste plek is veel te lang, omdat het samenvalt met de kinderwens. Voor mij was het de lastigste periode, terwijl het de leukste had moeten zijn. Ook jonge vaders hebben er last van. Dat vraagt actie van onze ministers. Nu herken ik de signalen, maar ik blijf overenthousiast en slaap nog altijd te weinig.’

Is uw balans in evenwicht?

 ‘Voor mij wel, al vinden anderen van niet. Ik amuseer me te pletter, maar je hobby als beroep: dat blijft koorddansen. De winst zit vooral in mijn tientallen doctorandi en postdocs die overal ter wereld allerlei beroepen uitoefenen: van academici tot leraars en toppers in de IT-sector. Dat is mijn erfgoed.’ 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud