Joe Davis, de man die wetenschappers uitdaagt aan het MIT

©SISKA VANDECASTEELE

Joe Davis is al meermaals gek verklaard. Toch slaagde hij er als eerste in menselijke kennis te coderen in DNA. Vandaag haalt de kunstenaar klassieke wetenschappers uit hun comfortzone aan twee gerenommeerde Amerikaanse universiteiten. ‘In een wereld vol nachtmerries moet je erop vertrouwen dat sommige mensen ook mooie dingen dromen.’

‘Toen ik 13 was, besloten mijn ouders dat ik knettergek was.’ Joe Davis (68) grijnst breed door zijn verwilderde baard. Op het eerste gezicht valt niet uit te sluiten dat pa en ma gelijk hadden. Davis heeft de looks van een dakloze piraat. Hij draagt een slobberhemd boven een hoody, een aftandse leren vest en een legergroene pet. Uit zijn omgeslagen rechterbroekspijp prijkt een metalen been, zelf geknutseld uit een oude baseballbat en de onderdelen van een oude lamp.

Maar zoals bekend loopt er een dunne lijn tussen gek en geniaal. En bij niemand is die grens zo dun als bij Davis. Sinds hij in 1982 onuitgenodigd op het Department for Visual Studies van het Massachusetts Institute for Technology (MIT) binnenviel, is hij kind aan huis bij de gerenommeerde Amerikaanse universiteit, als lesgever en onderzoeker. En ook aan die andere universiteit uit Cambridge heeft Davis al jaren een vaste plek. Aan Harvard verzon de vermaarde geneticus George Church zelfs een functie, gewoon om Davis aan boord te kunnen halen.

Joe Davis (68) groeide op in de Amerikaanse staat Mississippi.

Hij werd van drie middelbare scholen en twee universiteiten gestuurd. Uiteindelijk behaalde hij een diploma in kunst.

Nadat hij even als mecanicien en beeldend kunstenaar in Mississippi had gewerkt, trok Davis naar Cambridge. Daar viel hij het department visuele kunst binnen om naar een job te hengelen. Het hoofd van de opleiding belde in een eerste reactie de politie. Maar tegen dat die arriveerde, had Davis hem overtuigd om hem een plaats te geven.

Aan het MIT en Harvard heeft hij vandaag het statuut van research fellow. Daarnaast reist hij de wereld rond om zijn visie op kunst, wetenschap en de oneindige schoonheid van het universum te delen.

Wat Davis precies aan beide universiteiten doet, is niet zo nauw gedefinieerd. De jobomschrijving die wellicht het best past, is ‘ongeleid projectiel’. Van opleiding is Davis een kunstenaar. Maar in de plaats van verf en borstel gebruikte hij wetenschap om zijn ideeën vorm te geven. Hij is de grondlegger van een wereldwijde beweging die bekend raakte als ‘bioart’, een kunststroming die wetenschap en technologie gebruikt om het klassieke denken uit te dagen en een andere blik op de wereld te bieden.

Het MIT en Harvard drukken Davis aan de borst omdat hij klassieke wetenschappers uit hun comfortzone weet te halen. In een reportage van het Amerikaanse wetenschappelijke tv-programma Nova zegt Church: ‘Veel van wat voor serieuze wetenschap doorgaat, evolueert enorm traag. Er verandert zo weinig. En dan heb je Joe. Met zijn unieke blik dwingt hij ons dingen anders te benaderen, waardoor we meer kans maken dingen te ontdekken die écht iets veranderen.’

In die hoedanigheid van inspiratiebron was Davis deze week in Antwerpen, op uitnodiging van Frederic Vandermoere, socioloog aan de Universiteit Antwerpen. De twee leerden elkaar kennen toen Vandermoere een jaar aan Harvard aan een postdoctorale werkte. Een toevallige ontmoeting op straat - ‘ik denk dat Joe me om een vuurtje vroeg’ - leidde tot een vriendschap en lange avonden in de cafés van Cambridge, waar wetenschappers van allerlei achtergrond discussieerden over wetenschap, kunst, ethiek en filosofie.

‘Het is een unieke omgeving’, zegt Vandermoere. ‘En door Joe uit te nodigen hoop ik die spirit door te geven aan mijn studenten. Joe kan hen laten inzien dat ze zich niet alleen met hun vakgebied moeten bezighouden, dat het goed is om af en toe over het muurtje te kijken.’

Interstellaire boodschap

Davis kijkt niet alleen over de muren, hij sloopt ze, met een grijns op de lippen. De vraag of hij zichzelf als een kunstenaar of een wetenschapper ziet, wuift hij weg. ‘Die vraag is niet relevant. De twee zijn onlosmakelijk verbonden, als een Chinese vingerval. Als je die uit elkaar trekt, stelt ze niets meer voor. Waarom zou ik dan het een of het ander moeten zijn? Zowel wetenschap als technologie is een creatieve manier om de wereld te omschrijven. Om nieuwe vensters te openen.’

Het is niet ondenkbaar dat het internet ooit wordt vervangen door DNA.
Joe Davis, kunstenaar

Davis doet het met succes. Zijn lijst projecten is eindeloos. Maar één springt er nog altijd uit: dat rond de communicatie met eventueel leven in andere sterrenstelsels. Davis onderzocht hoe je zoiets aanpakt. Een interstellaire boodschap is minstens 25.000 lichtjaren onderweg, de drager van je informatie moet extreme omstandigheden zoals straling, druk en veroudering kunnen weerstaan, en moet bovendien miljarden keren kunnen worden gekopieerd als je wil dat ze ooit iemand ergens in het universum kan bereiken. Door in het MIT en Harvard rond te zwerven kwam Davis plots op het antwoord: het DNA van bacteriën voldoet aan alle voorwaarden. Hij zou dus eigenlijk een boodschap moeten kunnen inplanten in het DNA van een bacterie.

Na lang aandringen vond Davis wetenschappers die hem wilden leren hoe je DNA kan synthetiseren. Met die kennis ontwierp hij de boodschap die hij de ruimte in wilde sturen. Hij ontwierp een afbeelding, de Microvenus. Die combinatie van een Y en een I leek niet alleen op een antenne, in het oude runenschrift stond ze ook symbool voor vrouwelijkheid en de wereld. Die afbeelding zette hij om in binaire code, die weer kon worden omgezet in 18 basenparen synthetisch DNA. Dat DNA werd vervolgens toegevoegd aan het DNA van de E. coli-bacterie.

De boodschap werd uiteindelijk nooit verstuurd. ‘Ik zou nooit het risico willen lopen buitenaards leven te besmetten met menselijke organismen’, zei hij daarover. Maar als kunstproject had Davis iets ongelooflijks bereikt: hij was er als eerste in geslaagd menselijke kennis te coderen in DNA. Daarmee werd een belangrijk principe bevestigd: DNA kan drager zijn van andere informatie dan pure genetica.

©SISKA VANDECASTEELE

‘Destijds werd ik gek verklaard. Nog maar eens’, grinnikt Davis. ‘Vandaag staat de wetenschap steeds verder met het coderen van informatie in DNA. In principe kan je de integrale menselijke kennis veiligstellen via DNA. Maar in welke taal zou je dat dan bewaren? Er zijn al meer talen uitgestorven dan er nog leven. Dus moet je eigenlijk gaan denken in termen van afbeeldingen, zoals de hiërogliefen van de Egyptenaren. Helemaal ideaal zou zijn om met 3D-afbeeldingen te kunnen werken van alles wat bestaat. Maar hoe schrijf je een taal in 3D?’

Davis is op dreef. Hij klapt zijn Macbook open en opent enkele afbeeldingen. ‘Kijk, dit is een vouwpatroon voor een DNA-nucleus’, zegt hij enthousiast. Op het scherm verschijnt een tekening vol lijnen. Davis haalt een stuk papier uit zijn jaszak. ‘Hier, zo ziet dat er gevouwen uit. Als je nu van alles wat bestaat zo’n vouwpatroon zou kunnen maken en dat coderen, dan kan je werkelijk alles opslaan in DNA. Voor eeuwig! Het is niet ondenkbaar dat het internet ooit wordt vervangen door DNA.’

Wat volgt, is een uitleg over interatomaire afstanden, vectoren, mystieke verbindingen tussen elementen en de structuur van DNA. Er passeren nog projecten de revue, waaronder een over de microorganismen in zout van over de hele wereld. Ik knik beleefd, maar geef dan toch toe dat hij me kwijt is. ‘Dat overkomt me wel vaker’, zegt Davis begrijpend. ‘Soms doe ik mijn mond open en begrijpt niemand wat ik wil zeggen. Andere keren zeggen wetenschappers dat wat ik wil doen interessant is, maar niet relevant. En twintig jaar later word ik dan geciteerd in ernstige literatuur.’

Rotdag

Is wetenschappelijke relevantie een drijfveer? Davis krabt in zijn baard. ‘Ken je het Pygmalion-effect? Die term uit de sociologie en psychologie houdt in dat als we bepaalde verwachtingen hebben, die meer dan waarschijnlijk ook uitkomen. Als je ervan overtuigd bent dat vrijdag de 13de een rotdag wordt, wordt vrijdag de 13de wellicht een rotdag. Op die manier moeten we ervan uitgaan dat de meeste van onze dromen uitkomen. Wel, in een wereld vol nachtmerries moet je erop vertrouwen dat sommige mensen ook mooie dingen dromen. Dát is wat ik doe: ik droom mooi.’

Voor de foto’s willen we iets artistiekers dan een koffiebar. Omdat Rubens voorkomt in de presentatie die Davis later op de dag aan de UAntwerpen zal geven, besluiten we naar het Rubenshuis te trekken. Davis puft en zwoegt, tikkend op zijn baseballbatbeen, maar weigert alle hulp. Als ik opmerk dat er aan zijn MIT een labo is dat ’s werelds meest geavanceerde protheses maakt, proest Davis het uit. ‘Die hebben geen panache! Een mooie vrouw is sneller geneigd te dansen met iemand met zo’n been dan met zo’n suffe prothese.’

Davis in drie projecten

1. Poetica Vaginal

De astronomen Carl Sagan en Frank Drake stuurden in 1974 voor het eerst een voor buitenaards leven bedoelde boodschap de ruimte in. Daarbij zaten de gecodeerde afbeeldingen van een man en een vrouw. Alleen, van de vrouw werd de anatomie gecensureerd. Uit protest tegen die preutsheid besloot Davis zelf een boodschap op te stellen. Daarvoor zette hij de vaginale contracties van ballerina’s van het ballet van Boston om in geluidssignalen, die hij met de Millstone Radar van het MIT richting andere sterrenstelsels stuurde. ‘Als er intelligent leven bestaat, zullen ze vooral nieuwsgierig zijn naar hoe wij ons voortplanten’, redeneerde hij.

2. Bombyx Chrysopoeia

In samenwerking met twee Harvard-genetici manipuleerde Davis de genetica van de zijdemot, zodat die een transgene vorm van zijde produceert. Door de specifieke chemische samenstelling bindt die zijde zich aan geselecteerde metalen, zoals goud en platinum. Het principe zou in de toekomst kunnen dienen om zware metalen uit zwaar verontreinigde gebieden te filteren.

3. Astrobiological Horticulture

In dit project verkent Davis de mogelijkheid om organismen te creëren die kunnen overleven op Mars. Het idee is oeroude organismen, die bewaard zijn gebleven in zoutkristallen, weer tot leven te wekken. Davis reist de wereld rond om overal zoutkristallen op te diepen. Hij kreeg zelfs toegang tot een komeet, waarin hij hoopt buitenaardse organismen aan te treffen.

De volledige waarheid is dat het geknutselde been een deel van zijn imago is geworden. Net zoals de mystiek die hij rond zijn missende ledemaat heeft gecreëerd. Vraag hem hoe hij zijn been is kwijtgeraakt, en je krijgt een donker gedicht over een alligator te horen. Waarschijnlijker is dat Davis zijn been verloor in een motorongeval, toen hij nog als garagist werkte in Mississippi, waar hij opgroeide.

Via de Meir lopen we naar de Wapper, om te constateren dat het Rubenshuis gesloten is. Davis bonkt op de deur tot een bewaker komt opendoen. ‘Ge kunt morgen terugkomen om uw foto’s te komen pakken’, zegt die onverbiddelijk. En dus ploffen we even verderop neer voor een drankje, enkele sigaretten en een moment rust. ‘Ik vind het fijn dat ik af en toe even moet rusten’, zegt Davis, zijn gezicht in de zon. ‘Het dwingt me om rond te kijken. Waat je, er is geen tekort aan inspiratie in de wereld.’

Zijn grote geluk is dat hij al die inspiratie kwijt kan in een enorm netwerk van briljante geesten, zegt hij. ‘Ik ben niet wetenschappelijk geschoold. Harvard en het MIT zijn voor mij het Land van Oz. Ik heb toegang tot de slimste mensen die op de aardbol rondlopen. Tot de vooruitstrevendste technologie ook, van een radar tot een nucleaire reactor. En het fijnste is: als je er als kunstenaar rondloopt, is het toegestaan dat je domme vragen stelt. ‘Zou dit kunnen werken?’, vraag ik dan. En dan zeggen ze eerst: ‘Nee, Joe.’ En daarna: ‘Wacht eens, misschien...’ (lacht)

Davis is de laatste om zichzelf te overschatten. ‘Ik vind mezelf allesbehalve een genie. Ik ben een doodgewone kerel die zijn ogen openhoudt’, zegt hij. ‘Ik volg doorgaans gewoon enkele logische stappen die iedereen zou kunnen zetten. Maar weinigen volgen. Ik speur de wereld af naar collega’s, maar ik blijf eenzaam.’

Slim en dwars

©SISKA VANDECASTEELE

Het is stilaan tijd voor zijn lezing. We wandelen terug naar de universiteit. Als een klas schoolkinderen nieuwsgierig omkijkt naar de piraat die hen kruist, trakteert Davis hen op een pirouette op zijn metalen been. Even verderop raakt hij geïntrigeerd door de elektrische stepjes die in de stad verspreid staan. Hij vraagt een gebruiker of hij eens mag proberen. Even later zoeft hij door de straat, baard in de wind.

‘Ik word meer dan gemiddeld voor gek versleten’, zegt hij grijnzend. ‘Ik ben ook al twee keer voor de rechtbank gedaagd omdat ik bezeten zou zijn door de duivel. Gelukkig blijkt dat niet illegaal. (lacht) Weet je, creativiteit is niet normaal. Het wordt vaak geassocieerd met bepaalde psychopathologieën. Welke de mijne is, weet ik niet. Misschien moet ik me eens laten testen.’

Bij de psycholoog was hij wel al eens, nadat hij op zijn 13de voor het eerst van school was gestuurd en zijn ouders dachten dat hij knetter was. ‘Ik heb onlangs het verslag teruggevonden. Wacht.’ Davis slaat zijn Macbook weer open. ‘Hier, lezen.’ Op de drie ingescande papieren uit 1964 staat het verdict: bovengemiddeld slim, een wat dwarse persoonlijkheid, een aangeboren talent voor kunst en een fascinatie voor hoe de wereld in elkaar zit.

Het verslag eindigt met suggesties voor een loopbaankeuze. Naast onder meer psycholoog en leraar staat ‘scientific artist’. ‘Doesn’t that blow your mind? Dat is een functie die ze decennia later hebben uitgevonden voor mij. Maar die psycholoog voorzag dat op een of andere manier. Misschien bestaat er toch iets als het lot?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect