interview

'Dat bijen tot vier kunnen tellen, is dat niet prachtig?'

©AFP

Dat ze met veel zijn, wisten we, en dat ze vaak vervelend zijn. Maar wie ‘Terra insecta’ van de Noorse Anne Sverdrup-Thygeson leest, gaat van insecten houden en ze bewonderen. Respect voor het insect! ‘Dat bijen tot vier kunnen tellen, is dat niet prachtig?’

‘Ik maak me geen illusies’, zegt professor Anne Sverdrup-Thygeson in het Amsterdamse Ambassade-hotel. ‘Niemand stapt een boekenwinkel binnen met het idee: nu ga ik eens een non-fictieboek over insecten kopen.’

Maar daarom is ze hier dus. Om ‘Terra insecta’ te promoten, haar boek van 240 bladzijden ‘over de fascinerende beestjes die de wereld draaiende houden’. Dat is de ondertitel. En citeren we dan de allereerste twee zinnen van de inleiding. Die gaan zo: ‘Tegenover iedere persoon die nu op de aarde rondloopt, staan meer dan 200 miljoen insecten. Terwijl jij deze zin leest, scharrelen, kruipen en fladderen er over de hele wereld tussen de een en drie triljoen (een één met achttien nullen) rond, dat is meer dan alle zandkorrels op alle stranden van de wereld bij elkaar opgeteld.’

De Noorse schrijfster Anne Sverdrup-Thygeson, schrijfster van 'Terra insecta'. ©mark horn

In een boek dat zo begint, lees je verder en de 52-jarige Noorse professor slaagt erin iemand die van geen enkel dier houdt - op pinguïns na - vast te houden, te boeien en te begeesteren voor wat we tot nu ellendig ongedierte vonden. Met weetjes, met kennis, met inzichten en vooral met verhalen. Zo’n boek dat je inderdaad niet zoekt, maar dat je na die eerste zinnen toch lekker mee naar huis neemt.

Alvast een voorbeeld. In 2011 kreeg een dazensoort de naam ‘Scaptia beyonceae’. Lezen we dat tweede deel goed, dan herkennen we Queen B: ‘De beyoncevlieg kreeg die naam om twee redenen’, schrijft Sverdrup-Thygeson. ‘Zij was voor het eerst in haar geboortejaar gevonden, al werd ze pas jaren later geïdentificeerd en kreeg ze toen pas een naam. Maar de voornaamste reden was dat ze zo’n mooi achterste had.’

Overigens is die beyoncedaas niet het insect met de langste seks. Dat zijn de Indiase wandelende takken. Die doen het lekker 79 dagen aan een stuk.

Haar T-shirt staat vol insecten (‘ik heb er zeker 15 verschillende, onlangs gaf ik in Engeland drie weken les en ik slaagde er als gimmick in elke dag een andere te dragen’) en haar leven is erdoor bepaald. ‘Net liepen we door het Vondelpark en daar zag ik maar één dode boom liggen’, zegt ze. ‘Niemand staat daarbij stil, maar dat is eigenlijk rampzalig. Een op drie van alle insectensoorten leeft van dood hout. Verdwijnt dat, dan verdwijnen ook die beestjes.’

Toen ik mijn dochter het verhaal vertelde over de insecten en de zandkorrels, vroeg ze: hoe tellen ze dat?
Anne Sverdrup-Thygeson: (lacht) ‘Dat is natuurlijk een schatting en er zijn verschillende manieren om dat te berekenen. Maar een van de tellingen gebeurde in het tropisch regenwoud, waar ze de insecten telden die in één bepaald soort boom leven en dat vermenigvuldigden ze met het aantal bomen. Ze deden dat met 19 verschillende boomsoorten, et voilà. Bomen zijn bijzonder belangrijk. Zowel levend als dood.’

Als kind speelde ik met bloedzuigers. En er was niemand die me zei dat ik dat vies moest vinden.
Anne Sverdrup-Thygeson

Hoe raakt iemand als kind geïntrigeerd door mieren, fruitvliegen of wespen?
Sverdrup-Thygeson: ‘Mijn vader was een militair en we verhuisden vaak, maar de zomers en de weekends brachten we door in een hutje op een eiland. Dat hutje diende enkel om te slapen, zelfs eten moesten we buiten doen. Er was verder niemand om mee te spelen. Ik zag mieren en wespen en kevers en die begonnen samen met de natuur een deel van mijn dagelijks leven uit te maken. (glimlacht) Ik speelde met bloedzuigers. En er was niemand die me zei dat ik dat vies moest vinden.’

Dus ging u biologie studeren.
Sverdrup-Thygeson: ‘Dat kwam pas later. Eerst studeerde ik geschiedenis. Dan trok ik naar Amerika om een jaar journalistiek te studeren en pas nadien, terug in Noorwegen, begon ik aan biologie.’

Dan is dit boek een mooie combinatie van die drie: geschiedenis, onderzoek en schrijven. Maar dan niet academisch, wel zeer modern als storytelling.
Sverdrup-Thygeson: ‘Dit is mijn allereerste boek en ik wist helemaal niet hoe ik dat moest doen. Maar in de herfst van 2014 schreef ik me in voor een cursus schrijven die Aftenposten (de grootste krant van Noorwegen, red.) organiseerde. Ze zochten professoren die regelmatig over allerlei onderwerpen bijdragen konden leveren, maar dan in niet-academische taal. Ik was 48, eigenlijk al te oud, maar ik smeekte me er toch binnen.’

‘We moesten vooraf twee verhalen inleveren die tijdens die tweedaagse cursus besproken werden. Het ene verhaal geraakte uiteindelijk in de krant, het andere op de site. Nadien benaderde een uitgever me met de vraag naar een boek over insecten. (lacht) Die had wel een soort veldgids van insecten in Noorwegen in het hoofd. Ik zei: ‘Ik wil zeer graag een boek schrijven, maar niet dát boek.’ Ik wilde dit boek schrijven.’

Wat verbazend is: de homo sapiens bestaat amper 200.000 jaar, maar insecten waren er al 479 miljoen jaar geleden. Dat zijn sterke beestjes.
Sverdrup-Thygeson: ‘Ruim 150 miljoen jaar waren ze op het land de ‘sole masters’, lang voor er sprake was van de dinosaurussen. En ze overleefden ze. Alleen al daarom mogen we wat respect hebben voor de insecten. Betekent dat nu dat ik geen vliegen of muggen doodsla? Natuurlijk doe ik dat. Sla die gerust dood. Door dat te doen bedreigen we ze niet in hun bestaan. Dat doen we wel door het intensieve grondgebruik, overal in de wereld, maar zeker ook in landen als Nederland en België. Intensieve landbouw, boskap en het verdwijnen van bomen in de steden: dát zijn bedreigingen. Net als de klimaatopwarming natuurlijk, en het gebruik van pesticiden.’

Aan dat laatste wordt gewerkt. In België is Roundup bijvoorbeeld verboden. Is dat belangrijk of is het een druppel op een hete plaat?
Sverdrup-Thygeson: ‘Dat is zeer belangrijk, net als het verbod op neonics (insecticiden die door de Duitse chemiereus Bayer ontwikkeld werden en sinds dit jaar door de Europese Unie verboden zijn, ter bescherming van de bijenpopulatie, red.). Monsanto en Bayer hebben er natuurlijk geen interesse voor om iets negatiefs over hun producten te vertellen, zoals de tabaksindustrie dat een paar decennia geleden in de VS ook niet had.’

‘Een bij die met Roundup of neonics wordt bespoten, sterft niet noodzakelijk meteen. Maar die neonics werken in op het centrale zenuwstelsel, waardoor ze het vermogen verliezen zich te oriënteren. Dat weten we pas recent, maar de gevolgen zijn dramatisch. Vorige maand kwam nog een studie uit waaruit bleek dat glyfosaat uit Roundup de darmbacteriën van honingbijen aantast en zo hun immuunsysteem. Dat leidt tot nog grotere sterfte. Het is niet omdat insecten al 479 miljoen jaar bestaan, dat ze tegen alles bestand zijn.’

Dat maakt ‘Terra insecta’ duidelijk: het belang van bijen, mieren en andere muggen en wespen voor de biodiversiteit kan onmogelijk worden overschat. Ze vertelt over een nieuwe studie, vorige week in The Guardian verschenen, waaruit blijkt dat de insectenpopulatie in Puerto Rico in 40 jaar zo is gedaald dat amper 2 tot hooguit 25 procent overblijft. ‘Dat komt niet door pesticiden, want het gebruik ervan is in dezelfde periode met 80 procent gedaald’, zegt ze. ‘Het heeft zeker met de klimaatcrisis te maken. Het gevolg is dat ook insecteneters, bepaalde vogelsoorten en kikkers verdwijnen.’

Toch ziet niemand insecten als bedreigde diersoorten, zoals de panda. Zijn er eigenlijk beleidsmakers die u advies vragen?
Sverdrup-Thygeson: ‘Het is goed dat de panda beschermd wordt, maar alle aandacht daarvoor neemt de aandacht voor andere soorten weg. Het gaat bij insecten natuurlijk over hun rol in de bestuiving, maar het is veel meer dan dat. Ze spelen een gigantische rol in het recycleren en in de compostering van dood materiaal. Eigenlijk is dat de basis van het leven op aarde, en dat gaat zelfs verder dan 479 miljoen jaar geleden. Hun rol is dus van ontzettend groot belang. Maar het is niet zo sexy, dat weet ik. Ik ben in Noorwegen gaan spreken voor parlementsleden van de groenen en de socialisten. En de groenen hebben een memorandum over insecten geschreven.’

Collega’s uit de geneeskunde staan verstomd als ze de resultaten zien van het onderzoek op de hersenen van sommige insecten.

Maar zitten ze in de regering?
Sverdrup-Thygeson: (lacht) ‘Zoals de meeste Europese landen hebben we een rechtse regering. Dus neen. En eerlijk: rechts is niet echt met insecten bezig. De minister van Landbouw en die van Wegen en Verkeer zullen er wel eens iets over zeggen, maar alleen als het niet interfereert met de economie en de werkgelegenheid. Insecten creëren geen jobs. Aandacht voor de natuur is maar the icing of the cake. Het is een hobby. Terwijl ze niet inzien dat dat natuurlijk kapitaal is, zoals geld op de bank. Door nu niets te doen, zitten ze echter niet alleen aan de intrest, maar ook aan alles wat we gespaard hebben.’

Tijd voor nog wat weetjes. Wie ooit het prachtige ‘Zijde’ van Alessandro Baricco las, een roman met een aandoenlijk mooi liefdesverhaal, raakte in de ban van de zijderupsen. Sverdrup-Thygeson kent het boek niet, maar ze slaat de tip op in haar iPhone. Zelf schrijft ze in ‘Terra insecta’: ‘Elk jaar geven bijna honderd miljard zijderupsen hun leven zodat de mens zijde kan maken.’

Dat libellen het voorbeeld waren voor de ontwikkeling van drones is bekend. Dat er ondertussen vijf Nobelprijzen werden uitgereikt voor onderzoek op insecten is dat misschien minder. Dat in China elk jaar een tweedaags kampioenschap krekelvechten wordt georganiseerd ook. Daar is de Chinese wandelende tak met zijn 62,4 centimeter het grootste insect ter wereld. De Kikiki huna zijn met hun 0,16 millimeter de allerkleinste dwergsluipwespen. De Tinkerbelwesp - officieel de ‘Tinkerbella nana’, inderdaad genoemd naar de fee uit Peter Pan - is amper groter: ze kan landen op het puntje van een mensenhaar.

Hebt u een voorkeur voor een van die verhalen?
Sverdrup-Thygeson: ‘Er is een wesp die kakkerlakken verlamt, al is dat niet het juiste woord. Want die wespen kunnen die kakkerlakken niet dragen. Maar ze zuigen in ieder geval de ziel uit die kakkerlak, waardoor die zijn vrije wil verliest. Hij laat zich gewillig als een hond aan de leiband door die wesp meenemen en wandelt zelf naar de plek waar de wesp hem begraaft en verder opeet. Die wesp heet de Ampulex dementor, naar de dementor uit Harry Potter. Na een publieke competitie werd die naam gegeven.’

Die wesp is een voorbeeld van hoe slim insecten zijn. U schrijft dat sommige met elkaar communiceren en dat er zelfs een mierensoort is waarvan de volwassen mieren de kleintjes in tandem leren lopen.
Sverdrup-Thygeson: ‘Collega’s uit de geneeskunde staan verstomd als ze de resultaten zien van het onderzoek op de hersenen van sommige insecten. Het biedt kansen. Er is een wesp die mee aan de basis ligt van de technieken van gezichtsherkenning. (bijna euforisch) Het feit dat een honingbij tot vier kan tellen en dus het concept van 1, 2, 3, 4 kent!’

Dat laatste blijkt uit onderzoek. ‘Honingbijen werden in een tunnel geplaatst en leerden dat ze een beloning kregen als ze een bepaald aantal herkenningspunten waren gepasseerd, onafhankelijk van hoelang ze moesten vliegen’, lees je in het boek. ‘Het bleek dat bijen tot vier kunnen tellen en als ze dat eenmaal hadden geleerd, konden ze zelfs tellen als ze de herkenningspunten nog niet eerder hadden gezien.’

Er zijn zelfs cicaden die blijkbaar tot 17 kunnen tellen. Of beter: die na exact 17 jaar van onder de grond komen om zich voort te planten.
Sverdrup-Thygeson: ‘Een bepaalde soort doet dat na 13 jaar, andere inderdaad na 17 jaar. Elke generatie blijft 17 jaar onder de grond zitten en komt op het juiste moment naar boven. Wonderbaarlijk.’

De Vlaamse dichter Guido Gezelle maakte ooit een gedicht dat ‘Het Schrijverke’ heet en waarvan in Vlaanderen bijna iedereen de eerste twee regels kent: ‘O krinklende winklende waterding/met ’t zwarte kabotsken aan’. Het gaat over de zwarte kever die u in uw boek beschrijft. In zijn gedrag zag de dichter een lofprijzing op God.
Sverdrup-Thygeson: ‘Dat kende ik niet, maar het is wel grappig dat die kever ook de ‘Jesus bug’ wordt genoemd.’

Maar wat ik wil vragen: als u zoveel jaren met die wonderlijke diertjes bezig bent, gaat u dan meer of minder in een soort god geloven?
Sverdrup-Thygeson: ‘Ik denk dat je je vooral veel meer gaat verwonderen over het leven zelf, over al die details en interacties en over het feit dat je daar zelf een deel van uitmaakt. Of dat je religieus maakt, hangt van persoon tot persoon af. Mij maakt het meer nederig. De mens is dominant, maar we moeten beseffen dat we de planeet met miljoenen andere soorten delen.’

(denkt even na) ‘Misschien maakt het me wel religieuzer. Natuurlijk ben ik, zoals alle wetenschappers, iemand van de logica en ben ik ervan overtuigd dat de evolutietheorie de basis is. Maar dat moet niet betekenen dat er geen grote kracht achter kan zitten. Al denk ik dan eerder aan de ouderwetse religies die geloven dat God in alles zit, dan aan de godsdiensten die bepaald worden door waar je vandaag de dag geboren wordt. Mij gaat het vooral om respect voor het leven. Je kan toch niet in een microscoop kijken zonder te denken: waw. En zonder te beseffen dat we zorg moeten dragen voor deze enige plek waar leven is.’

Is dat zo? Er wordt op Mars naar water gezocht. Misschien zitten daar ook wel insecten.
Sverdrup-Thygeson: (lacht) ‘Dat denk ik niet! En als er iets zou zijn, dan toch maar een soort bacterie. Denk je niet dat het wijzer zou zijn om voor deze planeet te zorgen, in plaats van op Mars te gaan kijken wat daar mogelijk is als deze planeet onleefbaar is? Het lijkt me hier toch fijner om te leven.’

Toch gaat er immens veel geld naar dat onderzoek. Vindt u dat onterecht?
Sverdrup-Thygeson: ‘Veel research vindt men sexyer, krijgt gemakkelijker geld én Nobelprijzen omdat die hot, new and exciting is. Voor alternatiever onderzoek is dat moeilijker. Onderzoek naar genetisch gemodificeerde muggen om malaria te bestrijden krijgt meer aandacht en middelen, terwijl we weten dat malaria de jongste 15 jaar gehalveerd is door een paar simpele maatregelen als armoedebestrijding en het gebruik van geïmpregneerde muskietennetten. Bij Mars vind ik dat een beetje hetzelfde.’

Zou er een insect in aanmerking kunnen komen voor een Nobelprijs voor de Vrede, in plaats van voor Natuurkunde?
Sverdrup-Thygeson: (schatert) ‘Dát is een interessante gedachte! Misschien is het een beetje overdreven, want als ik zie dat er zelfs nu discussie is over de jongste prijs (voor Denis Mukwege en Nadia Murad Basee, red.) omdat mensen vinden dat de strijd tegen seksueel geweld als oorlogswapen dat niet verdient, wordt het lastig voor de insecten. Maar toch kunnen ze helpen in de strijd tegen armoede. Zeker voor zwangere vrouwen en kinderen die niet zeer mobiel zijn, kunnen insecten als extra voedingsmiddel een hulp zijn. Ze zijn rijk aan proteïnen en de Verenigde Naties doen ook inspanningen om eetbare insecten in te zetten in hun campagnes.’

Eet u er soms zelf?
Sverdrup-Thygeson: ‘Alleen uit nieuwsgierigheid, maar verder niet. Je kan ze via Amazon bestellen, maar ze zijn eigenlijk gewoon te duur.’

Anne Sverdrup-Thygeson, ‘Terra insecta’, De Bezige Bij, 240 blz., 19,99 euro

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content