interview

‘Wetenschap is geen democratie'

©Wouter Van Vooren

Met wetenschap brengt de mensheid licht waar eerst donker was. Maar tegelijk blijft nonsens ook anno 2019 welig tieren. Wetenschapsfilosoof Stefaan Blancke onderzoekt waarom, en reikt handvaten aan om ermee om te gaan. ‘Je moet niet van elk verhaal de beide kanten horen.’

Bij Stefaan Blancke (42) thuis werd in zijn jeugd na de zondagmis koffie gedronken. Dan begon hij steevast vragen te stellen over wat hij net had gehoord. En nog wat vragen. En dan nog wat. Tot zijn moeder er genoeg van kreeg, en zei: ‘Nu gaan we over iets anders praten.’

Vandaag is Blancke wetenschapsfilosoof en doet hij aan de Universiteit van Tilburg onderzoek naar hoe de menselijke geest werkt, en naar de manier waarop pseudowetenschap en onzin daar gebruik van maken om zich verspreiden. ‘Ik ben geïnteresseerd in de mens in zijn totaliteit. Maar een van de meest sexy onderwerpen die je kan bestuderen, is toch de vraag hoe het in godsnaam mogelijk is dat we in tijden van wetenschap en technologie nog zo vatbaar blijken voor allerlei vormen van onzin’, grinnikt hij.

Zijn vakgebied lijkt permanent brandend actueel. Want hoewel er verpletterend wetenschappelijk bewijs is over de menselijke rol in de klimaatverandering, het nut van genetisch gemodificeerde organismen en het belang van vaccins blijven een hoop mensen gretig ontkennen. En toch heeft onzin het in onze moderne maatschappij steeds moeilijker om zich te handhaven, aldus Blancke.

‘Je zou het soms anders inschatten, omdat onzin zo zichtbaar is. Maar het is steeds moeilijker voor onzin om opgepikt en verspreid te worden. Omdat er gewoon steeds meer informatie beschikbaar is. We vergeten het soms, maar mensen zijn best kritisch, we slikken niet zomaar alles. Je ziet dat nu aan iets als het creationisme, het geloof dat de aarde in zeven dagen is geschapen. Dat kan maar standhouden in een omgeving die erin slaagt zich af te sluiten van informatie. En dat wordt steeds moeilijker. Je ziet dat creationisten vaak dat geloof opgeven zodra ze met feiten worden geconfronteerd. Feiten werken.’

Waarom blijven pseudowetenschap en onzin dan toch gedijen?
Stefaan Blancke: ‘Onzin die zich met succes weet te verspreiden, speelt in op onze intuïties, onze oerinstincten. Ons brein bestaat uit een hoop domeinspecifieke mechanismen, uitgerust om met bepaalde informatie om te gaan. En hoe meer informatie op die mechanismen kan inspelen, hoe meer we ze als relevant percipiëren, en hoe meer kans ze dus maakt opgepikt, verwerkt en gecommuniceerd te worden. Als je die mechanismen genoeg triggert, kan de informatie blijven gedijen.’

Als mensen goed te overtuigen zijn met feiten, betekent dat dan dat u ook in debat gaat met pseudowetenschappers?
Blancke: ‘Nee, niet rechtstreeks. Om geen valse equivalentie te creëren. Ik krijg soms studenten journalistiek over de vloer om me te interviewen over creationisme. En dan hoor ik steevast dat ze daarna nog naar een creationist gaan. Dan denk ik altijd: dat doe je toch niet? Eerst vraag je iemand om de wetenschappelijke kant te belichten, en dan plaats je daar iemand naast die zo zijn eigen ideeën heeft, niet gehinderd door enige rationaliteit.’

‘Ik denk dat de media daar een verantwoordelijkheid in hebben. Je moet niet altijd beide kanten van een verhaal laten horen. Een journalist moet kijken wat de wetenschappelijke consensus is, dát is de informatie die moet worden verspreid.’

Het probleem is misschien dat veel mensen zich als expert vermommen. Een bekende tactiek van de antiklimaatlobby is wetenschappers voor hun kar spannen om verwarring te zaaien.
Blancke: ‘Er zijn criteria om een expert te beoordelen. Publiceert hij in wetenschappelijke magazines? Erkennen andere experts hem? Heeft hij prijzen gewonnen? Dat vraagt iets meer tijd, maar het is verre van onmogelijk. Het is ook niet zo moeilijk te achterhalen wat de wetenschappelijke consensus over een onderwerp is. Zeker in het klimaatdebat onderschrijft intussen een overweldigende meerderheid van wetenschappers de conclusies. Net zoals bij de veiligheid van GGO’s en vaccinaties en de evolutietheorie. Dan is het als media perfect gerechtvaardigd alleen daar gehoor aan te geven.’

‘De excentrieke tegenstem klinkt misschien interessant, maar voegt feitelijk niets toe aan het debat. We leven in een democratie waarin we geloven dat iedereen evenveel recht heeft om zijn opinie te uiten. Maar wetenschap is geen democratie, zodra iets juist blijkt te zijn hoeven niet alle stemmen aan bod blijven te komen. Anders verspreid je desinformatie.’

Die tegenstemmen kunnen wel gevaarlijk zijn, zoals de anitvaccinatiebeweging. Dan is negeren toch geen optie?
Blancke: ‘Nee. We moeten op die nagel blijven kloppen. Alleen levert een een-op-eendebat met een anti-vaxxer weinig resultaat op. Dus moet je op andere manieren argumenteren. Je moet proberen te begrijpen waar mensen bang voor zijn, en dan de juiste informatie aandragen om die angst weg te nemen. Veel mensen die hun kinderen niet vaccineren, doen dat uit angst dat hun kind er medische gevolgen van ondervindt. Dan moet je blijven zeggen dat de kans op negatieve bijwerkingen klein is, en dat als ze toch een beetje ziek worden dat nog niets is in vergelijking met de mazelen zelf.’

‘Ik heb samen met twee wetenschappers van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie enkele lezingen gedaan over GGO’s, voor een breed publiek. Achteraf mochten de mensen hun bezorgdheden uiten. Dat leidt tot een conversatie waar je veel uit leert. Als je kan aantonen dat genetisch gemodificeerde organismen veilig zijn, en kan duiden waarom die mensen intuïtief een weerstand voelen, dan bereik je iets.’

Blijkbaar hebben we de neiging op negatieve dingen te focussen. Is dat schadelijk?
Blancke: ‘Die neiging is net als veel van onze gedragingen het resultaat van onze evolutionaire achtergrond. Zelfs als we worden omringd door positieve dingen, kan iets negatiefs plots gevaarlijk blijken. Dus is het normaal dat we daar veel oog voor hebben. Dat is belangrijk geweest voor ons voortbestaan. Die negatieve bias herken je ook in de media. We hebben in ons nieuws ook de neiging op negatieve feiten te focussen, terwijl er eigenlijk heel veel dingen enorm goed gaan.’

Gaat die vlieger ook op voor vooruitgang? Leggen we van elke ontwikkeling eerst de mogelijke minpunten onder een vergrootglas?
Blancke: ‘Je kan niet zeggen dat we als soort tegen verandering zijn, nee. Als de verandering inspeelt op zaken waar we intuïtief meer op onze hoede zijn - pakweg voeding of gezondheid - dan groeit de kans dat we weerstand voelen. Als je kijkt naar GGO’s, dan wordt duidelijk ingespeeld op het gevoel van walging, een mechanisme dat ervoor moet zorgen dat we geen giftige stoffen tot ons nemen.’

‘Maar tegen andere technologische ontwikkelingen is er dan weer nauwelijks weerstand. Kijk naar de auto. Als er één gevaarlijke technologische ontwikkeling is geweest de voorbije decennia, is het die wel. Maar mensen vonden de auto te gek, dus was er geen weerstand tegen, ook al werden in de jaren ‘50 dan mensen onthoofd door hun eigen zonneklep .’

Je zou hopen dat we onzin kunnen uitroeien naarmate we meer weten.
Blancke: ‘We zullen altijd gevoelig blijven voor informatie die inspeelt op hoe ons brein functioneert. Dat is een bijproduct van een werkend brein. Het is ook een misvatting dat wie in bepaalde pseudowetenschappen gelooft, dom is. Vaak gaat het om heel slimme mensen. Onze intuïtie en ons buikgevoel volgen is een onderdeel van ons mens-zijn. Helemaal verdwijnen doet dat dus wellicht nooit.’

‘Hetzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor religie. We leven vandaag in een seculiere omgeving, met lege kerken en steeds minder mensen die zich als religieus omschrijven. Maar veel van die mensen blijven er op een of andere manier van overtuigd dat er toch ‘iets’ moet zijn. (lacht) Terwijl er geen enkele aanwijzing is dat er ‘iets’ is en terwijl de wetenschap steeds beter elk aspect van het leven weet te verklaren.’

‘Een ander goed voorbeeld van hardnekkige overtuigingen is extreem nationalisme. Uit alles blijkt dat internationale samenwerking iedereen het meest bijbrengt. Toch hebben we de neiging ons op onszelf terug te plooien. Dat komt omdat nationalisme inspeelt op het in-group/out-group- denken, waarin we positief staan tegenover mensen van onze eigen groep en wantrouwig tegenover buitenstaanders. Dat kan onschuldig zijn, zoals wanneer je voor de Rode Duivels supportert. Maar het kan ook schadelijke vormen aannemen.’

Wordt u het nooit moe, al die onzin?
Blancke: ‘Eigenlijk niet. Door mijn onderzoek heb ik net begrip voor veel menselijke zwakheden. Als je begrijpt waarom mensen geloven wat ze geloven, kweek je een soort verdraagzaamheid. Uiteindelijk zijn we allemaal hetzelfde soort menselijke apen. (lacht) Ik voel me dan ook niet beter dan een ander. Ik kan goed plaatsen dat ik professioneel meer bezig ben geweest met de mechanismen van onze geest dan de gemiddelde mens.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content