Bedrijven regelen hun "hoofddoekenkwesties" informeel en praktisch

Heel wat bedrijven in ons land gaan in op vragen van werknemers om zaken op de werkvloer aan te passen om religieuze of culturele redenen. Vaak worden die kwesties informeel opgelost. Of de werkgever al dan niet ingaat op het verzoek hangt af van praktische overwegingen en niet zozeer van ideologische keuzes. Dat blijkt uit een studie die de VUB en de ULB maakten in opdracht van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR).

Discussies over moslimvrouwen die vragen om een hoofddoek te mogen dragen op het werk of over allochtone werknemers die uitzonderlijk lang verlof willen vragen om naar hun familie in het buitenland te kunnen reizen zijn al vaker voorwerp geweest van polemieken in de media. Het CGKR vond het tijd voor een stand van zaken over wat voor soort vragen er op de werkvloer leeft en hoe hiermee omgegaan wordt.

Via interviews lijstten de onderzoekers 417 situaties in zowel publieke als private sectoren op waarin werknemers hun baas om een "redelijke aanpassing" vroegen om aan hun culturele verzuchtingen tegemoet te komen. In de meeste gevallen ging het om verlof om religieuze redenen, verlengd verlof, aangepaste kledingscode of het vragen om te mogen bidden op de werkvloer.

Of bedrijven op die vraag ingaan, hangt niet zozeer van ideologische redenen af. Werkgevers kijken of een aanpassing de goede werking van het bedrijf of dienst niet in het gedrang brengen. Vragen die in strijd zijn met andere fundamentele rechten worden wel altijd afgewezen.

Culturele aanpassingen bij wet verplichten vindt het CGKR geen goed idee. Volgens het Centrum is de weg van het overleg veel heilzamer. (LEE)

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud