de Bethune: "Protocol Senaat kan eerste stap zijn naar meer mobiliteit van personeel van parlementen"

Het protocol dat de voorzitters van de verschillende parlementen van ons land dinsdag hebben ondertekend over het personeel van de Senaat kan een proefproject zijn voor een betere mobiliteit van het personeel van één assemblee naar een ander. Dat stelde Senaatsvoorzitster Sabine de Bethune na de vergadering van de Conferentie van de voorzitters van de parlementaire assemblees.

De zesde staatshervorming hervormt het tweekamerstelsel grondig, waardoor de Senaat een aantal taken verliest en voortaan nog slechts uit 60 leden zal bestaan en jaarlijks slechts achtmaal vergadert. Dat betekent dat de Senaat in de nieuwe constellatie minder personeel zal nodig hebben.

Het protocol wordt met onmiddellijke ingang van kracht en is eigenlijk een raamakkoord. De parlementen engageren zich om elke nieuwe personeelsbehoefte eerst aan de Senaat te melden, die deze dan intern onder het eigen personeel verspreid. De andere assemblee is niet verplicht een personeelslid van de Senaat aan te werven.

De overgang van een personeelslid van de Senaat naar een andere assemblee vereist het akkoord van de drie partijen: de ambtenaar, de Senaat en de assemblee waar het personeelslid naartoe gaat. Het Senaatspersoneelslid neemt bij de overstap het statuut aan van de nieuwe assemblee. Wel heeft hij of zij een recht van terugkeer gedurende de proefperiode en zal de betrokkene geen loonsverlies lijden bij de overstap - de Senaat past eventuele verschillen aan. Dat zal evenwel zelden nodig zijn, verwacht Sabine de Bethune.

Ze ziet het protocol als een eerste stap naar meer mobiliteit van het personeel van de verschillende assemblees die het land rijk is. Het protocol werd in de voorbije weken en maanden reeds ondertekend door de verschillende parlementen afzonderlijk. (KAV)

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud