Misbruik in kerk: Gerechtelijk vervolg beter geregeld via contactpersoon en werkgroep

Het College van procureurs-generaal heeft een magistraat aangesteld die als operationele contactpersoon zal fungeren voor de Commissie seksueel misbruik van de katholieke kerk. Er wordt ook een werkgroep opgericht waarin gespecialiseerde magistraten een vervolgingsbeleid uitstippelen voor feiten van seksueel misbruik door geestelijken.

Nadat recent verschillende zaken van seksueel misbruik in de kerk aan het licht kwamen, vroeg minister van Justitie Stefaan De Clerck aan het College van procureurs-generaals om een methode uit te werken voor de behandeling van de dossiers. Het College moest daarbij rekening houden met de gebruikelijke wettelijke opdrachten van het openbaar ministerie, maar ook met de regels rond beroepsgeheim en de onafhankelijkheid van de kerk.

Federaal parketwoordvoerster Lieve Pellens zal voortaan optreden als contactmagistraat voor de commissie van Peter Adriaenssens, die zich bezig houdt met klachten van seksueel misbruik in de kerk. De commissie beslist zelf of ze mogelijk strafbare feiten doorgeeft aan justitie. Wanneer ze beslist een dossier door te spelen, analyseert de contactmagistraat de informatie en stuurt zij die door naar de territoriaal bevoegde procureur des konings. Zij houdt de commissie-Adriaenssens op de hoogte van de behandeling van het dossier.

Daarnaast wordt in het College van procureur-generaals een ad-hoc werkgroep opgericht met gespecialiseerde magistraten. Zij buigen zich over potentiële moeilijkheden bij de behandeling van feiten van seksueel misbruik door het openbaar ministerie. De Justitieminister kan op de werkgroep beroep doen voor zijn strafrechtelijk beleid in de strijd tegen seksueel misbruik, maar ook magistraten en de commissie-Adriaenssens zullen er terecht kunnen voor inlichtingen over het thema.

(PIM)

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud