Groot-Brittannië weigerde de sjah van Iran op te vangen na revolutie

Groot-Brittannië weigerde de sjah van Iran op te vangen op haar grondgebied om haar relaties met het islamitische regime dat in 1979 aan de macht kwam, niet te hypothekeren. Dit blijkt uit officiële Britse archieven die woensdag openbaar werden gemaakt.

De Britse autoriteiten concludeerden dat asiel verlenen aan Mohammad Reza Pahlavi, die ze nochtans lang hadden gesteund, een te groot risico zou betekenen betreffende veiligheid. Het zou ook de spanningen met het nieuwe Iranese regime kunnen vergroten.

De sjah had zijn land verlaten op 16 januari 1979. Op 9 februari 1979 contacteerde Alan Hart, een bevriend journalist van de sjah, Downing Street om te laten weten dat Mohammad Reza in zijn luxueuze residentie in Surrey, ten zuidwesten van Londen, wilde gaan wonen.

Een hoge verantwoordelijke van het ministerie van Buitenlandse Zaken antwoordde daarop dat een dergelijke beslissing "zeker onze relaties [met de nieuwe Iranese regering] zou bemoeilijken en ze zeer waarschijnlijk zou schaden" en dat dit een "enorm veiligheidsprobleem" met zich zou meebrengen.

De Britse premier James Callaghan, die in mei 1979 de macht overdroeg aan Margaret Thatcher, stond achter dit standpunt.

Toen Thatcher in mei in Downing Street aankwam, uitte ze haar misnoegen tegenover de houding van haar voorganger.

(KCO)

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud