Zware schade door troepen in het antieke Babylon

Amerikaanse en Poolse soldaten hebben in de antieke ruïnes van Babylon in Irak blijvende schade aangericht. Tot dat resultaat komen internationale onderzoekers in een rapport voor de VN-organisatie UNESCO.

De bezettingstroepen hadden tussen 2003 en 2004 op het negen vierkante kilometer grote terrein onder andere grafheuvels afgegraven, waarin zich nog niet onderzochte delen van de stad uit het rijk van de Perzen bevonden. Bovendien werden de draken van de beroemde Isjtarpoort beschadigd. "Vermoedelijk hebben de soldaten, op zoek naar souvenirs, geprobeerd de stenen uit te breken", zei John Curtis van het British Museum (Londen). De residentie van de legendarische koning Nebukadnezar II (604- 562 voor Christus) was van april 2003 tot december 2004 door een militaire basis van de bezettingsmacht omgeven. Oorspronkelijk werd het steunpunt door de troepen opgericht om Babylon tegen rovers en vandalen te beschermen. (BEH)

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud