Netto Het antwoord op al uw geldvragen

5 documenten die niet mogen ontbreken als u uw woning verkoopt

Een huis verkopen is beslist geen lachertje. Om de koper tegen allerlei onheil te beschermen moet u hem een reeks attesten voorleggen. Doet u dat niet, dan kan de verkoop niet doorgaan.
Die attesten tijdig verzamelen is de boodschap, als u wil verhinderen dat de deal wordt uitgesteld of erger nog: ongeldig verklaard. Weet dat het voor sommige documenten een tijdje kan duren vooraleer u ze in handen krijgt. Start er dus op tijd mee. Meestal moet de verkoper de uittreksels al aan de koper overhandigen voor het compromis wordt ondertekend, en niet slechts een paar maanden later, wanneer de notariële akte wordt verleden.

1. Bodemattest

Wie in het Vlaams Gewest een woning of een grond verkoopt moet een bodemattest voorleggen van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM). U kan dat aan uw vastgoedmakelaar of notaris vragen.

De verkoper moet het bodemattest in handen hebben voor hij de onderhandse koopovereenkomst - het compromis - tekent. De inhoud van het bodemattest moet immers verplicht in het compromis worden opgenomen, om te vermijden dat de koper een vervuilde grond koopt. Wordt het compromis toch ondertekend zonder dat een bodemattest voorligt, dan kan de koper de nietigheid van de koopovereenkomst aanvragen.

2. Stedenbouwkundig uittreksel

Aan de hand van een stedenbouwkundig uittreksel kan de koper nagaan of er bouwovertredingen zijn vastgesteld, of de woning is gelegen in zonevreemd gebied en of er verkavelingsvoorschriften zijn. Ook dat document moet de verkoper al bij het ondertekenen van het compromis kunnen voorleggen aan de koper. In sommige gemeenten duurt het soms erg lang vooraleer het stedenbouwkundig uittreksel wordt afgeleverd.

Noteer dat u dat uittreksel niet eindeloos mag blijven gebruiken. Tussen het tekenen van de notariële akte en het moment waarop u het uittreksel kreeg, mag maximaal één jaar verstrijken.

3. Het postinterventiedossier

Het postinterventiedossier (PID) kunt u vergelijken met het onderhoudsboekje van een woning. Een PID is verplicht bij elke verkoop van een woning of appartement waarvan de bouw is begonnen na 1 mei 2001 of waaraan sindsdien (renovatie-)werken zijn uitgevoerd. Een PID is dus ook een must als u een oud herenhuis na 1 mei 2001 liet renoveren.

Werden de werken uitgevoerd door meerdere aannemers, dan staat de veiligheidscoördinator in voor de opmaak van het PID. Is er maar één aannemer of voert u de werken zelf uit, dan moet u daar zelf voor zorgen.

Het postinterventiedossier moet verhinderen dat de veiligheid bij latere werken in het gedrang zou komen. Als de koper later nog werken wil uitvoeren, moeten de aannemers weten waar de water- en elektriciteitsleidingen lopen, welke materialen gebruikt werden, waar de steunbalken zitten enzovoort. Ook de namen van de architect, de veiligheidscoördinator en de hoofdaannemers moeten latere eigenaars in het dossier kunnen terugvinden.

4. Energieprestatiecertificaat (EPC)

Een energieprestatiecertificaat geeft de koper een beeld van de energie-efficiëntie van de woning, kortom: het energieverbruik. Hoe lager de score, hoe energiezuiniger de woning. De verkoper moet al over een EPC-certificaat beschikken van zodra hij de woning te koop aanbiedt.

Het certificaat moet worden opgesteld door een erkend deskundige.

5. Elektriciteitsattest

Verkoopt u een woning waarvan de elektrische installatie dateert van voor 1 oktober 1981, dan bent u ook verplicht die elektrische installatie te laten controleren. Voor woningen met een jongere installatie is dat niet nodig. Recentere woningen beschikken al over een dossier van de huishoudelijke elektrische installatie.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud