De laatste olieschok?

Amerikaanse olieproducenten worden door de prijzenoorlog tussen Rusland en Saoedi-Arabië in de tang genomen. ©REUTERS

Een meltdown van de olieprijs zette een extra turbo op een dramatische beursweek. Nu Saoedi-Arabië en Rusland een prijzenoorlog voeren, gaan kleinere olielanden en schalieolieproducenten aan het wankelen. Wie overleeft de schok?

Het Park Hyatt Hotel in Wenen vorige week donderdag. De olieproducerende landen vergaderen over bijkomende productiebeperkingen. Nu het coronavirus de vraag naar olie midscheeps treft, overwegen de OPEC-landen een bijkomende productieknip in een poging de prijs te stutten.

De OPEC is bereid de eigen productie met 1 miljoen vaten per dag af te bouwen op voorwaarde dat Rusland en andere bondgenoten van het oliekartel 500.000 vaten minder oppompen. Voor Saoedi-Arabië is de toezegging van Rusland een conditio sine qua non. Maar Moskou weigert het mes te zetten in zijn productie. De landen gaan in Wenen zonder akkoord uiteen.

-36%
Olieschok
Sinds de geflopte OPEC+-vergadering ging de olieprijs met een derde onderuit.

'Je kon van in het begin voelen dat iets grondig loos was', zei een aanwezige op de vergadering achteraf aan het persbureau Bloomberg. 'Alle bemiddelingspogingen tussen de Russen en de Saoedi's faalden en de voltallige vergadering tussen het kartel en de bondgenoten duurde maar 30 minuten. The war was on.'

De Saoedi's vuurden enkele dagen later hun eerste salvo af: het staatsbedrijf Aramco kondigde een productieverhoging van een kwart aan naar 12,3 miljoen vaten per dag. Het deelt ook stevige kortingen uit aan afnemers in Noordoost-Europa, een markt die cruciaal is voor de Russen.

Rusland grijpt het coronavirus aan om Amerikaanse schalieproducenten uit de markt te duwen.
Darwei King
Hoofd Grondstoffen DWS Vermogensbeheer

Daarop volgde een implosie van de olieprijs die we niet meer zagen sinds de Golfoorlog. In acht dagen, sinds de geflopte OPEC-vergadering, verloor de olieprijs 35 procent. Vrijdag kon het zwarte goud wat rechtkrabbelen, maar het dal blijft diep. Een vat ruwe Brent-olie kost 35 dollar, een prijspeil dat niet meer werd bereikt sinds 2016.

De lage olieprijs is problematisch voor olielanden die in sterke mate teren op olie-inkomsten om hun begroting op peil te houden. De zes Golfstaten, inclusief Saoedi-Arabië, kijken bij deze olieprijs aan tegen een tekort van 140 miljard dollar dit jaar.

Dat zal hen dwingen sterk te besparen en/of nieuwe schulden te maken. De welvarendere Golfstaten als Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar hebben buffers. Irak en Oman zijn veel minder beschermd. Iran is met een weinig gediversifieerde economie het kwetsbaarst.

Ook Afrikaanse olieproducenten worden in de tang genomen. Nigeria werd bij de vorige oliecrash in 2014, toen de opmars van Amerikaanse schalieolie een grote overproductie triggerde, in een recessie geduwd waarvan het nog altijd herstellende is.

Prijzenoorlog

De prijzenoorlog legt ook een bom onder de producenten van olie, vooral in de schalievelden in de VS. 'Tegen de huidige prijzen zouden de investeringen volgend jaar met zo'n 70 procent dalen', voorspelt Rystad Energy, een adviesbureau voor de energiesector.

Producenten van schalieolie hadden de prijzenoorlog van 2015 en 2016 nog maar net overleefd door efficiënter te werken, de kosten te verlagen en zich toe te leggen op de productiefste velden in hun areaal. Bij de schok van 2014 hadden ze ook Wall Street achter zich: ze verlengden kredietlijnen en financierden zich moeiteloos via de markt. Die steunkrukken vallen nu weg.

De oliemajors hebben een prijs van 50 dollar per vat nodig om aan hun dividendverplichtingen te kunnen voldoen
KBC Asset Management

'Dit is een bewuste strategie van Rusland. Het grijpt het coronavirus aan om Amerikaanse schalieolieproducenten uit de markt te duwen', zegt Darwei Kung, hoofd grondstoffen van de vermogensbeheerder DWS. Dat Washington vorige maand een handelssanctie aan het Russische staatsoliebedrijf Rosneft oplegde, heeft in het Kremlin kwaad bloed gezet.

'Rusland en Saoedi-Arabië lijken te zijn overgegaan van een strategie die gericht is op een stabiele prijszetting (via een productievermindering) naar marktaandeelbehoud (via een productieverhoging). Die concurrentie zal aanhouden tot het voor een van hun begrotingen onhoudbaar wordt', zegt Kung.

Faillissementen in de sector zijn bij de huidige prijzen onvermijdelijk, zeggen analisten. Occidental Petroleum verlaagde dinsdag zijn dividend met bijna 90 procent. Donderdag zakten de aandelen van British Petroleum (BP)  naar een 24-jarig dieptepunt. De beurswaarde van ExxonMobil  zakte naar 178 miljard dollar, een derde van de 530 miljard die het waard was toen het nog het grootste bedrijf ter wereld was.

De MSCI World Energy Index, die de oliemajors volgt, verloor tijdens de voorbije horrorweek op de beurs 40 procent (zie grafiek). Sinds zijn piek in 2014 ging er al 70 procent van de koers.

'De oliemajors hebben een prijs van zo’n 50 dollar per vat nodig om aan hun dividendverplichtingen te kunnen voldoen', zegt KBC Asset Management in een rapport. 'Tegen de huidige prijzen kunnen ze maar net genoeg cash genereren om de helft van hun huidige dividenden uit te betalen', zegt het beurshuis, dat dinsdag zijn koersdoelen voor de Europese oliemajors Shell, BP, Total, Equinor en Repsol fors verlaagde.

'We zijn getuige van een ongebruikelijke combinatie van factoren: een overspoeling van de markt en een vraagschok', zegt Ekatarina Grushevenko, energieanalist aan de Skolkovo Business School in Moskou aan de krant Financial Times. 'Deze olieschok is veel ernstiger dan de vorige.'

Aan het winnende eind van dit conflict zitten de oliehandelaars. Zij profiteren van de toegenomen trafiek. In Brussel slaagde de olievervoerder Euronav  erin een kwart hoger te trekken te midden van de grootste horrorweek sinds de bankencrisis. Ook de consument ziet zich in volle corona-uitbraak toch van één lichtpuntje verzekerd: goedkoper tanken en verwarmen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud