Gemeenten kunnen meer doen in strijd tegen leegstand

Lokale besturen kunnen meer doen om de leegstand tegen te gaan. ©BELGA

Open VLD betreurt dat steden en gemeenten nauwelijks gebruikmaken van de mogelijkheid om de onroerende voorheffing in bepaalde buurten te verlagen, als instrument om de leegstand aan te pakken.

Amper twee gemeenten in Vlaanderen, Gistel en Sint-Pieters-Leeuw, hebben beslist de onroerende voorheffing tussen buurten te laten verschillen, wat een goede manier is om de leegstand in winkelstraten tegen te gaan. Dat blijkt uit een antwoord van Vlaams minister van Financiën Matthias Diependaele (N-VA) op een parlementaire vraag van Vlaams Parlementslid Maurits Vande Reyde (Open VLD).

Sinds 2019 kunnen alle steden en gemeenten in Vlaanderen het lokale tarief van de grondbelastingen zelf aanpassen, bijvoorbeeld om leegstand van winkelpanden in handelscentra tegen te gaan of wonen in bepaalde probleembuurten aantrekkelijker te maken.

'Voor lokale ondernemers is de onroerende voorheffing de grootste brok van de belastingen', zegt Vande Reyde. 'Door die te verlagen stimuleer je handelaars om leegstaande panden te gebruiken. Winkelpanden en woningen in handelscentra hebben vaak een veel te hoog kadastraal inkomen, waardoor die vaak leegstaan. Lokale besturen die de opcentiemen differentiëren, kunnen die scheeftrekking rechtzetten', zegt Vande Reyde.

De liberaal stelt voor dat de Vlaamse overheid proefprojecten met een gedifferentieerde onroerende voorheffing opzet in gemeenten, zodat de positieve effecten duidelijk worden.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud