interview

'Ik wil geen digitale verdeling van de samenleving'

Margrethe Vestager is in de nieuwe Europese Commissie supercommissaris voor concurrentie en Digitale Agenda ©EPA

Ze laat zich niet opjutten door de grote lidstaten die met laksere concurrentieregels Europese kampioenen willen creëren. Margrethe Vestager, de superster van de nieuwe Europese Commissie, zet nu ook de digitale lijnen uit.

Margrethe Vestager (51) ontvangt ons in haar ruime nieuwe kantoor op de twaalfde verdieping, waar ze ook de toplui van bedrijven als Google en Facebook ontvangt. Werken in het Berlaymontgebouw is een cultuurshock voor de Deense politica.

 ‘De vergaderruimte is zo saai, zonder leven.' Vlak bij haar centrale tafel kijken haar kinderen, dierbaren en zelfs haar hond op een batterij uitgestalde foto's de bezoekers aan. Haar bureau staat in de hoek aan het venster, met zicht op de skyline van Brussel. 'Ik hou er gewoon niet van dat mensen tegenover mij aan het bureau op kleinere stoelen moeten gaan zitten. Dit kantoor dient net om mensen te ontmoeten.’

Ze heeft het erg druk, maar blijft de perfecte gastvrouw, met de no-nonsenseaanpak die haar zo kenmerkt. De voorbije vijf jaar was ze ‘slechts’ Europees commissaris voor Concurrentie, toch zowat de machtigste job in de Europese Commissie. Zelfs de Amerikaanse president Donald Trump haalde uit naar de Europese ‘tax lady’, die een onderzoek voerde naar de te beperkte belastingen die techgiganten als Google en Facebook in Europa betalen.

In de nieuwe Europese Commissie is ze gebombardeerd tot supercommissaris: ze combineert Concurrentie met de ambitieuze Europese Digitale Agenda.

Haar eerste grote dossier is het 'witboek' - Europees jargon voor een eerste discussienota - over artificiële intelligentie (AI). Over tien dagen keurt de Commissie dat goed. Vestager heeft de leiding, maar ze moet samenwerken met de Franse eurocommissaris en voormalige techbaas Thierry Breton, die gewend is zelf de lakens uit te delen.

Donderdag drongen de ministers van Economie van vier landen, Frankrijk, Duitsland, Italië en Polen, erop aan haast te maken met een hervorming van de Europese concurrentieregels. Die moet de creatie van 'Europese kampioenen' mogelijk maken. In geen van beide dossiers laat Vestager zich opjagen.

Welke richting wilt u uit met artificiële intelligentie?

Margrethe Vestager: 'Er is een groeiend besef dat er een omkadering nodig is voor de nieuwe technologie in Europa. De mens moet centraal staan. We willen een aanpak die gebaseerd is op risico's. Hoe garandeer je dat de technologie nog overzichtelijk blijft voor de mens, dat ze transparant en uit te leggen is? En hoe bepaal je wie aansprakelijk is voor de risico's? Zoiets vereist een ruime consultatie.'

'We moeten riskante technologie kunnen labelen. We willen geen nieuwe regels, want de meeste producten vallen al onder Europese regels. Ook wat betreft aansprakelijkheid voor producten bestaan al regels. We gaan daarom elke sector en elke toepassing afzonderlijk doorlichten en kijken waar nog gaten in de wetgeving zitten.'

Welke technologie is risicovol volgens u?

Vestager: 'In Hongkong kregen protesterende burgers waarschuwingen van de overheid via hun gsm. Men wist dus perfect waar zij op dat ogenblik waren. Ik weet niet of dat klopt, maar we moeten wel praten over hoe we met dit soort dingen omgaan. De vrijheid van vereniging, betoging en meningsuiting zijn in Europa fundamentele rechten.'

Moeten we het anders doen dan China en de VS?

Vestager: 'Ik vergelijk niet, maar er bestaat zoiets als de Europese methode. In de landbouw zijn we bezorgd over dierenwelzijn en voorzichtig met het gebruik van pesticiden. We laten niet toe dat boeren erop los spuiten of hun dieren slecht behandelen.'

Als je het te makkelijk hebt, is de drive om te innoveren weg. We moeten in Europa op de toppen van onze tenen blijven staan.

'We willen het beste halen uit technologie. Neem nu zeldzame ziekten. Een gewone arts kan vaak de diagnose niet stellen, omdat er maar enkele gevallen per jaar voorkomen in een land. Met behulp van artificiële intelligentie kan een arts wel de juiste diagnose stellen op basis van de symptomen.'

Komt er een verbod op gezichtsherkenning, zoals in een eerste versie van uw plannen stond?

Vestager: 'Dat weet ik nog niet. Maar we gaan dat niet op de tast doen. Gelaatsherkenning is geen riskante technologie, maar ze ligt wel supergevoelig. Het gaat daarbij om onze universele rechten. Sommige Amerikaanse regio's zijn ermee begonnen en zijn er later alweer vanaf gestapt. De technologie is te gericht op blanke mannen. Die zijn nu eenmaal niet in de meerderheid. Voor delicate opdrachten is betere technologie nodig.'

Te veel regels kunnen de ontwikkeling van artificiële intelligentie afremmen, zeggen critici.

Vestager: 'De technologie is al vrij geavanceerd. Artificiële intelligentie is er al, in vele variaties. Machines hebben vaak al een technologie ingebouwd die zichzelf corrigeert. Daarom wil ik focussen op regels voor wat echt belangrijk is voor ons en erover waken dat die regels ook worden toegepast.'

'Als we dat niet doen, dreigt een digitale verdeling van de samenleving. Rijk én arm moeten kunnen genieten van de voordelen van bijvoorbeeld betere gezondheidszorg, van niet-vervuilde steden of het gemak van punt A naar punt B te gaan. Daar is een essentieel maatschappelijk debat over nodig en niet enkel over technologie.'

Kan Europa mee met die technologie?

Vestager: 'Wat we nu doen is al indrukwekkend. Een derde van de academische papers over AI komt uit Europa. Maar we moeten meer doen en dus ook meer investeren. Talent is ook nodig om talent aan te trekken.'

'Samen met het AI-witboek komt er ook een datastrategie. Het gebruik van data stijgt exponentieel. Veel machines zijn onderling verbonden. Het aandeel industriële data is enorm. We gaan daarom een kader opzetten voor het delen en hergebruiken van data, dat niet werkt als een kartel. We deden al iets gelijkaardigs bij de investeringen van de voorbije jaren in supercomputers.'

Over naar het concurrentiebeleid. Frankrijk, Duitsland, Italië en Polen vragen u een snelle aanpassing van de concurrentieregels. Ze willen geen nieuw Europees veto zoals voor de treinfusie Siemens-Alstom.

Vestager: ‘Onze definitie van de markt is 20 jaar oud. Ons normale referentiekader is globaal. We moeten onze concurrentieregels nu aanpassen aan de digitale wereld. In sommige markten betaal je niet met euro of dollar, maar met data.’

Hebben we Europese kampioenen nodig als tegengewicht voor China, een wens van Frankrijk en Duitsland?

Vestager: ‘Ik neig meer naar het Nederlandse idee dat er een gelijk speelveld moet zijn voor overheidssteun op de Europese markt. In de Unie maken we geen onderscheid volgens eigendomsstructuur. Onze staatssteunregels gaan na of bedrijven in handen van de overheid afhankelijk zijn van staatsfinanciering. Maar er zijn geen wereldwijde staatssteunregels. Een bedrijf dat hier investeert, kan dus gefinancierd zijn door belastingbetalers in eigen land. Dat kan oneerlijke concurrentie opleveren. Maar het is niet eenvoudig om ook de juiste instrumenten te creëren om op te treden. Zonder die instrumenten blijven het echter woorden op papier.'

‘Ik blijf er wel bij dat onze concurrentieregels geleid hebben tot groei en innovatie en keuze, zowel voor de consument als in de waardeketen van de industrie. De vraag is: willen we uitgedaagd worden in Europa? Mijn antwoord is: ja. Als je het te makkelijk hebt, is de drive om te innoveren weg. We moeten in Europa op de toppen van onze tenen blijven staan.'

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud