Nog altijd vloeien miljarden naar fiscale paradijzen

©BELGA

Wereldwijde belastingschandalen zoals de Panama Papers volgen elkaar al zeven jaar op. Ook vanuit België gebeuren nog altijd veel betalingen naar belastingparadijzen, blijkt uit nieuwe cijfers van de fiscus die De Tijd opvroeg.

In ons land moeten vennootschappen en andere rechtspersonen aangifte doen bij de fiscus als ze meer dan 100.000 euro aan betalingen hebben gedaan naar een dertigtal belastingparadijzen. Het gaat om een lijst van landen die zijn opgesomd in een koninklijk besluit van 2016. Dat gaat van Abu Dhabi, de Bahama's, Bermuda, de Britse Maagdeneilanden, Dubai, Jersey, de Kaaimaneilanden tot het Eiland Man, Monaco, Somalië, Vanuatu en Wallis-en-Futuna. Het gaat om landen waar je helemaal geen vennootschapsbelasting betaalt op (buitenlandse) inkomsten, waar het tarief van de vennootschapsbelasting lager is dan 10 procent, of de werkelijke belastingdruk lager is dan 15 procent.

In de aangifte moet telkens staan wie de betaling ontving en wat de aard daarvan was, bijvoorbeeld huur, intrest of makelaarsloon. Voor vennootschappen is de aangifte belangrijk omdat alleen aangegeven betalingen aftrekbaar zijn in de vennootschapsbelasting, tenminste als het gaat om werkelijke en oprechte verrichtingen.

In het jongste aanslagjaar 2019, over de inkomsten van 2018, kreeg de fiscus op die manier gegevens over 172,3 miljard euro aan betalingen naar belastingparadijzen. De top vijf bestemmingen waren de Verenigde Arabische Emiraten, Oezbekistan, de Kaaimaneilanden, Bermuda en Turkmenistan. Het vorige aanslagjaar zag die top vijf er net hetzelfde uit. De twee jaren daarvoor waren de Emiraten ook al de topbestemming, maar doken ook de Bahama's, Bahrein en de Kanaaleilanden op in de top vijf.

Voor 2016 moesten ook betalingen aan het Groothertogdom Luxemburg worden aangegeven. In het aanslagjaar 2015 prijkte Luxemburg nog veruit op de eerste plaats als bestemmingsland. Van de 274,7 miljard euro die dat jaar werd aangegeven was bijna 87 procent voor rekening van het groothertogdom. De Verenigde Arabische Emiraten stonden toen ook al op de tweede plaats, met 8,5 procent van alle betalingen. Terwijl de Kaaimaneilanden goed waren voor amper 3 procent en de andere bestemmingslanden nog geen procent haalden.

De fiscus kan niet zeggen welke Belgische bedrijven of sectoren achter die betalingen schuilgaan. Voor de Emiraten gaat het zeker ook om diamantbedrijven. En voor alle betalingen staat het buiten kijf dat banken en financiële instellingen de meeste transacties aangeven. Ook veel (Amerikaanse en Aziatische) groepen en investeringsfondsen gebruiken nog belastingparadijzen zoals Bermuda of de Kaaimaneilanden. En dan zijn er nog grote gas- en olietransacties en bouwprojecten die meespelen. Voor de fiscus is de uitdaging uit te maken of sommige groepen winsten verschuiven waarop ze eigenlijk hier belastingen moesten betalen.

Opmerkelijk is dat de fiscus ruim 30 miljard euro aan betalingen (18 procent van het aangegeven totaalbedrag) niet kan koppelen aan een welbepaald belastingparadijs. Volgens de woordvoerder van de fiscus, Francis Adyns, is dat omdat bepaalde gegevens niet gedigitaliseerd zijn of niet op een eenvoudige wijze verwerkt kunnen worden, zoals pdf's en scans. 'Dat bemoeilijkt de verwerking van die formulieren. Maar dat neemt wel jaar na jaar af door de digitalisering.'

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud