Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Hoe sta ik er financieel voor?

Wie een woning bouwt, is minstens van één ding zeker: zonder rekenmachine bij de hand lukt het niet.
Allereerst een goede raad: investeer nooit uw laatste centen in een huis of appartement. Het risico is groot dat tijdens de bouwwerken onverwachte uitgaven of tegenslagen komen. Bovendien zult u ook los van uw woning uitgaven moeten doen - een nieuwe auto aanschaffen, bijvoorbeeld.
Wie van plan is een woning te bouwen, moet beginnen met zijn spaargeld, zijn beleggingen en het bedrag dat zijn ouders of grootouders kunnen toesteken correct in te schatten. Maar zelfs al staat u er financieel goed voor, toch is de kans groot dat uw eigen middelen niet voldoende zullen zijn om die droomwoning te bouwen. Wellicht zult u een lening moeten afsluiten. En hoeveel u kunt lenen, hangt af van de aankoopwaarde van het huis of appartement én uw inkomsten.

Hoeveel eigen geld inbrengen? 

Tot een paar jaar geleden was het perfect mogelijk om tot 125 procent van de aankoopwaarde van de woning te lenen. Dat gebeurt intussen niet meer, maar toch vindt de Nationale Bank (NBB) - de toezichthouder op de financiële sector - dat banken en verzekeringsmaatschappijen voorzichtiger moeten zijn bij het toestaan van woonkredieten. Daarom legt de NBB sinds begin 2020 striktere normen op op het vlak van kredietverlening.
80
procent
Sluit u een woonkrediet af als vastgoedinvesteerder, dan kan u nog maximaal 80 procent van de aankoopwaarde lenen.

Sluit u een woonkrediet af voor een huis of appartement waar u zelf gaat wonen, dan kan u volgens de Nationale Bank nog maximaal 90 procent van de aankoopwaarde lenen. De overige 10 procent van de aankoopprijs én de kosten (zie verder) zal u zelf moeten financieren.
Het is evenwel niet de bedoeling van de Nationale Bank het voor jonge gezinnen onmogelijk te maken een eigen stek te veroorloven. Voor die doelgroep kunnen financiële instellingen in beperkte mate afwijken van de algemene regel. Voorts zullen banken strenger moeten toekijken op de maandelijkse aflossingslast van gezinnen of hun totale schuldenlast.

Welk deel van uw inkomsten mag naar leningen gaan?

Uw bankier zal erop toezien dat u na de maandelijkse aflossing van uw krediet voldoende centen overhoudt om comfortabel te leven. Een vuistregel is dat niet meer dan een derde van uw inkomsten naar de terugbetaling van leningen mag gaan. Tel daarom alle maandelijks terugkerende inkomsten van uw gezin op: beroepsinkomsten, een vervangingsinkomen, inkomsten uit vastgoed en beleggingen en eventuele andere inkomsten. Voor alle inkomsten zal uw bankier bewijsstukken vragen.
Een vuistregel is dat niet meer dan een derde van uw inkomsten naar de terugbetaling van leningen mag gaan.

Bij de beoordeling van het derde van uw inkomen zal niet alleen rekening gehouden worden met de intresten, kapitaalaflossingen en verzekeringspremies voor deze lening, maar ook met de afbetaling van eventuele andere leningen, huurlasten en andere financiële lasten.
Vooraleer een lening wordt toegekend, zal uw bankier ook naar het totaalplaatje kijken en kan hij rekening houden met factoren zoals de waarborgen, de krediethistoriek, de financiële buffer en uw gezinssamenstelling.

Gesponsorde inhoud