Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Welke kosten kunt u afwentelen op de huurder?

De jaarlijkse belastingen, het onderhoud van de gemeenschappelijke delen… Als eigenaar van een pand kijkt u jaarlijks tegen heel wat kosten aan. Een deel daarvan kunt u de huurder aanrekenen, maar niet allemaal.

Het algemene principe in het Vlaams huurdecreet - dat dwingend is voor alle huurcontracten afgesloten sinds 2019 in Vlaanderen - klinkt eenvoudig: de huurder betaalt de kosten en lasten die te maken hebben met het gebruik van de gehuurde woning.

In Vlaanderen moet u die kosten en lasten, net zoals de huurprijs, vermelden op de ‘te huur’-affiche of in het onlinezoekertje. U moet de werkelijke kosten doorrekenen, tenzij u werkt met een forfait. In Brussel moet de verhuurder voor het ondertekenen van het huurcontract een overzicht bezorgen van de privatieve en/of gemeenschappelijke lasten die aan de huurder doorgerekend zullen worden. Dat kan gaan om de reële kosten of om een forfait.

Wie betaalt de onderhoudskosten?

De huurder betaalt voor water en stookolie, aardgas of elektriciteit die hij verbruikt en voor zijn aandeel in die kosten van de gemeenschappelijke delen, net zoals zijn aandeel in de schoonmaak en het onderhoud van de gemeenschappelijke delen en de vuilnisinzameling. De aankoop en vervanging van de meters voor de nutsvoorzieningen blijven voor rekening van de verhuurder.

De huurder moet ook betalen voor kleine herstellingen in de gemene delen, zoals het vervangen van een defecte lamp en de batterijen in de rookmelders, het herstellen van defecte sloten, het herstellen en vervangen van dienstkranen, stopcontacten en (licht)schakelaars. De verhuurder betaalt de rekening van grote herstellingen.

Om ingewikkelde berekeningen te vermijden worden de kosten voor de lift in Vlaanderen forfaitair verdeeld. De huurder en de verhuurder betalen het periodieke onderhoud elk voor de helft. De verhuurder staat in voor het uitvoeren van een preventieve inspectie, het vervangen van grote onderdelen en het uitvoeren van de nodige modernisaties. In Brussel is er een lijst (bijlage 2) met welk onderhoud ten laste is van de huurder, alle overige zijn ten laste van de verhuurder.

Wie betaalt de syndicuskosten?

Een syndicus beheert de mede-eigendom. Zo regelt hij het herstel van de lift, vraagt hij offertes aan als het dak moet worden hersteld en beheert hij de tegoeden in het reservefonds. In Vlaanderen is het niet langer mogelijk de rekening van de syndicus volledig op de huurder af te schuiven. De verhuurder moet 66 procent betalen, de huurder de rest. Tenzij het gaat om kosten die specifiek op vraag van de huurder zijn gemaakt, zoals het bijmaken van een sleutel.

Wie betaalt de conciërgekosten?

75
procent
In Vlaanderen kunt u driekwart van de kosten van de conciërge doorrekenen aan de huurder.

Is er een conciërge die de dagelijkse taken voor zijn rekening neemt, zoals de vuilnisbakken buitenzetten, een lamp in de hal vervangen of het voetpad sneeuwvrij maken, dan profiteert vooral de huurder van die diensten. Daarom moet hij in Vlaanderen driekwart van die kosten betalen.

Wie betaalt de onroerende voorheffing?

Als verhuurder mag u de jaarlijkse onroerende voorheffing die u betaalt op het huurpand nooit doorrekenen aan de huurder.

Krijgt u als verhuurder een vermindering op de jaarlijkse onroerende voorheffing, dan mag de huurder dat voordeel aftrekken van zijn huurprijs.

Krijgt u als verhuurder een vermindering op die jaarlijkse belasting omdat de huurder minstens twee kinderen ten laste heeft of omdat de huurder gehandicapt is, dan mag u dat voordeel niet zelf behouden, maar mag de huurder dat voordeel aftrekken van zijn huurprijs. Dat geldt zowel in Vlaanderen als in Brussel.

Wie betaalt de makelaarskosten?

In Vlaanderen en Brussel mag u evenmin de kosten van de makelaar die u als verhuurder inschakelt om een nieuwe huurder te vinden afwentelen op de huurder.

Gesponsorde inhoud