De meerwaarde van een aandeelhouder met durf

De NMBS heeft deze week de verkoop van haar filiaal ABX Logistics Worldwide ter goedkeuring voorgelegd aan de mededingingsdiensten van de Europese Commissie. Daarmee komt de privatisering van de transport- en expeditiegroep in een eindfase. De verkoop brengt de NMBS - en dus de overheid - 10 miljoen euro op. Een peulschil in verhouding tot de naar schatting 1,5 miljard euro die het ABX-avontuur de spoorwegmaatschappij heeft gekost.

ABX Logistics Worldwide is in 95 landen actief, telt 10.000 werknemers en realiseert een omzet van 2,5 miljard euro. Zijn privatisering is politiek geen onderwerp van discussie. Iedereen is het erover eens dat transport en logistiek - als het niet over het spoor gaat - geen opdracht zijn voor de overheid, maar een louter commerciële bedrijvigheid.

ABX komt niet in handen van een andere logistieke onderneming, maar wordt overgenomen door 3i, een Brits durfkapitaalfonds. Dat is een opvallende constante in de jongste Belgische privatiseringsdossiers: de regering verkoopt de overheidsbedrijven niet aan een industriële partij, maar aan durfkapitaalfondsen. Zo werd BIAC, de exploitant van Zaventem, eind 2004 in handen gegeven van de Australische investeringsmaatschappij Macquarie. En een jaar later mocht het Britse CVC Capital Partners, dat Post Danmark als excuus-Truus meebracht, de helft van de aandelen van De Post kopen.

Het vergt inderdaad wat durf om een overheidsbedrijf over te nemen. Want zijn rigide personeelsstatuten, zijn logge structuren en zijn oncommerciële mentaliteit zijn evenveel hinderpalen om er een efficiënt werkende onderneming van te maken. De durfkapitalisten bulken bovendien van het geld - het Britse Permira verzamelde deze week 11 miljard euro voor een nieuw overnamefonds - en zijn naarstig op zoek naar overnameprooien. Het is daarom best mogelijk dat zij de hoogste prijs bieden. En de overheid is het aan de belastingbetalers verplicht haar bedrijven niet voor een appel en een ei van de hand te doen, maar er een billijke vergoeding voor te bedingen.

Koopwaar

Maar moet de overheid ook niet een beetje verder kijken? Draagt zij als voormalige eigenaar geen verantwoordelijkheid voor wat verder met het bedrijf en zijn werknemers gebeurt? Durfkapitaalfondsen zijn geen langetermijninvesteerders. Ze hebben geen industriële visie. De bedrijven waarin ze participeren, zijn voor hen koopwaar, waar ze zo vlug mogelijk een meerwaarde op willen realiseren door te saneren en te herstructureren en het bedrijf vervolgens na een paar jaar opnieuw te verkopen.

Dat de regering - met een socialistische minister van Overheidsbedrijven nota bene - systematisch kiest voor durfkapitaalfondsen, pure kapitalisten, om overheidsbedrijven aan te verpatsen, zegt veel over het industriële beleid dat ze voert: ze voert er geen. Zodra de overheid haar handen van de bedrijven heeft afgetrokken, kan het haar weinig schelen wat er verder mee gebeurt.

In het geval van ABX is dat misschien nog te verklaren: het Belgische netwerk blijft buiten de overname. En als 3i bij ABX orde op zaken stelt, zullen de klappen vooral in het buitenland vallen. Maar bij Biac en De Post ligt dat toch enigszins anders.

De durfkapitaalfondsen zelf valt weinig te verwijten. Zij spelen gewoon hun rol. Ze zijn inderdaad steeds opvallender aanwezig, zijn kunnen steeds grotere kapitalen mobiliseren en zij breiden hun actieterrein uit. Maar het is verkeerd het voor te stellen alsof deze vertegenwoordigers van het anonieme kapitalisme de internationale ondernemingsscène domineren. Want aan het andere einde van het spectrum manifesteren ook de familiebedrijven zich opnieuw nadrukkelijk. Door de overname van Arcelor door Mittal Steel is de grootste staalonderneming ter wereld een familiebedrijf geworden. Het Duitse echtpaar Reinhard en Liz Mohn verkiest zelf de touwtjes in handen te houden bij Bertelsmann en zag daarom af van een beursintroductie. Ook in België zijn familiebedrijven prominent aanwezig: de helft van de grootste twintig beursgenoteerde ondernemingen wordt gecontroleerd door familiale aandeelhouders. En die worden vaak verwend met royale dividenduitkeringen, zoals u deze week in deze krant kon lezen.

Volgens de Amerikaanse hoogleraar en historicus Harold James is er een omgekeerd verband tussen de sterkte van de overheidsinstellingen en het belang van familiebedrijven. Als de overheidsinstellingen zwak zijn en slecht functioneren, worden familiebedrijven belangrijker, als bron van vertrouwen in een onzekere wereld. Dat verklaart meteen de grote rol die familiale ondernemingen in de Belgische economie spelen.

GM

Natuurlijk zijn familiale aandeelhouders vaak niet ongevoelig voor de verlokkingen van het grote geld waarmee de durfkapitaalfondsen zwaaien. Maar over het algemeen hebben ze een langetermijnengagement tegenover hun bedrijf en de werknemers. Hun managers en werknemers kunnen daardoor beter worden gemotiveerd. En vaak zijn familiebedrijven ook dynamischer - omdat duidelijk is wie de touwtjes in handen heeft en er over beslissingen minder gepalaverd moet worden - en hebben ze een sterker imago.

Het is voor een bedrijf nooit te laat om de waarde van een familiale aandeelhouder te ontdekken. Neem General Motors (GM). Sinds de Amerikaanse miljardair Kirk Kerkorian er midden vorig jaar een belang van 10 procent in nam en zich opwierp als grootste aandeelhouder, is de autogroep minder stuurloos geworden. Kerkorian stuurt nu aan op een verregaande alliantie van GM met het Franse Renault - 'créateur d'automobiles' - en het Japanse Nissan. Een gedurfd initiatief. Carlos Ghosn, bijgenaamd 'le cost killer' en topman van zowel Renault als Nissan, was onmiddellijk enthousiast. Hij verdeelt nu al zijn tijd tussen Parijs en Tokio. Detroit kan hij er gerust bijnemen.

Sluwe vos

Dat Kerkorian een beroep doet op Franse expertise om GM uit de penarie te helpen, streelt de ijdelheid van de Fransen. Meestal hebben de Amerikanen alleen maar misprijzen voor alles wat uit Frankrijk komt. Precies daarom zou de demarche van Kerkorian Parijs wantrouwig moeten maken.

Langs de ene kant willen de Fransen de kans niet laten schieten de leiding te nemen van de grootste autogroep ter wereld. Langs de andere kant willen ze vermijden dat zij opgezadeld worden met de problemen van GM. Welke overweging de overhand krijgt, valt af te wachten. Maar zij moeten er zich van bewust zijn dat Kirk Kerkorian een sluwe vos is. Niet het welzijn van GM is zijn ultieme drijfveer, wel het recupereren van zijn investering, met winst uiteraard. Op korte termijn liefst. Want Kerkorian is al 88 jaar. En eigenlijk is hij gewoon een durfkapitalist.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud