'Voor mij is Etienne Davignon een hele grote meneer. Ik beschouw hem ook een beetje als mijn junior. Ik ben 81 jaar oud, hij 73. Ik heb Davignon heel goed gekend tussen 1975 en 1985, tijdens de beste en meest beloftevolle tijd van mijn leven. Ik was directeur-generaal op zijn departement van Innovatie en Industrie op de Commissie. Ik zag hem tweemaal per dag. Ik heb altijd heel graag met hem samengewerkt. Davignon heeft een hele ruime kennis van zaken, maar meer nog een hele goede mensenkennis. Hij is ook iemand die, als de kaarten in een bepaald dossier heel slecht liggen, de mensen bij elkaar kan brengen. Hij is heel overtuigend. Hij kan ook met bijna iedereen overweg: christen-democraten, socialisten of liberalen. Het maakt hem niet uit. Hij is ook de man die binnen de Europese Commissie het eerste plan ter bevordering van de informatietechnologie op gang heeft getrokken. We zitten nu al aan het achtste plan, denk ik. Hij houdt van uitdagingen. Het is geen man van de kleine en makkelijke klussen. Hij heeft zich altijd vastgebeten in de onmogelijke dossiers waar iedereen voor paste.' ToP