sabato

Binnenkijken in de Gentse stadsbrouwerij van Duvel-CEO Michel Moortgat

Michel Moortgat leidt ons rond in zijn passieproject: een Gents stadspaleis omgetoverd tot brouwerij. ©Jean-Pierre Gabriel

Maar liefst twaalf jaar duurde de renovatie van het Gentse stadspaleis waar Michel Moortgat, CEO van brouwerij Duvel, sinds kort wodka en rum stookt. Een privébezoek.

Michel Moortgat, CEO van de brouwerij Duvel Moortgat, geeft me een rondleiding in zijn gerenoveerd Gents stadspaleis. Hij doet geen moeite om zijn trots te verstoppen en wijst naar het monogram ‘M’, hoog boven elke deur en ingewerkt in elk tafelblad. ‘Dat staat voor Michel Moortgat’, zegt hij monkelend.

In realiteit zijn die monogrammen tweehonderd jaar oud. Ze werden als stucwerk aangebracht op de muren en met nobele houtsoorten ingelegd in de meubels. De opdrachtgever was César Maes, de gehate belastingontvanger van Napoleon in Gent en omstreken.

Michel Moortgat: ‘Ik heb eraan gedacht om hier een microbrouwerij neer te zetten. Maar uiteindelijk is het een distilleerderij geworden.’

Op het aanpalende Zandbergplein stond een huldeobelisk met de keizerlijke adelaar te blinken. Maes wou zijn broodheer de keizer verbluffen als die op staatsbezoek in Gent arriveerde.

En in 1810 was het zover: Napoleon stond op het bordes van het Gentse stadhuis, honderd meter verder. Maar hedendaagse historici betwijfelen sterk dat de keizer en zijn keizerin ooit vanuit het stadhuis naar het stadspaleis van Maes hebben gestapt, laat staan er overnacht hebben.

Te zien aan het aantal keer waarop Maes zijn eigen initiaal ‘M’ in het huis verwerkte, was hij niet de meest bescheiden man. Dat het keizerlijke koppel zijn trouwe fiscale vazal zo flagrant negeerde, kan zijn ego geen deugd gedaan hebben.

De nieuwe ‘M’, Michel Moortgat, gaat twee eeuwen later heel wat discreter te werk. ‘Pour vivre heuruex, vivons cachés’ is geen loos cliché ten huize Moortgat. De CEO en grootaandeelhouder van de brouwerijgroep met dezelfde naam kocht het pand in alle stilte in 2008.

Daarna volgde twaalf jaar restauratie, even onopvallend. Hij is niet de man die de pers opzoekt. Maar dit weekend wil hij even op de radar verschijnen om zijn soloproject te tonen dat in dit pand onderdak kreeg: Dada Chapel, een distilleerderij.

Michel Moortgat koos zelf de naam Dada Chapel voor zijn stokerij. ©Piet De Kersgieter

Wodka met een twist

Michel Moortgat zet twee splinternieuwe flessen op de tafel waar we coronagewijs ver van elkaar dit gesprek houden: de Potato Vodka en de Brhum. Het eerste is een vodka op basis van aardappelen (in plaats van graan), het tweede een rum op basis van suikerbieten (in plaats van rietsuiker).

De twee dranken worden niet vermarkt via zijn succesvol Duvel-netwerk. Ze zijn alleen te vinden in speciaalzaken en in de eigen webshop. Bio, lokale leveranciers, kleinschalig. Alle buzzwords zijn afgetikt en dat is in niet geringe mate te danken aan Mathieu Van den Briel en Cédric Heymans, twee jonge talenten die Michel Moortgat uit zijn Duvel-groep oppikte.

‘Voor een groot stuk heeft onze familie gewoon geluk gehad dat er in elke generatie genoeg talent zat.'
Michel Moortgat

Cédric Heymans en Mathieu Van den Briel staan te palaveren in de kapel. Elk met een mondmasker, maar dat kan hun brede glimlach niet wegsteken. ‘Ik heb nog elke dag het idee dat ik in mijn eigen arm moet knijpen’, zegt Heymans. ‘Is dit echt? Mag ik ik dit echt doen? Zelf deze beslissingen nemen?’ Heymans is een jonge burgerlijk ingenieur. Van den Briel een jonge marketeer. Ze vinden elkaar in dezelfde passie: brouwsels.

Mathieu Van den Briel en Cédric Heymans zijn de mannen achter de stokerij Dada Chapel. ©Jean-Pierre Gabriel

‘Voor de Potato Vodka halen we de aardappelen van een lokaal aardappelveld’, zegt Van den Briel. ‘We vermalen ze zelf. We brouwen zelf, verkopen zelf en ik breng zelf de flessen bij de klant. We hebben veel autonomie gekregen, maar vergis je niet: Michel Moortgat is 100 procent eigenaar.'

'Hij heeft de helikoptervisie en kan razendsnel focussen op één aspect en ons met weinig woorden weer op het juiste pad neerzetten. Voor de rest is dit een start-up, met de mentaliteit van een start-up. Het is een beetje zoals een ondernemer die begint in zijn garage. Alleen gaan wij van start vanuit een kapel.’

De stokerij Dada Chapel is een start-up, weliswaar niet in een garage, maar vanuit een kapel. ©Jean-Pierre Gabriel

Dada Chapel

In de kapel van de Zusters Kindsheid Jesu liggen nu de distillaten te rijpen. Sommige in vaten van Franse of Amerikaanse eik, andere in bourbonvaten. Het hout moet zijn werk doen en eigen typische smaken nalaten.

De vodka en de rum zijn alvast twee lijnen die het trio wil uitzetten en in de toekomst verder uitbouwen. Tegelijk werken ze aan een whisky en een jenever. Die kunnen de volgende jaren worden uitgerold. Of misschien ook niet. Het label heet niet toevallig Dada Chapel, met een knipoog naar de dadaïsten die tussen de twee wereldoorlogen de kunstwereld op haar kop zetten door alle conventies overboord te gooien.

‘Toen ik dit gebouw binnenkwam, op zo’n historische plek, de bakermat van Gent, was ik op slag verkocht'
Michel Moortgat

‘Michel heeft zelf de naam Dada Chapel gekozen’, zegt Heymans. ‘De dadaïsten spraken zichzelf voortdurend tegen. In mijn eerste presentatie vijf jaar geleden stond op de eerste slide: “We gaan geen vodka maken.” En kijk wat er nu op tafel staat. Wat de dadaïsten op maandag vertelden, konden ze op dinsdag krachtig tegenspreken. Ze stonden voor alles open en toonden voor alles enthousiasme. Dat is hoe wij de kapel willen laten groeien. Die houding is een beetje onze dada.’

De wandschilderingen liet Moortgat volledig restaureren. ©Jean-Pierre Gabriel

Van brouwsel tot distillaat

Was hij na vier generaties bierbrouwen niet beter bij zijn leest gebleven? Vroegere zijstappen waren niet altijd even succesvol: het Freya-fruitsap, bier voor bij Passendale-kaas. ‘We blijven volharden in de boosheid’, lacht Moortgat. ‘En ja, ik heb erover nagedacht om hier een microbrouwerij neer te zetten. Misschien mijn enige mogelijkheid om met een trappistenbier te komen, omdat ik hier toch al een kapel heb.'

'Maar rond die periode bezocht ik per toeval een paar distilleerderijen. En daar heb ik vastgesteld, wat ik niet wist, dat de basis van elk distillaat een brouwsel is. Bij het maken van whisky bijvoorbeeld neem je mout en vermeng je dat met water, zoals wij dat ook in de brouwerij doen met mout om er dan wel later hop aan toe te voegen. Alleen schenken distilleerders weinig aandacht aan hun brouwsels.'

'Bij hen primeert het proces dat erna komt: het distilleren en het rijpen. Toen dacht ik, wat als een bedrijf als het onze met veel kennis van het brouwen, zou distilleren? Misschien zouden we dan wel tot een heel lekker product kunnen komen? Dat is dus wat we hier doen.’

Michel Moortgat zet de expertise van het bierbrouwen bij Duvel in bij de stokerij van rum en wodka. ©Jean-Pierre Gabriel

Twaalf jaar restaureren

Michel Moortgat noemt de aankoop van dit pand een werk van liefde. ‘Toen ik dit gebouw binnenkwam, op zo’n historische plek, de bakermat van Gent, was ik op slag verkocht. Het is gewoon zot, dat je nog zo’n gebouw, op zo’n ligging kunt vinden. Alles is hier aanwezig: kunst, cultuur, geschiedenis. De Biezenkapelstraat aan de voordeur leidt naar de kathedraal en is gewoon een van de mooiste en origineelste straten van Gent.'

'Als ik hier rondloop en ik hoor de gezangen uit de ramen van de muziekacacdemie, dan waan ik mij in de 18de eeuw. Bij de renovatie hebben de stadsarcheologen in onze kelders gegraven. Dat is nu allemaal onderzocht en gecatalogiseerd. Er zijn drie pallets met historische vondsten weer naar ons onderweg. Dat is toch uniek?’

Al heeft hij er naar eigen zeggen wel een paar grijze haren aan overgehouden. ‘Vooral mijn echtgenote heeft hier de voorbije jaren zeer veel tijd in geïnvesteerd. En onderweg komen de twijfels. Waar zijn we mee bezig?’

'De renovatie heeft enkele jaren meer in beslag genomen dan gepland. Maar ik kan daar begrip voor opbrengen.'
Michel Moortgat

Een renovatie van twaalf jaar... Zou het kunnen dat de Gentse dienst stedenbouw – niet echt gekend als een soepele gesprekspartner – daar iets mee te maken heeft? ‘De renovatie heeft enkele jaren meer in beslag genomen dan gepland. Maar ik kan daar begrip voor opbrengen.'

'Bij de renovatie van het dak moesten de dakleien vervangen worden. Vandaag klik je leien met een haakje ineen. Maar in de 18de eeuw werden de leien vastgenageld. De stadsdiensten vroegen die techniek te eerbiedigen en wij hebben hen daarin gevolgd. Tijdsintensief inderdaad, maar tijdens het nagelen sla je ook een kwart van de leien kapot. Maar dat moet dan maar.’

In zijn gerenoveerd Gents stadspaleis heeft Michel Moortgat ruimte zat voor die andere passie: hedendaagse kunst. ©Jean-Pierre Gabriel

Napoleontische empirestijl

Andere stadspaleizen met deze allure worden door de stad Gent zelf opengezet als stedelijk museum. ‘Een stad kan niet van elk pand een museum maken. In het begin waren ze argwanend, maar ze merkten ook wel onze liefde voor dit pand en ons respect voor het historische karakter.'

'Weet je wat in ons voordeel werkte? Een historisch pand heeft zoveel periodes doorgemaakt. Welke eeuw kies je dan als referentiepunt? De allereerste vorm uit de 15de eeuw, toen het nog bestond uit twee cafés, De Grooten Pellicaen en De Clenen Pellicaen? Of de 16de eeuw, met de patriciërswoning die na de sloop van de cafés werd opgetrokken? Of de 18de eeuw, toen het pand verbouwd werd tot het Hotel Vanden Meersche, genoemd naar de Heer van Berlare en Bareldonk?'

'Kies je voor de smaak van César Maes, de belastingontvanger van Napoleon, in 1806? Of neem je de plannen van de Zusters Kindsheid Jesu als basis, die er het Ooglijdersgesticht van maakten?’

Er is gekozen voor de Napoleontische tijd, met de bijbehorende empirestijl, met een duidelijke hedendaagse toets. ‘Wat ik sterk apprecieerde, was de visie van de stad om hedendaagse toevoegingen toe te staan. Men heeft ons bijvoorbeeld niet gevraagd om 18de-eeuwse schilderijen aan de muren te hangen.’

Moderne kunst

Dat laatste was wellicht een harde discussie geworden, want Michel Moortgat en zijn vrouw zijn (alweer) zeer discreet in hun grote passie: verzamelaars van hedendaagse kunst. Op de binnenplaats ligt een monumentaal werk van Mark Manders, een half hoofd van een viertal meter hoog.

Ik moet wel twee keer kijken vooraleer ik de kolos zie, zo naadloos past het werk tussen de gevels van de 18de eeuw. Op de eerste verdieping ligt een symmetrische verzameling stenen, een werk van Richard Long, en tegen de muren staan de houten verhuisdozen, waar de schilderijen nog moeten worden uitgepakt en ophangen.

Michel Moortgat en zijn vrouw zijn ook fervente verzamelaars van hedendaagse kunst. Voor het koetshuis ligt een monumentaal werk van Mark Manders, een half hoofd van een viertal meter hoog. ©Jean-Pierre Gabriel

Centraal in het stadspaleis troont een monumentale trap. De muren zijn beschilderd door Norbert Heylbroeck in 1764. Beneden aan de voet van de trap word je bekeken door monsters uit de onderwereld en je eindigt bovenaan midden in de hemel.

‘De wandschilderijen hebben we volledig laten restaureren. Daarbij zijn wel een paar zaken aan het licht gekomen. De nonnen hadden hier en daar een borst laten bedekken. En hier achter mij was sater overschilderd met een struik.’

Een echt privémuseum waar de familie het historisch pand en haar hedendaagse verzameling toont, wordt het niet. ‘We zijn nog een beetje aan het zoeken hoe we het af en toe kunnen openstellen voor het publiek. Misschien op Open Monumentendag?’

Ondernemen in de genen

De familie Moortgat is ondertussen al vier generaties lang aan het brouwen met Duvel, Vedett, La Chouffe, De Koninck en nog een resem andere biertjes in onder meer de VS, Italië en zelfs het pilsland Tsjechië. Hoe doen de Moortgats dat toch? Hoe zorg je ervoor dat generaties lang de ondernemersgenen niet verwateren?

En kan de vijfde generatie, met onder meer de kinderen van Michel Moortgat, de traditie voortzetten, in de internationale brouwwersgroep of in de Gentse Dada Chapel? Mathieu Van den Briel en Cédric Heymans knikken meteen. Zij hebben de jongste generatie al zien langskomen en de interesse in hun werk is groot.

Michel Moortgat: ‘Voor een groot stuk heeft onze familie gewoon geluk gehad dat er in elke generatie genoeg talent zat. En de volgende generatie telt twaalf jonge mensen. De kans dat daar een goeie tussen zit, is groter dan wanneer er maar één is.’

Meer info over het project op www.dadachapel.be.

Lees verder

Advertentie
Advertentie