De keuken wordt steeds discreter. Van de kasten tot de schakelaars (hier van het merk Jung), ze gaat subtiel op in de rest van het interieur.
© Khuong Nguyen

Verdwijnen keukens binnenkort uit stadsappartementen?

Terwijl in landelijke villa’s de leefkeukens alleen maar groter lijken te worden, tekent zich elders een belangrijke tegenbeweging af: stadshuizen en appartementen met keukens die schitteren in eenvoud en efficiëntie. Of die zelfs helemaal geen keuken meer hebben.

De tijd dat we massaal rond een dampende stoofpot voor acht personen verzamelden, ligt definitief achter ons. De cijfers van Statbel liegen niet: op 1 januari 2025 bestond maar liefst 36,3 procent van de Belgische huishoudens uit singles – in Brussel loopt dat zelfs op tot bijna de helft. Tel daar de koppels zonder kinderen en eenoudergezinnen bij, en je ziet dat driekwart van de Belgen in een compacte gezinssituatie leeft. Een trend die jaar na jaar aan kracht wint.

Dat we steeds minder zin hebben om grote potten en pannen boven te halen voor één of twee personen, is een logisch gevolg. Zeker in de stad, waar ‘delivery’ en hippe eettentjes om de hoek een volwaardig alternatief vormen voor de eigen culinaire experimenten.

Advertentie
De toestellen van het Zwitserse V-Zug zijn de kampioenen van de camouflage, Dankzij hun minimalistische fronten en greeploze afwerking.
© Courtesy of V-Zug

Francis Metzger, voorzitter van de Franstalige Raad van de Orde van Architecten, ziet die verschuiving weerspiegeld in onze architectuur. ‘Brussel is van oudsher opgebouwd uit burgerhuizen voor grote families met personeel’, legt hij uit. ‘De keuken was toen een ruime, functionele plek, weggestopt van de ‘nobele’ kamers, maar vlot bereikbaar voor de bedienden. Vandaag zijn die concepten totaal verdwenen.’

De meeste van die statige burgerhuizen zijn inmiddels opgesplitst in appartementen per verdieping. ‘Wiskundig gezien wordt de keukenoppervlakte daardoor simpelweg gedeeld door het aantal nieuwe woonunits’, aldus Metzger.

Hetzelfde fenomeen zien we ook in andere Europese hoofdsteden. Door de exploderende vastgoedprijzen worden appartementen steeds compacter. ‘Als de ruimte beperkt is, moet je rationele keuzes maken’, zegt Metzger. ‘De keuken is dan vaak de eerste kandidaat om te worden gecomprimeerd.’

Advertentie

Rondslingerende waterkokers

De gerenommeerde architect woont al zijn hele leven in Brussel, maar investeerde onlangs in een studio in Parijs: ‘Op slechts 30 m² heb ik de keuken tot het strikt noodzakelijke herleid. Meestal eet ik buitenshuis of bestel ik take-away. Ik heb een piepklein tweepitsgasfornuis, een minivaatwasser en een tafelmodelkoelkast die ik bijna nooit gebruik. Zo maakte ik ruimte vrij voor andere prioriteiten.’

Advertentie
Advertentie
‘De keuken is er nog wel, maar zodra je haar niet gebruikt, vloeit ze naadloos over in de leefruimte.’

Het optimaliseren van millimeterwerk is de specialiteit van Gilonne Kervella. De Parijse architecte richtte in 2020 haar bureau op en werkt vaak voor twintigers die hun eerste appartement in de Franse hoofdstad kopen – gemiddeld 35 m² groot. ‘Ze willen vrienden kunnen verwelkomen in hun compacte living. De keuken moet zich daarom onzichtbaar kunnen maken met maatwerkmodules, wat een zeker budget vraagt. De keuken is er dus wel, maar zodra je haar niet gebruikt, vloeit ze naadloos over in de leefruimte.’

Concreet betekent dit: greeploze kastfronten en apparatuur die volledig is geïntegreerd in de kasten. Koffiemachines, waterkokers of broodroosters blijven na gebruik niet op het werkblad rondslingeren, dat bovendien als bureau kan dienen. ‘In een van mijn projecten liep het centrale eiland, dat ook als tafel fungeerde, door langs de muur om zo de trap naar de verdieping te vormen.’ De ideale moderne keuken is dus minimalistisch en multifunctioneel, terwijl ze tegelijkertijd volledig opgaat in het decor.

Zwitsers zakmes

Op een oppervlakte die niet groter is dan een gemiddelde fauteuil, herbergt de Kitchoo een complete culinaire opstelling: van inductiekookplaat tot vaatwasser. Ontworpen om te verdwijnen zodra de laptop openklapt.

Ultracompact is het concept van Kitchoo, een geesteskind van de Zwitserse ondernemer Peter Eric Locher. Dat hij uit de hotelsector komt, is geen toeval. Kitchoo produceert kleine, maar luxueuze en volledig uitgeruste keukens die gebruiksklaar worden geleverd. In hun meest compacte vorm meten ze slechts 126 x 66 cm, een formaat dat vooral een kosmopolitisch publiek aanspreekt.

Advertentie

‘Ik lever aan eigenaars van kleine kastelen en tweede verblijven, maar evengoed aan bezitters van een pied-à-terre in Londen of Zürich’, vertelt Locher. ‘Het is niet het budget dat die keuze stuurt, maar het design en de functionaliteit. Vliegen is betaalbaar geworden; mensen zijn constant onderweg en schakelen tussen verschillende compacte, uiterst functionele woningen. In kleine ruimtes draait alles om praktische keuzes. Steeds meer actieve, kapitaalkrachtige mensen verkiezen meerdere goed gelegen appartementen boven één grote woning voor het leven.’

Het idee ontstond twintig jaar geleden, toen Locher zelf in een piepkleine Parijse studio woonde. Hij droomde ervan alle kookelementen te integreren in een volume van slechts één kubieke meter. ‘Ik wilde een keuken maken die er niet uitziet als een keuken. We ontwikkelden een design dat bedoeld is om te verdwijnen, met neerklapbare panelen die de eethoek visueel ‘opslorpen’. Zelfs de kastgrepen nemen geen enkele ruimte in, fysiek noch visueel.’

Het resultaat is even ingenieus als stijlvol: je kunt eten op het werkblad en er meteen daarna je laptop op kwijt. Ondanks het vloeroppervlak – dat vergelijkbaar is met dat van een grote fauteuil – beschikken deze keukens over een kookplaat, dampkap, koelkast, vaatwasser, oven en instelbare sfeerverlichting. Het is Zwitserse ingenieurskunst die zich moeiteloos aanpast aan de nieuwe maatschappelijke noden. De minimarkt groeit.

Keukencultuur

In stadshuizen en compacte appartementen verdwijnt de keuken steeds vaker uit het zicht. Greeploze fronten en geïntegreerde toestellen laten het werkblad leeg en multifunctioneel, zodat de keuken na gebruik moeiteloos opgaat in de leefruimte. Hier een exemplaar van obumex.
© Annick Vernimmen

Xavier de Breucker, vennoot bij het Belgische Cubex, ziet de keuken als de ultieme sociale spiegel van onze tijd. Terwijl de maaltijd in Latijns- en Noord-Europa een cruciaal sociaal moment blijft, wordt het diner in de Angelsaksische cultuur vaker ‘mishandeld’: het is er korter en puur functioneel. ‘Maar cultuur verklaart niet alles’, nuanceert De Breucker. ‘Verstedelijking, ons werkritme en de alomtegenwoordigheid van schermen bepalen vandaag hoe – en met wie – we eten.’

De architectuur van de keuken volgde die maatschappelijke verschuivingen op de voet. Draaide in de vroeg-20ste eeuw alles nog om ratio en efficiëntie, dan werden moderne huishoudtoestellen in de jaren 1960 de katalysator voor de bevrijding van de vrouw. Daarna gingen de muren letterlijk tegen de vlakte. De ‘Amerikaanse keuken’, gepromoot door iconen als Charlotte Perriand en Frank Lloyd Wright, versmolt met de leefruimte – een slimme truc om compacte woningen groter te laten lijken. Rond de millenniumwissel bereikte die evolutie haar hoogtepunt met de komst van de ‘totemkeuken’: het kookeiland als het absolute statussymbool.

Vandaag zien we een nieuwe verschuiving: zelfs de hogere middenklasse in wereldsteden als Londen, New York, Tokio of Hongkong – waar een vijfde van de bevolking op minder dan 18 m² woont – heeft (bijna) geen keuken meer en eet steevast buitenshuis. De keuken, ooit het onbetwiste hart van het gezinsleven, blijft zichzelf zo heruitvinden. Ze is de spiegel van een samenleving die haar rituelen aanpast aan een razendsnel nieuw tempo. Kortom: wanneer ons leven radicaal verandert, beweegt de maaltijd onvermijdelijk mee.

Tekst: Elizabeth Clauss

Advertentie
Gesponsorde service