reportage

‘Zolang steden fietsers behandelen als marginaaltjes, komen er geen bij'

Roze strepen, die signaleren dat auto's niet verder de straat in mogen, horen ondertussen bij het Gentse straatbeeld. ©Stefaan Temmerman

Met het omstreden circulatieplan duwde het Gentse stadsbestuur vorig jaar de auto’s uit de binnenstad. Maar weinig Vlaamse steden durven zo’n maatregel te nemen. ‘Voorstanders van een autovrij centrum roepen minder luid dan critici’, zegt Gents schepen Filip Watteeuw tijdens een fietstocht met De Tijd.

‘Fietsen maakt gelukkig.’ Wanneer Filip Watteeuw ons op sleeptouw neemt door de Gentse binnenstad om zijn realisaties van de voorbije legislatuur te tonen, proberen we de boodschap op zijn achterspatbord te lezen. Maar de Gentse schepen van Mobiliteit is amper bij te houden. Watteeuw sprint van het ene naar het andere kruispunt, steekt een tram links voorbij en rinkelt naar gevaarlijk manoeuvrerende automobilisten. Aan een rood licht remt Watteeuw net op tijd. ‘We gaan stoppen, anders krijg ik onder mijn voeten’, grijnst hij. ‘Ik ben een durffietser. Maar ik wil ervoor zorgen dat meer mensen veiliger kunnen fietsen.’

REEKS: DE ZORGEN VAN DE GEMEENTEN

Mobiliteit, veiligheid of betaalbaar wonen. Er komen veel problemen af op de lokale besturen. De Tijd onderzoekt vijf weken lang hoe ze die oplossen.

Begin april 2017 voerde Watteeuw een revolutionair circulatieplan in. De groene politicus deelde de Gentse binnenstad op in zes sectoren en een centraal autovrij gebied. Wie met de auto van de ene sector naar de andere wil, moet via de stadsring rijden. Op zeven locaties ‘knipte’ de paars-groene coalitie de straat, zodat auto’s er niet door kunnen en zwakke weggebruikers vrije baan krijgen. 

Het controversiële plan leverde Watteeuw bakken kritiek op. De politicus kreeg doodsbedreigingen. Enkele Gentse handelaars hingen affiches uit waarop Watteeuw met een rode clownsneus prijkt naast de boodschap ‘niet welkom’. Tegenstanders verzamelden, ondanks de royale steun van de oppositiepartij N-VA, net onvoldoende handtekeningen om een volksraadpleging over het circulatieplan te houden. ‘Gent wordt een soort Bokrijk, een boerengat waar alleen locals komen’, klaagt huisarts Jozef Burm, een van de initiatiefnemers. ‘Je ziet hier alleen toeristen en volk als er evenementen zijn. Het centrum is doods.’

GAS-boete

Doods is een groot woord, maar het blijkt wel rustig als we op een zonnige zomerochtend door Gent fietsen. Ouders vervoeren hun kinderen per bakfiets, Bpost levert met een elektrische cargofiets pakjes aan huis, auto’s rijden de ondergrondse parkings probleemloos binnen. Schepen Watteeuw neemt ons mee naar de ‘knip’ aan de Verlorenkost. Opvallend is dat er geen politie, betonblokken of paaltjes staan om verdwaalde automobilisten te waarschuwen.

Wie toch over de roze strepen, die een knip signaleren, rijdt, wordt via nummerplaatherkenning geflitst door een van de 31 camera’s en krijgt een GAS-boete van 55 euro. ‘Mensen vertrouwen te veel op hun GPS, maar ze moeten natuurlijk gewoon de regels volgen’, vindt de schepen. ‘Het is de psychologie van nogal wat automobilisten om overal waar ze kunnen proberen door te rijden.’

Watteeuws oplossing is simpel. Fietsers en voetgangers verdienen meer plaats. ‘Sommigen doen alsof de openbare ruimte onbeperkt is, maar je moet keuzes maken. Je moet voetgangers en fietsers plaats gunnen, niet als marginaaltjes, maar als volwaardige weggebruikers. En dat betekent dat je plaats moet afnemen van de auto. Want je krijgt niet meer burgers op de fiets of aan het stappen als je hen in de goot duwt.’

In de praktijk kiest Gent zo de kant van burgers die hun auto’s laten staan. De verminderde autodruk moet de levenskwaliteit en de verkeersveiligheid in de binnenstad, naar het voorbeeld van steden als Kopenhagen, Utrecht en Nantes, flink verhogen. Maar Gent is, samen met Leuven, een van de weinige Vlaamse steden die radicaal voor de fiets en de voetganger kiest. Zo schrikt het Antwerpse stadsbestuur ervoor terug om auto’s verregaand te weren uit vrees dat niet-Antwerpenaars niet meer in ’t Stad raken en de economie doodbloedt.

‘Nee, fietsen is in Antwerpen niet moreel superieur’, schreef de lokale mobiliteitsschepen Koen Kennis (N-VA) enkele weken geleden in De Morgen nadat een zwaar ongeval met een fietser hem bakken kritiek had opgeleverd. ‘Zo’n dogmatische houding, waarbij alles moet wijken voor de fiets, is niet alleen een fout uitgangspunt, ze werkt ook polariserend. Er zijn in onze stad ook heel wat mensen die op andere vervoersmiddelen zijn aangewezen’, stelde Kennis.

‘Faliekante beleid’

Volgens Filip Watteeuw verloopt het verkeer in Gent sinds vorig jaar alleen maar vlotter. ‘De kleine ring functioneert even goed als vroeger en in de binnenstad zijn er 12 à 15 procent minder wagens, op de belangrijkste fietsroutes rijden 40 procent minder auto’s’, zegt hij. ‘En we trekken ook een nieuw soort fietsers aan’, zegt de schepen, terwijl hij wijst naar een oudere man die behoedzaam voorbijrijdt.

Watteeuw erkent dat hij veel tegenwind kreeg voor de invoering van het circulatieplan. 'Maar de voorstanders waren toen minder luid dan de tegenstanders. Een wetenschappelijke bevraging door een studiebureau gaf trouwens aan dat 55 procent van de bewoners pro is, 35 procent contra en 10 procent.’

©Stefaan Temmerman

Toch is niet elke Gentenaar tevreden. Aan het Justitiepaleis stuift een langharige fietser in bloemetjeshemd op Watteeuw toe. ‘Goed maar heel zwart-wit’, vindt hij het circulatieplan. Het getoeter van de vele auto’s op de ring, waar hij werkt, maakt hem gek. ‘Eén dag was het aangenaam: toen de elektriciteit uitviel en de verkeerslichten het niet deden.’ Watteeuws uitleg dat het circulatieplan veel burgers helpt, kan de man niet overtuigen. ‘Dat argument kan ik niet meer horen’, blaft hij. 

Wanneer Watteeuws medewerkster het e-mailadres van de klager opschrijft, rijdt net een krakende oude tram van De Lijn voorbij. Het ‘faliekante beleid’ van de Vlaamse vervoersmaatschappij is een stokpaardje van de Gentse schepen. De stiptheid, tevredenheid en dienstverlening gaan al jaren achteruit. In Gent moest De Lijn vorig jaar een deel van tramlijn 4 stilleggen nadat de sporen tijdens een inspectie helemaal kapot waren gebleken.

'Circulatie uitverkoop'

Net als zijn Antwerpse collega Kennis pleit Watteeuw ervoor de uitbating van bussen en trams in eigen handen nemen. ‘De Lijn kwam in 2003 met een groot Pegasus-plan (een toekomstplan voor de Vlaamse Ruit, red.). Daarvan is vandaag bijna niets uitgevoerd’, klaagt hij. ‘Intussen zijn er in Gent nieuwe woonwijken bijgekomen, maar De Lijn speelt daar niet op in, alsof de stad niet evolueert.’

Een dogmatische houding waarbij alles voor de fiets moet wijken, is niet alleen een fout uitgangspunt, ze werkt ook polariserend.
Koen kennis
antwerps schepen van mobiliteit

Met de oprichting van 15 vervoersregio’s, waaronder Gent, wil Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) tegemoet komen aan de kritiek dat De Lijn doof blijft voor de verzuchtingen van de lokale overheden. De steden en gemeenten mogen in de toekomst samen het lokale ‘vervoer op maat’ uittekenen. Maar Watteeuw is niet onder de indruk. ‘Vervoersregio’s zijn een goed idee, maar we mogen bij wijze van spreken enkel over de belbussen beslissen. Dat is peanuts.’  

Om de hoek van het Justitiepaleis, in een zijstraat van de drukke Veldstraat, hangt een opvallende affiche aan het raam van een winkel: ‘Circulatie uitverkoop’ staat erop. Eigenaar Luc Rogge sluit binnenkort zijn handel in keukengerief. ‘Mensen uit Lochristi en Sint-Martens-Latem durven niet meer met de auto naar Gent te komen’, zegt hij. ‘Sinds de invoering van het circulatieplan verkopen we 30 à 50 procent minder’, zucht Rogge, al moet hij ook toegeven dat de online concurrentie hem parten speelt.

In een honingwinkel vlak bij het stadhuis klinkt een ander geluid. Nee, minder volk komt er niet in het winkeltje, zegt de verkoopster. ‘Ik was vroeger tegen het circulatieplan en kwam altijd met de auto naar mijn werk’, vertelt ze. ‘Maar sinds zes maanden na de invoering zet ik mijn auto op een park & ride, en kom ik met de bus of de plooifiets. Zo moet ik nooit meer geld in de parkeermeter steken.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content