Belgische stadsboeren blijven bescheiden

De stadsboerderij op de site van het slachthuis van Anderlecht vormt een uitzondering op de kleinschalige stedelijke landbouwprojecten. ©BELGAONTHESPOT

De klimaatverandering en de aangroei van steden geven urbane landbouwprojecten de wind in de rug. In ons land blijft het een bescheiden sector. De klemtoon ligt op de korte keten.

De voorbije jaren schoten allerlei stadslandbouwprojecten als paddenstoelen uit de grond, ook in ons land. Het zijn doorgaans relatief kleine ondernemingen die surfen op het succes van de ‘korte keten’, dat nog aangewakkerd wordt door de coronapandemie. Ze helpen vaak ook het sociale weefsel in hun wijk te versterken.

Een uitzondering op dat kleinschalige karakter is de Ferme Abattoir (letterlijk: slachthuisboerderij) op de Anderlechtse slachthuissite. De boerderij werd in 2015 opgericht door de Belgische architect Steven Beckers en maakt deel uit van het bedrijf Building Integrated GreenHouses (BIGH). De ‘Brussels Aquaponic Farm’ ligt verspreid over 4.000 vierkante meter (waarvan de helft bestaat uit serres en een viskwekerij) op het dak van de voedselmarkt Foodmet.

Mix van culturen

Aquaponics is een landbouwmethode die hydrocultuur (het kweken van planten in water) combineert met aquacultuur (de kweek van vissen en schaaldieren). BIGH wil het concept ook op andere locaties introduceren. ‘Ik had pas contact met een vastgoedontwikkelaar die me een site van 10.000 m² aanbiedt voor een tweede boerderij in Brussel’, zegt Beckers.

De essentie

  • Ook in ons land komen er almaar meer stadsboerderijen, vooral kleinschalige en lokale projecten.
  • Een van de grootste spelers in ons land is BIGH, een dochter van het Franse Veolia. Ook de supermarkten experimenteren ermee.
  • Verticale techboerderijen zijn vooral interessant voor regio’s met megasteden, onder meer in Azië.

De uitbreidingplannen worden mee gefinancierd door de Franse waterbehandelingsgroep Veolia, die 60 procent van het bedrijf bezit. Behalve in Brussel worden projecten bestudeerd in Antwerpen, Rijsel, Parijs en Milaan. Het bedrijf wil zich ook toeleggen op de kweek van regenboogforel (ook bekend als zalmforel), een vissoort die qua kleur en smaak lijkt op zalm.

Ook enkele supermarktgroepen hebben zich ontpopt tot stadsboeren. De Anderlechtse boerderij levert groenten aan enkele lokale vestigingen van Carrefour. De concurrenten Delhaize en Colruyt hebben hun eigen projecten gelanceerd. De eerste legde op het dak van zijn supermarkt Boondael in Elsene een stedelijke moestuin aan van 360 m², waarvan de productie in de winkel eronder wordt verkocht. Delhaize testte ook een verticaal landbouwproject voor de productie van aromatische kruiden, maar door een gebrek aan groeivooruitzichten werd dat stopgezet.

New York moet zijn vruchten invoeren uit Californië, duizenden kilometers verderop. Dan wordt verticale landbouw zinvol.
Haïssam Jijakli
Hoogleraar Agro-Bio Tech campus in Gembloux,

Colruyt waagde vorig jaar de sprong, na een testperiode van twee jaar. De distributeur produceert aromatische kruiden op een oppervlakte die twintig keer kleiner is dan in de conventionele landbouw. Het gaat om een pesticidevrije teeltmethode die 90 procent minder water verbruikt.

Hoge kostprijs

Alles samen zijn de voorbije tien jaar in ons land meer dan 40 bedrijven actief geworden in stadslandbouw. Het zijn kleine spelers, die ver blijven van de hoogtechnologische ‘indoorboerderijen' die voornamelijk in Noord-Amerika en Azië uit de grond schieten. In die verticale boerderijen worden productieparameters zoals temperatuur, vochtigheid en licht nauwlettend gecontroleerd en bijgestuurd met sensoren en algoritmes. Op die manier kan het hele jaar door maximaal geproduceerd worden .

De uitdaging is vooral gewassen te ontwikkelen met een hogere toegevoegde waarde, voor gebruik in de medische of paramedische sector.
Haïssam Jijakli
Hoogleraar aan de Agro-Bio Tech-campus in Gembloers

De kostprijs van dergelijke projecten blijft evenwel hoog in vergelijking met de klassieke landbouw. Het is een methode die vooral interessant is voor regio’s waar veel megasteden zijn. 'New York moet zijn vruchten invoeren uit Californië, duizenden kilometers verderop. Dan wordt verticale landbouw zinvol. Brussel, met 1,2 miljoen inwoners, ligt op 30 kilometer van Sint-Katelijne-Waver, waar op honderden hectare serregewassen worden gekweekt. Welk belang heb je dan bij de ontwikkeling van verticale landbouw?’, vraagt Haïssam Jijakli, een hoogleraar aan de Agro-Bio Tech campus in Gembloers, een onderdeel van de Luikse universiteit.

Alleen in Japan rendabel

Jijakli is de oprichter van C-RAU (Centre for Research in Urban Agriculture), dat onderzoek doet naar de haalbaarheid en relevantie van verschillende economische modellen van stadslandbouw. ‘De uitdaging is vooral gewassen te ontwikkelen met een hogere toegevoegde waarde, voor gebruik in de medische of paramedische sector', zegt hij.

Volgens Jijakli is Japan de enige plek waar verticale groenteteelt in zogenaamde containers rendabel kan zijn. ‘Er wordt veel belang gehecht aan groenten, maar de landbouw heeft er zo te lijden onder de vervuiling dat Japanners bereid zijn een hoge prijs te betalen voor gezonde groenten’, zegt hij.

De energie-efficiëntie van verticale landbouw neemt wel gestaag toe. Volgens de landbouweconoom volstaat dat niet om tegen 2050 een wereldbevolking van 10 miljard mensen te voeden, maar kan de techniek wel helpen de gevolgen van klimaatverandering te compenseren. Door die opwarming zullen sommige groenten en fruit misschien niet meer in volle grond verbouwd kunnen worden, denkt hij.

Investeerders pompen geld in stadsboeren

Initiatieven rond stedelijke landbouw hebben in 15 jaar zowat 2 miljard dollar aangetrokken van investeerders. Sinds 2012 hebben al meer dan 300 bedrijven zich in de nichemarkt gelanceerd. Zo is een vrij gevarieerd ecosysteem ontstaan: naast klassieke, vaak biologische, landbouwprojecten op kleine percelen kwamen er ook indoorboerderijen die sterk technologisch gedreven zijn.

‘Stadslandbouw zal de komende jaren almaar belangrijker worden, en zeker de indoorprojecten die stelselmatig hun rendement verhogen’, zegt Jean-Patrick Scheepers, de oprichter van Mycelium, een adviesbureau uit het Franse Lyon dat gespecialiseerd is in stadslandbouw.

Het bureau maakte een wereldwijde analyse van de markt voor stads- en indoor landbouw. Daaruit blijkt dat de sector sinds 2015 een versnelling kent, en dat de VS voorlopen op Europa.

In vijf jaar haalden de 15 grootste bedrijven in deze sector 2 miljard dollar op. Het grootste deel daarvan ging naar het Amerikaanse bedrijf Californian Plenty (541 miljoen dollar), gevolgd door InFarm uit Berlijn. Dat bedrijf, gespecialiseerd in de aanleg van met leds verlichte binnenmoestuinen in supermarkten, haalde 404 miljoen dollar op.

‘Qua omvang zit de markt vooral in de VS. Europa loopt nogal achter. In België zijn er weinig spelers en zijn ze eerder bescheiden van omvang. De grootste projecten haalden ongeveer 500.000 euro, op een totaalbedrag van zowat 5 miljoen’, zegt Scheepers.

Dat kan veranderen door de komst van grotere spelers. ‘In een eerste fase had je vooral fondsen die in start-ups investeerden. Nu komt er een tweede golf aan waarbij grote industriële spelers overstappen op indoorfarming.’ Zo richtte de Duitse groep Bayer in 2020 een joint venture voor indoorfarming op met het Singaporese staatsinvesteringsfonds Temasek.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud