Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.

‘Verdichting moet verplicht worden'

©Belga

De Luikse stedenbouwkundige Sophie Tilman ijvert voor een ambitieus beleid om de ongebreidelde stadsuitbreiding een halt toe te roepen. Ze pleit voor bouwen in de hoogte en de herbestemming van oude industriegebieden.

Stedenbouwkundigen buigen zich al jaren over stadsverdichting. Ze moeten wel, want de bevolking blijft groeien en daarmee neemt de nood aan woningen toe. Tegelijk peuzelen we de beschikbare open ruimte geleidelijk op door onze steden en dorpen uit te breiden.

De terugkeer naar de stad is veel meer dan een trend bij jongeren die van het stadsleven houden en veel belang hechten aan zachte mobiliteit. ‘Stadsverdichting is geen keuze, maar een economisch en milieugerelateerd issue als gevolg van de oververzadiging van het verkeer’, zegt Sophie Tilman, architect-stedenbouwkundige en gedelegeerd bestuurder bij Pluris, het Luikse studiebureau voor ruimtelijke ontwikkeling.

‘Files en verkeersdrukte duiken overal op, zowel in de stadskernen als op het platteland. Zelfs het kleinste dorpje op de landkaart is tijdens de spitsuren verzadigd. De enige oplossing bestaat erin de woonplaats dichter bij de werkplek te brengen.’

‘Het duurt minstens een generatie voor je het effect van een ruimtelijk beleid merkt.’
Sophie Tilman
Pluris

‘Daarom moeten we de stadsuitbreiding een halt toeroepen, dat is het belangrijkste’, benadrukt ze. En er is haast bij, want de tijd tussen de politieke wil en de realiteit op het terrein duurt uiterst lang. ‘De verstedelijking van de rand gaat er met rasse schreden op vooruit en dat zal nog lange tijd voortduren. We ontwikkelen nog vele jaren projecten waarvan de vergunning dateert uit het verleden.

Een mentaliteitsverandering bewerkstelligen in ruimtelijke ordening en urbanisatie kan je vergelijken met het keren van een tanker. Het gaat ontzettend traag. Het duurt minstens een generatie voor je het effect van een ruimtelijk beleid merkt.’

Woontorens en industriegebied ontwikkelen

©Belga

‘Het is gemakkelijker stop te zeggen dan om meer te vragen’, zegt Tilman. De landelijke gemeenten hebben het duidelijk begrepen. Die hebben de betonnering van hun grondgebied een halt toegeroepen. ‘De steden moeten op grote schaal woongelegenheid ontwikkelen en zij doen dat niet’, betreurt ze.

Hoe komt dat? Politici zijn bang om onpopulaire beleidsbeslissingen te nemen en door hun kiezers afgestraft te worden. Het NIMBY-effect ‘not in my backyard’, speelt meer dan ooit. ‘Het is algemeen geweten dat zowel de Waal als de Vlaming de illusie blijft koesteren dat het bezit van een viergevelwoning een must is om gelukkig te zijn.’

‘Willen we de steden verdichten en tegelijk de levenskwaliteit behouden, dan moeten we afzien van de auto, inzetten op stadsvernieuwing (afbreken en heropbouwen), oude industrieterreinen een nieuwe bestemming geven en vooral niet meer bang zijn om nieuwe paden te bewandelen.

Ik zeg niet dat er overal woontorens moeten komen, maar moord en brand roepen van zodra er een gebouw met meer dan drie verdiepingen wordt neergezet, is belachelijk. Verdichting moet verplicht worden.’

Van alle zaken waarvoor de stedenbouwkundige pleit, is een nieuwe bestemming geven aan oude industrieterreinen de oplossing waarover de consensus het grootst is.

‘Oude industrieterreinen vind je zowat overal, zowel in steden als in dorpen, denk maar aan verlaten kleine fabrieken, garages, hangars, …’ We bestuderen ook andere oude bedrijfssites, bijvoorbeeld retailzones.

Die zijn het resultaat van de commerciële ontwikkeling van eind jaren 1990 en begin jaren 2000. ‘Vaak gaat het over niet gestructureerde gebieden langs verkeersassen aan de rand van de stad.’ 

Een ander scenario bestaat erin de inplanting van scholen te reorganiseren. ‘Veel schooluitbreidingen in de steden zijn op een ongeordende manier gebeurd en die kunnen rationaliseren.’

Lees verder

Logo
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.