Nobelprijswinnaar Daron Acemoglu | Als rijkdom gelijkstaat aan status
MIT-professor Daron Acemoglu krijgt samen met zijn collega's Simon Johnson en James Robinson de Nobelprijs Economie voor hun onderzoek naar welvaartsverschillen tussen landen. In zijn recentste opiniestuk buigt Acemoglu zich over de macht van techmiljardairs als Elon Musk en Mark Zuckerberg.
Techmiljardairs zoals Bill Gates, Mark Zuckerberg en Elon Musk behoren niet alleen tot de rijkste mensen ooit. Ze zijn ook uitzonderlijk machtig - sociaal, cultureel en politiek. Dat weerspiegelt deels de sociale status die onze maatschappij toekent aan rijkdom in het algemeen, maar dat is niet het hele verhaal. Ze worden gezien als ondernemende genieën, met een ongezien niveau van creativiteit, durf, vooruitziendheid en expertise in allerlei onderwerpen. Voeg daarbij dat ze de belangrijkste communicatiemiddelen beheersen - de socialemediaplatformen - en je krijgt een fenomeen dat zijn weerga in de recente geschiedenis nauwelijks kent.
- De auteur
Daron Acemoglu is professor economie aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Samen met zijn collega's Simon Johnson en James Robinson krijgt hij de Nobelprijs Economie voor hun onderzoek naar welvaartsverschillen tussen landen.
- De kwestie
Omdat vooral in de VS rijkdom gelijkstaat aan status dichten we techmiljardairs een ongekende genialiteit toe, wat hun macht vergroot.
- De conclusie
In plaats van hun invloed te bejubelen, moeten we op zoek naar manieren om die te beperken.
Het beeld van de rijke, dappere zakenman die de wereld verandert, gaat op zijn minst terug tot de Gilded Age, de periode in de Amerikaanse geschiedenis dat machtige zakenlui als John D. Rockefeller en Andrew Carnegie zich van weinig frisse praktijken bedienden. De hedendaagse aantrekkingskracht gaat vooral uit van de roman ‘Atlas Shrugged’ van Ayn Rand, die al lang een canonieke status heeft bij ondernemers in Silicon Valley en libertaire politici. De invloed van het ondernemende archetype beperkt zich evenwel niet tot die kringen. Van Bruce Wayne (Batman) en Tony Stark (Iron Man) tot Darius Tanz in de tv-serie ‘Salvation’: rijke, technologisch onderlegde vernieuwers die de wereld redden van dreigend onheil zijn niet meer weg te denken uit de populaire cultuur.
Zero sum game
Sommige individuen zullen altijd meer macht hebben dan anderen, maar hoeveel macht is te veel? Ooit was macht gekoppeld aan fysieke kracht of militaire moed. Nu komt macht meestal voort uit wat Simon Johnson en ik ‘overtuigingskracht’ noemen. Zoals we in ons boek ‘Power and Progress’ uitleggen, is die macht geworteld in status of prestige. Hoe groter je status, hoe makkelijker je anderen kan overtuigen.
Waar die status vandaan komt, verschilt sterk van land tot land, net als de mate waarin status ongelijk verdeeld is. In de Verenigde Staten werd status tijdens de industriële revolutie sterk gekoppeld aan geld en rijkdom, waardoor de ongelijkheid enorm toenam. Hoewel er periodes waren waarin overheidsingrijpen de trend probeerde te keren, heeft de Amerikaanse samenleving altijd een stevige statushiërarchie gekend.
Dat is om meerdere redenen problematisch. Om te beginnen is de constante strijd om status - en de overtuigingskracht die die oplevert - grotendeels een zero sum game. Meer status voor jezelf betekent minder status voor je buurman. Een steviger statushiërarchie impliceert dus dat sommige mensen gelukkig zijn, terwijl veel anderen ongelukkig en ontevreden zijn.
Bovendien zijn investeringen in zero-sumactiviteiten meestal inefficiënt en buitensporig. Waaraan geef je het best een miljoen dollar uit, aan gouden Rolex-horloges of aan nieuwe vaardigheden aanleren?
Als je 500 miljoen dollar bezit, waarom zou je dan verlangen naar 1 miljard? Omdat ‘miljardair’ een status weergeeft.
Beide hebben een intrinsieke waarde, maar met het eerste toon je alleen dat je rijker bent dan anderen en meer opzichtig kan consumeren. Het tweede daarentegen verhoogt je menselijk kapitaal en kan ook iets bijdragen aan de maatschappij. Het eerste is grotendeels een nulsom, het tweede niet. Erger nog, als iedereen almaar meer uitgeeft aan opzichtige consumptie - om anderen voor te blijven - kan dat makkelijk uit de hand lopen.
Commentatoren vragen zich vaak af waarom iemand met honderden miljoenen dollars ooit honderden miljoenen meer nodig heeft. Als je 500 miljoen dollar bezit, kan je je maar weinig zaken niet veroorloven, dus waarom zou je verlangen naar 1 miljard? Omdat ‘miljardair’ een status weergeeft. Niet de koopkracht telt, maar het prestige en de macht. In een situatie waarbij rijkdom gelijkstaat aan status is het onvermijdelijk dat ultrarijken naar almaar meer rijkdom streven.
De wijsheid van techmiljardairs
Waarom hangt overtuigingskracht samen met status en prestige? Daar zijn zowel evolutionaire als sociale redenen voor. Het is niet meer dan logisch dat we willen leren van mensen met expertise en we gaan ervan uit dat wie succes heeft expertise in huis heeft. Via die vorm van leren ontwikkelen we ook makkelijker best practices, waar de hele samenleving baat bij heeft. Maar als status gekoppeld wordt aan rijkdom en de ongelijkheid erg groot wordt, brokkelt het fundament onder expertise af.
Wie heeft meer expertise in timmerwerk, een meester-timmerman of een hefboomfondsmiljardair? De eerste ligt voor de hand, maar hoe meer rijkdom status verleent, hoe meer gewicht wordt toegekend aan de mening van hefboomfondsmiljardairs. Zelfs als het om timmerwerk gaat. Of neem een relevanter voorbeeld: wiens mening over vrijheid van meningsuiting weegt het zwaarst: die van een technologiemiljardair of die van een filosoof die het onderwerp lang heeft onderzocht en wiens argumenten zijn beoordeeld door andere gekwalificeerde experts? Miljoenen mensen op X (Twitter) hebben impliciet voor de eerste gekozen.
Hoe dieper we worden meegezogen in de situatie waarbij rijkdom gelijkstaat aan status, hoe meer we de suprematie van techmiljardairs accepteren.
Hoe dieper we worden meegezogen in de situatie waarbij rijkdom gelijkstaat aan status, hoe meer we de suprematie van techmiljardairs accepteren. Maar dat rijkdom een perfecte maatstaf is voor verdienste of wijsheid, voor autoriteit op het gebied van timmerwerk of zelfs vrijheid van meningsuiting blijft moeilijk te aanvaarden
Bovendien is rijkdom altijd enigszins arbitrair. We kunnen eindeloos discussiëren over de vraag of LeBron James beter is dan Wilt Chamberlain op het hoogtepunt van zijn basketbalcarrière, maar in termen van rijkdom is er geen discussie. Terwijl Chamberlain bij zijn dood in 1999 een geschatte nettowaarde van 10 miljoen dollar had, wordt die van James op 1,2 miljard dollar geschat.
Dat verschil heeft niets te maken met het talent of de werkethiek van beide spelers. Chamberlain leefde nu eenmaal in een tijd dat sportsterren minder vergoed werden dan nu. Dat heeft deels te maken met technologie (dankzij tv en digitale media kan iedereen James aan het werk zien), deels met normen (dat culturele supersterren honderden miljoenen verdienen, is acceptabeler geworden) en deels met belastingen (als de VS nog altijd een marginaal toptarief voor inkomstenbelasting van meer dan 90 procent zouden hebben, dan zou James minder geld bezitten en zou er minder ongelijkheid zijn).
Op dezelfde manier geldt dat als de techsector niet zo centraal was komen te staan in de economie, en als die niet gedreven werd door zo'n sterke winner-take-alldynamiek, de techtycoons niet zo rijk waren geworden. Dat Gates en Musk minder belasting betalen, maakt hen niet wijzer. Maar het heeft hen wel rijker en dus invloedrijker gemaakt.
Losgeslagen en verwaand
Johnson en ik onderzochten ook het voorbeeld van Ferdinand de Lesseps, die in de late 19de eeuw een enorme status verwierf. Hij stond bekend als ‘Le Grand Français’, omdat hij ondanks Britse tegenstand de aanleg van het Suezkanaal voltooide. De vooruitziende Lesseps slaagde erin politici in Egypte en Frankrijk ervan te overtuigen dat internationale maritieme handel erg belangrijk zou worden. Maar hij had ook veel geluk: de technologie die hij nodig had om het kanaal zonder sluizen te bouwen werd net op tijd ontwikkeld om het project te redden.
Lesseps verwierf daardoor veel status, maar werd daarna roekeloos, losgeslagen en verwaand. Hij stuurde het Panamakanaalproject de verkeerde richting uit, wat uiteindelijk meer dan 20.000 mensen het leven kostte en nog veel meer mensen, onder wie zijn eigen familie, naar de financiële ondergang duwde. Zoals alle vormen van macht kan overtuigingskracht iemand overmoedig, ongeremd, storend en sociaal onaangenaam maken.
Sommigen van de rijkste Amerikanen gebruiken hun status niet om publieke debatten te beïnvloeden - denk aan Warren Buffett - maar veel anderen doen dat wel. Bill Gates, Elon Musk, George Soros en anderen aarzelen niet om hun stem te laten horen.
Het verhaal van Lesseps blijft relevant, omdat we duidelijk echo’s zien in het gedrag van de miljardairs van vandaag. Sommigen van de rijkste Amerikanen gebruiken hun status niet om publieke debatten te beïnvloeden - denk aan Warren Buffett - maar veel anderen doen dat wel. Gates, Musk, George Soros en anderen aarzelen niet om hun stem te laten horen. Het is verleidelijk dat te verwelkomen als we het eens zijn met wat ze zeggen, maar daaraan moeten we weerstaan. Een beroep doen op de kennis en wijsheid van mensen met een bepaalde expertise is zinvol, maar de status versterken van wie al veel status heeft, is contraproductief.
Invloed beperken
Dat het Amerikaanse beleid enorme ongelijkheid in de hand werkt, is natuurlijk niet helemaal de schuld van de miljardairs, hoewel ze zeker lobbyen voor beleid dat daartoe leidt. Maar als ze midden in de toenemende ongelijkheid misbruik maken van de immense status die rijkdom hen geeft, moeten ze daarvoor wel verantwoordelijkheid dragen. Vooral als ze hun status gebruiken om hun economische belangen te bevorderen ten koste van die van anderen, of om een toch al verdeelde samenleving te polariseren.
Als onberekenbare miljardairs al te veel ongepaste sociale, culturele en politieke invloed hebben, dan is hen nog grotere publieke fora geven - een eigen sociaal netwerk zoals Musk er een heeft bijvoorbeeld - het laatste wat we moeten willen. In plaats daarvan moeten we sterkere institutionele middelen nastreven om de macht en de invloed te beperken van wie al bevoorrecht is, en het belasting-, regelgevings- en uitgavenbeleid herbekijken dat in de eerste plaats zo'n enorme ongelijkheid heeft gecreëerd.
Maar de belangrijkste stap is ook de moeilijkste. We moeten een serieus gesprek beginnen over wat we waarderen. Hoe de bijdrage van wie niet over een enorm fortuin beschikt, erkennen en belonen? De meeste mensen zijn het erover eens dat er veel manieren zijn om bij te dragen aan de maatschappij en dat uitblinken in je gekozen roeping een bron van voldoening en van waardering moet zijn. Maar dat principe hebben we veronachtzaamd en dreigen we zelfs helemaal te vergeten.
Copyright: Project Syndicate, 2024.